Centrale banken, te beginnen bij de Federal Reserve, beginnen in 2015 de intresten op te trekken. Maar dat luidt geen terugkeer naar de normaliteit in. Er komt een nieuwe splitsing in de G7-groep van rijke landen aan, die wijst op uiteenlopende wegen in 2015 en later.
...

Centrale banken, te beginnen bij de Federal Reserve, beginnen in 2015 de intresten op te trekken. Maar dat luidt geen terugkeer naar de normaliteit in. Er komt een nieuwe splitsing in de G7-groep van rijke landen aan, die wijst op uiteenlopende wegen in 2015 en later. Nog nooit waren de rentevoeten zo laag of bleven ze zo lang stabiel. Om te zien hoe ongewoon de voorbije zes jaar wel waren, hoeven we maar te kijken naar de twee landen die in de eerste fase van de bankencrisis het zwaarst getroffen werden. In de honderd jaar voor de start van de crisis in 2008 waren er in Groot-Brittannië liefst 370 renteaanpassingen, bijna één per kwartaal. Maar sinds ze in 2009 tot 0,5 procent zakte, heeft de rente van de Bank of England niet meer bewogen. De Amerikaanse Federal Reserve hield de rente zes jaar onveranderd, wat behalve in de periode van de Depressie ongezien was. Overal in de rijke wereld deed zich een soortgelijk patroon voor: de intresten zakten naar de bodem en bleven daar. Het zou echter verkeerd zijn ervan uit te gaan dat wat naar beneden gaat, uiteindelijk ook weer naar boven moet. In Japan leidde de beurscrash van 1989 tot een diepe recessie. Sinds 1996 zijn de rentevoeten van de Bank of Japan niet meer boven het procent uitgestegen. Goedkoop geld heeft niet tot een galopperende inflatie geleid. Die bedroeg sinds de crash minder dan 0,5 procent per jaar en tussen 1991 en 2005 zijn de huizenprijzen elk jaar gedaald. Groeipessimisten als Larry Summers van de universiteit van Harvard denken dat het Westen een nieuwe fase van 'bestendige stagnatie' (lage groei, lage inflatie, lage intresten) wacht, vergelijkbaar met de Japanse malaise. Om op tijd een hint te krijgen over rentestijgingen in 2015, moeten snuggere investeerders de arbeidsmarkt onder de loep nemen, nog meer dan de groei of de inflatie. In de Verenigde Staten is de werkloosheidsgraad, die in 2009 piekte op 10 procent, intussen tot minder dan 6 procent gedaald. Een verdere daling is niet uitgesloten. Het is mogelijk dat de werkloosheidsgraad stilaan de 5,5 procent bereikt, de grens die de Federal Reserve beschouwt als het niveau waarop de druk op de lonen en de prijzen begint toe te nemen. De Amerikaanse centrale bank gaat de G7 aanvoeren door als eerste haar rente op te trekken. Velen verwachten dat de Bank of England (BoE) dat voorbeeld snel volgt, en sommigen verwachten zelfs dat ze de eerste zet doet. Maar hoewel 2014 een goed jaar was met aanhoudende groei en dalende werkloosheid, wil de BoE omzichtiger te werk gaan. In Groot-Brittannië wordt een stijging van de rente pas waarschijnlijk als de werkloosheidsgraad daalt tot 5 procent of zo. Dat wil zeggen dat zowat 350.000 werkloze Britten een job moeten vinden. Zelfs als er in een vrij snel tempo jobs gecreëerd worden, gebeurt dat waarschijnlijk pas na de algemene verkiezingen in mei. Een hoge productiviteitskloof geeft ook aan dat het in Groot-Brittannië langer kan duren voor de loondruk oploopt. Ontwikkelingen in het buitenland zetten een domper op de Britse inflatie. In heel Europa zijn er 25 miljoen werklozen. De Britse beleidslui zien in dat ze rekening moeten houden met die onaangesproken pool van arbeidskrachten, waarvan velen naar Groot-Brittannië kunnen en in vele gevallen willen verhuizen. De Europese Centrale Bank (ECB) verhoogt in 2015 de rente niet. Onder de landen van de eurozone blijft Italië het acuutste probleem vormen. Het gevaar bestaat dat zijn overheidsschuld, die een kwart van de obligaties in de eurozone voortbracht, door het ratingbureau Standard & Poor's gedegradeerd wordt tot BBB-. Dat is amper één stapje verwijderd van de rommelstatus. Ook de bezorgdheid over Frankrijk neemt toe. Zijn economie wordt op de proef gesteld door het driejarenplan waarmee president François Hollande 50 miljard euro overheidsbestedingen wil uitsparen en een belastingverlaging van 40 miljard euro wil doorvoeren. Dat is een zinvolle doelstelling op lange termijn, maar de combinatie van strengere kredietvoorwaarden bij de Franse banken en strakker budgettair beleid, belooft niet veel goeds voor 2015. Voor Japan wordt 2015 een jaar op het scherp van de snede. Net als de ECB blijft de Bank of Japan het hele jaar door in de ontspanningsstand staan. Dat moet de groei en de inflatie aanmoedigen. Maar de verhoging van de btw (van 8 naar 10 %) die voor oktober 2015 gepland is, doet de angst toenemen naarmate het jaar vordert. De vorige sprong (van 5 naar 8 %) leidde tot een scherpe inkrimping van de Japanse economie in 2014. Alles bij elkaar wordt 2015 een tweesporenjaar. Zelfs op het hoge rentepad dat de Verenigde Staten en Groot-Brittannië bewandelen, nemen de intresten niet veel toe. In de Verenigde Staten wordt gemopperd over de grote groepen arbeidskrachten die het opgegeven hebben en 'inactief' worden, en in Groot-Brittannië over de lage lonen. Maar wie zich op het lage rentepad bevindt, heeft meer om zich zorgen over te maken. Het gevaar is reëel dat Japan stagneert en dat men in de eurozone begint te kijken naar Japan als een voorbeeld voor de toekomst. De auteur is economieredacteur van The Economist.RICHARD DAVIESWie zich op het lage rentepad bevindt, heeft meer om zich zorgen over te maken.