Een brede glimlach, een blik recht in de ogen en uitgestoken hand. Luc Huyghe (42) blijkt aan de deur van zijn bedrijf nauwelijks te verschillen van de man die we van het voetbalveld kennen. Club Brugge- Lierse was de laatste match die Huyghe in de hoogste voetbalklasse heeft gefloten. De bedrijfsleider uit Oostnieuwkerke had op 8 oktober officieel aangekondigd dat hij zijn scheidsrechtersfluitje aan de wilgen zou hangen. De vrijgekomen plaats in de Belgische topdrie moet de kans bieden aan jong talent om door te breken, vindt Huyghe. Na 25 jaar als scheidsrechter, waarvan elf jaar in eerste nationale en zeven jaar als Uefa-international, is het welle...

Een brede glimlach, een blik recht in de ogen en uitgestoken hand. Luc Huyghe (42) blijkt aan de deur van zijn bedrijf nauwelijks te verschillen van de man die we van het voetbalveld kennen. Club Brugge- Lierse was de laatste match die Huyghe in de hoogste voetbalklasse heeft gefloten. De bedrijfsleider uit Oostnieuwkerke had op 8 oktober officieel aangekondigd dat hij zijn scheidsrechtersfluitje aan de wilgen zou hangen. De vrijgekomen plaats in de Belgische topdrie moet de kans bieden aan jong talent om door te breken, vindt Huyghe. Na 25 jaar als scheidsrechter, waarvan elf jaar in eerste nationale en zeven jaar als Uefa-international, is het welletjes geweest. Huyghe: "Het wordt ook steeds moeilijker om op mijn leeftijd vier keer per week anderhalf uur te trainen." De comeback van roofingLuc Huyghe is gedelegeerd bestuurder van de familiebedrijven Huro en het Vlaams Asfaltbedrijf Huyghe en Cie. Beide spruiten voort uit het teer- en asfaltbedrijf dat zijn grootvader in 1945 oprichtte. Gaandeweg legde de West-Vlamingen zich toe op de productie en plaatsing van bitumineus materiaal, beter bekend als roofing. Vijftien jaar geleden werd het bedrijf grondig geherstructureerd: de productie werd ondergebracht in het Vlaams Asfaltbedrijf en de dakbedekking in Huro. Terwijl vroeger 80% van het geproduceerde materiaal bestemd was voor de verkoop en de rest naar het eigen plaatsingsbedrijf ging, is het nu net andersom. Huyghe: "Wij zijn wellicht een van de kleinste producenten in België, maar onze producten hebben een bijzonder goede naam. Het heeft geen zin dat wij tegen grote producenten zoals Derbigum en Polygum gaan concurreren. Onze sterkte ligt in de combinatie van het product en het vakmanschap waarmee het geplaatst wordt." De industriële dakbedekker Huro is dagelijks gemiddeld op vijftien werven in België aan de slag en was het afgelopen jaar goed voor 300.000 vierkante meter dakbedekking. Het succes van Huro heeft alles te maken met de comeback van roofing als bedekkingsmateriaal. De trauma's die lekkende daken in de jaren zeventig en tachtig hebben veroorzaakt, zijn langzaam verwerkt. Het nieuwe materiaal is elastischer, laat zich makkelijker hanteren en heeft ook een langere levensduur. De klanten van Huro zijn vooral industriële werven en aannemers. Het bedrijf werkt zelf voor 80% met onderaannemers. "Dat is heel gewoon," aldus Luc Huyghe. "Bijna iedere dakdichter heeft zijn vaste constructeur. Zij hebben ervaring met het product en garanderen de beste timing." De groei van het bedrijf laat zich vooral uit het personeelsbestand aflezen. Bij de oprichting van Huro, vijftien jaar geleden, waren er tien dakbedekkers in dienst. Nu zijn dat er zestig. "De enige manier om onze omzet te laten groeien is door meer personeel aan te nemen," zegt Huyghe.Die omzet stond in 2001 op 7,57 miljoen euro. Een cijfer dat volgens Huyghe "erg relatief" is. "Wij zijn bijvoorbeeld afhankelijk van een grillige factor als het weer. Een jaar telt gemiddeld 200 werkdagen. Als er door slecht weer een dag wegvalt, betekent dat een omzetverlies van 38.000 euro."Al even bepalend voor de zaken van Huyghe en Huro is de conjunctuur in de bouwsector. De stagnering - om het niet weer over crisis te hebben - laat zich ook in het orderboek van Huyghe gevoelen. "Wij kunnen de gaten op dit moment gelukkig opvullen met renovatieopdrachten. Maar ik merk sinds 11 september 2001 toch een algemeen pessimisme, een soort verlammende gelatenheid waardoor er minder wordt gebouwd."Wouter De Broeck [{ssquf}]"Ik merk sinds 11 september 2001 een algemeen pessimisme, een soort verlammende gelatenheid waardoor er minder wordt gebouwd."