De meeste werknemers bouwen via hun werkgever een aanvullend pensioen op. Het gaat om groepsverzekeringen en pensioenfondsen. Het wettelijk gegarandeerde rendement op die tweede pensioenpijler staat al een tijd ter discussie. Tot nu toe staat in de wet dat de stortingen van de werkgever gemiddeld 3,25 procent per jaar moeten opbrengen. Voor de stortingen van de werknemer is dat zelfs 3,75 procent. Dat geld moet er liggen op het moment dat u met pensioen gaat en u uw aanvullend pensioen wilt opsouperen. De werkgever staat daarvoor garant.
...

De meeste werknemers bouwen via hun werkgever een aanvullend pensioen op. Het gaat om groepsverzekeringen en pensioenfondsen. Het wettelijk gegarandeerde rendement op die tweede pensioenpijler staat al een tijd ter discussie. Tot nu toe staat in de wet dat de stortingen van de werkgever gemiddeld 3,25 procent per jaar moeten opbrengen. Voor de stortingen van de werknemer is dat zelfs 3,75 procent. Dat geld moet er liggen op het moment dat u met pensioen gaat en u uw aanvullend pensioen wilt opsouperen. De werkgever staat daarvoor garant. In september 2010 trokken de verzekeraars voor het eerst aan de alarmbel over het te hoge gegarandeerde rendement. Dat zijn ze sindsdien met de regelmaat van een klok blijven doen. Maar de manier waarop ze hun boodschap vorige week op een persconferentie brachten, raakte een gevoelige snaar. Ze verwezen naar een Europese richtlijn "die stelt dat verzekeraars slechts 60 procent van het rendement op overheidsobligaties mogen garanderen als rendement op levensverzekeringen". Belgische overheidsobligaties op tien jaar brengen ongeveer 0,6 procent op. Dat zou betekenen dat het gewaarborgde rendement voor de groepsverzekeringen richting 0,36 procent moet, als de rente nog lang zo laag blijft. Heel wat mensen vinden dat ze voor zo'n laag rendement niet langs een verzekeraar hoeven te passeren. Maar uw groepsverzekering openbreken voor uw zestigste, kan niet. Vanaf uw 60ste kunt u het geld wel opvragen. Toch wacht u daarmee het beste tot uw 65ste of tot u met pensioen bent, om hogere belastingen op het eindkapitaal te vermijden. Als u lang genoeg wacht, betaalt u 10 procent belasting, een solidariteitsbijdrage (maximaal 2 %), een Riziv-bijdrage (3,55 %) en gemeentebelastingen. Weinig mensen weten dat er een manier is om zonder extra belastingen hun spaarpotje voor hun oude dag toch al vroeg aan te spreken. De wet op de aanvullende pensioenen voorziet in de mogelijkheid om het kapitaal van een groepsverzekering of een pensioenfonds geheel of gedeeltelijk te gebruiken als waarborg voor een hypothecair krediet. Op die manier kunt u mogelijk een lening krijgen die u anders niet kunt krijgen, of betaalt u een lagere rentevoet. U kunt aan de beheerder ook een voorschot op uw aanvullend pensioen vragen. Ofwel betaalt u dat met intresten terug voor de afloop van het contract. Ofwel wordt het afgetrokken van het kapitaal dat u op uw pensioenleeftijd of op 65 jaar ontvangt. U betaalt enkel belasting op de einddatum van het verzekeringscontract, niet bij de opname van het voorschot. Volgens de website van Assuralia komt deze methode in de praktijk het vaakst voor. Een derde mogelijkheid is dat u een lening eenmalig aflost met kapitaal van een groepsverzekering. Het gaat om een lening met wedersamenstelling. Dat betekent dat u uw volledige lening pas afbetaalt als u het kapitaal voor uw aanvullend pensioen opstrijkt. Er zijn wel jaarlijkse intresten verschuldigd, en omdat u door de jaren geen kapitaal terugbetaalt, blijven die over de hele rit even hoog. Bij gewone hypotheekleningen dalen de intresten naarmate het af te lossen kapitaal slinkt. Voordat u bij de bank binnenstapt, kijkt u het beste nog even na of de mogelijkheid voorzien is in het pensioenreglement van uw werkgever. Want dat is een voorwaarde. ILSE DE WITTE