Als een vennootschap zaken doet die niet passen binnen haar maatschappelijk doel, riskeert zij de fiscale aftrek van de gemaakte kosten te verliezen. Dat is niet nieuw. Nieuw is wel dat alle pogingen die ondernomen zijn om die aftrek toch nog te redden, op een sisser afgelopen zijn.
...

Als een vennootschap zaken doet die niet passen binnen haar maatschappelijk doel, riskeert zij de fiscale aftrek van de gemaakte kosten te verliezen. Dat is niet nieuw. Nieuw is wel dat alle pogingen die ondernomen zijn om die aftrek toch nog te redden, op een sisser afgelopen zijn. Een vennootschap is belastbaar op alles wat zij verdient. Ook als de inkomsten een wat eigenaardige oorsprong hebben. Neem bijvoorbeeld een vennootschap die zich blijkens haar maatschappelijk doel bezighoudt met het uitgeven van bijbels en ander kerkelijk gerief. Stel dat zij zich morgen bovendien toelegt op de verboden handel in drugs. Niemand zal dan ontkennen dat de winsten uit deze verboden activiteit eveneens belastbaar zijn. Volgt hieruit dat ook alle uitgaven fiscaal aftrekbaar zijn? Op het eerste gezicht zou men geneigd zijn bevestigend te antwoorden. Een vennootschap kan normaal gezien alleen maar beroepsmatig handelen. Haar uitgaven kunnen daarom moeilijk anders dan een beroepsmatig karakter hebben. De conclusie zou dan moeten zijn, dat alle uitgaven van een vennootschap ook fiscaal aftrekbaar moeten kunnen zijn. Die redenering klopt nochtans niet. Een handelsvennootschap is per definitie bedoeld om winst te maken. Maar dit betekent niet, dat al haar kosten fiscaal in rekening kunnen worden gebracht. Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Cassatie vereist de fiscale aftrek, dat de kosten noodzakelijkerwijs verband houden met de maatschappelijke activiteit van de vennootschap. Dat hebben tal van vennootschappen mogen ondervinden toen zij zich in de jaren negentig van vorige eeuw hebben laten verleiden om mee te doen met bepaalde fiscale producten die indertijd op de markt van de fiscal engineering aangeboden werden. Daartoe behoorden bijvoorbeeld constructies waarbij een ingewikkelde combinatie werd gemaakt van put- en callopties op aandelen. De aangeboden producten gingen steevast gepaard met financieringen. Zij mikten enerzijds op het realiseren van belastingvrije meerwaarden op aandelen, en anderzijds op de fiscale aftrek van de betaalde interesten en optiepremies. Per saldo moest er voor de gretig toehappende bedrijven niets dan financiële winst overblijven. Velen zijn van een kale reis thuis gekomen. De fiscus heeft zulke constructies met hand en tand bestreden. En vond daarin een bondgenoot in de klassieke rechtspraak van het Hof van Cassatie. Het is niet omdat een vennootschap kosten maakt, dat die ook fiscaal aftrekbaar zijn. Zij zijn dat slechts als zij passen in de maatschappelijke activiteit van de vennootschap. Voor veel van de betrokken vennootschappen bleken die vreemde optieconstructies een brug te ver. Een ander schoolvoorbeeld is dat van de doktersvennootschap die zich volgens haar statuten moet bezighouden met het beter maken van de medemens, maar die plots de neiging voelt om zich een riant buitenverblijf aan te kopen aan de Belgische kust. Minstens in een aantal gevallen heeft de fiscus zich ook hier met succes kunnen beroepen op de klassieke rechtspraak van het Hof van Cassatie om de aftrek van de gemaakte kosten aan te vechten: het maatschappelijk doel van de vennootschap moet de aankoop van zo'n buitenverblijf kunnen verantwoorden; zoniet, is de aftrek van de kosten in gevaar. Een vennootschap is, zoals gezegd, in principe belastbaar op al haar inkomsten. Daartegenover staat dat de fiscale aftrek van haar uitgaven slechts onder voorwaarden wordt aanvaard. Is dit niet discriminerend? Het Grondwettelijk Hof antwoordde vorig jaar dat dit niet het geval is. En wat dan als men de personenbelasting vergelijkt met de vennootschapsbelasting? In de personenbelasting hoeft men niet na te kijken of de uitgaven passen binnen een of ander doel. In de vennootschapsbelasting moet men die oefening wel doen. Is dat dan niet discriminerend? Het Grondwettelijk Hof heeft ook daar vorige maand negatief op geantwoord. Dat verrast niet. Het Hof heeft altijd al gevonden dat de personen- en vennootschapsbelasting niet vergelijkbaar zijn. En dat een verschil in behandeling dus ook niet discriminerend kan zijn. Jan Van Dyck - Advocaat en hoofdredacteur van FiscoloogNiet alle uitgaven die een vennootschap doet, zijn per definitie fiscaal aftrekbaar.