Een luifel beschermt niet alleen tegen slagregen, maar zorgt in de zomer ook voor aangename koelte. Hij speelt met het licht, laat zich gewillig tooien met klimplanten en creëert een band tussen de woning en de tuin. Een luifel kan gemaakt worden van beton, aluminium of hout. In dit laatste geval wordt meestal eikenhout gebruikt, noordse den of rode ceder. Eikenhout moet beschermd worden met insecten- en schimmelwerende producten en krijgt daarna een lazuurlaagje. Dennenhout is gevoelig voor schimmels, insecten en gure weersomstandigheden en moet daarom onder hoge druk geïmpregneerd worden. Cederhout vraagt vrijwel geen behandeling: het is bijzonder goed bestand tegen weer en wind en krijgt mettertijd een mooie grijze patina.
...

Een luifel beschermt niet alleen tegen slagregen, maar zorgt in de zomer ook voor aangename koelte. Hij speelt met het licht, laat zich gewillig tooien met klimplanten en creëert een band tussen de woning en de tuin. Een luifel kan gemaakt worden van beton, aluminium of hout. In dit laatste geval wordt meestal eikenhout gebruikt, noordse den of rode ceder. Eikenhout moet beschermd worden met insecten- en schimmelwerende producten en krijgt daarna een lazuurlaagje. Dennenhout is gevoelig voor schimmels, insecten en gure weersomstandigheden en moet daarom onder hoge druk geïmpregneerd worden. Cederhout vraagt vrijwel geen behandeling: het is bijzonder goed bestand tegen weer en wind en krijgt mettertijd een mooie grijze patina.Oude boerderijen en dorpswoningen lenen zich heel goed tot dergelijke constructies. De meeste landelijke gebouwen hebben wel ergens een hoek die naar de tuin gekeerd is, en dat is de ideale plek om een luifel te plaatsen.De minst opvallende luifels worden gewoon bevestigd aan de muur en blijven open aan de zijkanten: twee balken, een paar dwarsbalken, en klaar is Kees. Luifels van grotere afmetingen - dan spreekt men van een afdak - moeten rusten op stenen of houten palen. Deze laatste moeten beschermd worden tegen vocht, bijvoorbeeld door ze op een brede gemetselde sokkel te plaatsen, zodat het regenwater gemakkelijk kan wegvloeien. De proporties dienen zorgvuldig berekend te worden: te zware steunpijlers en horizontale dwarsbalken zijn nefast voor het evenwicht van de constructie, die licht en discreet moet blijven.Een markiesis een luifel van glas, die dan meestal in waaiervorm wordt gemaakt. Zo'n ronde vorm is heel geschikt om aan te brengen boven de voordeur, die hierdoor een subtiel koloniaal sfeertje krijgt. Dit soort afdak bestaat dus uit doorzichtig materiaal, en de structuur is veelal van smeedijzer. Een saai perron-achtig bordes wordt hierdoor omgetoverd tot een gezellig zomers zithoekje.Nog een stapje verder gaat het tuinsas, een soort mini-veranda die de buitendeur beschermt tegen regen en wind. Het sas heeft geen specifieke vorm of afmetingen; men kan er klein tuingereedschap in opbergen, en in de winter biedt het ook ruimte voor niet-winterharde potplanten.Wie niet beschikt over een gesloten tuinhuisje, kan de bouw van een dergelijk sas overwegen: simpel van vorm, discreet van uitzicht en praktisch van afmetingen (denk aan de nodige bergruimte). De structuur is veelal van aluminium (soms gelakt) of hardhout (meranti); de verticale zijwanden hebben vaste of opengaande ramen en het dak is twee- of driebladig.En wat dacht uvan een groene luifel op een metalen structuur? Plaats twee metalen bogen, die vooraf een roestwerende behandeling hebben gekregen, op ongeveer dertig centimeter van elkaar en laat daar klimplanten tegenaan groeien. Het resultaat is schitterend: de toegang tot de tuin krijgt allure...Echte klimplanten hechten zich vanzelf vast aan de steunen; wilde wingerd bijvoorbeeld heeft daarvoor een soort van zuignapjes. Klimop en klimhortensia doen dat met hechtwortels. Lianen of slingerplanten hechten zich vast met hun lange kronkelende takken, of met hechtranken zoals ook clematis en blauweregen. De snelste groeiers onder deze rankerige slingerplanten worden in één seizoen wel vijf tot zes meter hoog.Planten doet u aan de voet van de luifel, in het begin van de lente, wanneer het buiten nog voldoende fris en vochtig is. Omdat de constructie zelf al decoratief is, hoeft u ze niet te verstoppen onder een dichte begroeiing: een lichte groene versiering volstaat.Eigenlijk wordt zo'n luifel bijna een kleine pergola, die verstoppertje speelt onder het groen. Er is keuze te over: uitbundige wilde wingerd of bruidssluier ( Polygonum aubertii), mooie klimrozen of een niet-bladverliezende plant zoals sterjasmijn ( Trachelospernum jasminoides), Clematis armandi of klimop ( Hedera)... Toch moet u vermijden dat de zijsteunen kaal blijven en dat er alleen een bladerdak wordt gevormd. Vaak valt één enkele klimplant te verkiezen, zoals gouden hop ( Humulus lupulus Aureus) of straalstempel ( Actinidia), maar er zijn ook mooie combinaties te maken: rozen en clematis, rozen en kamperfoelie, blauweregen en clematis... RÉGINE CERFONTAINE