Beleggers kunnen met twee tegendraadse scenario's inspelen op de trends van 2015. Een eerste heeft te maken met energie. Een van de meest opmerkelijkste prijsevoluties in de tweede jaarhelft is die van de ruwe olie. Een vat Brent uit de Noordzee kostte in juni nog 115 USD; minder dan zes maanden later was dit nog maar 58 USD. De Amerikaanse West Texas Intermediate (WTI)-variant maakte een vergelijkbare prijsdaling door. Het gaat wat te ver om dat enkel toe te schrijven aan de vraag en het aanbod. Dat er in 2015 een overaanbod zou zijn door de hogere Amerikaanse productie, was ook in de eerste jaarhelft al een bekende factor. Bovendien staat de verwachte evolutie aan de vraagzijde (tragere groei van de consumptie) haaks op het signaal van de hoge beurskoersen dat alles economisch opperbest gaat. De verschuivingen in het fundamentele marktevenwicht kunnen nooit van die aard zijn dat ze een correctie met 50 % in een halfjaar verantwoorden.
...

Beleggers kunnen met twee tegendraadse scenario's inspelen op de trends van 2015. Een eerste heeft te maken met energie. Een van de meest opmerkelijkste prijsevoluties in de tweede jaarhelft is die van de ruwe olie. Een vat Brent uit de Noordzee kostte in juni nog 115 USD; minder dan zes maanden later was dit nog maar 58 USD. De Amerikaanse West Texas Intermediate (WTI)-variant maakte een vergelijkbare prijsdaling door. Het gaat wat te ver om dat enkel toe te schrijven aan de vraag en het aanbod. Dat er in 2015 een overaanbod zou zijn door de hogere Amerikaanse productie, was ook in de eerste jaarhelft al een bekende factor. Bovendien staat de verwachte evolutie aan de vraagzijde (tragere groei van de consumptie) haaks op het signaal van de hoge beurskoersen dat alles economisch opperbest gaat. De verschuivingen in het fundamentele marktevenwicht kunnen nooit van die aard zijn dat ze een correctie met 50 % in een halfjaar verantwoorden. Zoals u in de obligatierubriek van het A-nummer kon lezen, wordt de daling voor een groot deel georkestreerd door financiële partijen, waarbij de politieke agenda nooit ver weg is. Zo wordt vooral Rusland op dit moment zwaar getroffen door de lagere olieprijs, en dat komt het Westen helemaal niet slecht uit. De Verenigde Staten kunnen grotendeels zelf voorzien in hun energiebehoefte, en ook de landen die de plak zwaaien in het OPEC-kartel (Saoedi-Arabië, Koeweit) beschikken over voldoende valutareserves. Goedkope olie heeft veel gunstige bijwerkingen voor consumenten en bedrijven, maar staat haaks op de inflatiedoelstellingen van de centrale banken. De vraag die op ieders lippen brandt, is waar de bodem ligt. Technische analyse toepassen op de olieprijs om een goed instapmoment te kiezen, bleek de jongste maanden een hopeloze zaak. Verschillende indicatoren staan al maandenlang op zwaar oververkocht, maar de prijs blijft dalen. Brent Crude oil future turbo long (laag risico) Isin-code: NL0010993762 Munt: EUR Financieringsniveau: 37,88 Referentieprijs: 59 Stoploss: 39,4 Hefboom: 2,79 Koers: 16,94/16,96 Bij deze turbo long van uitgever ABN Amro Markets noteert de prijs van een vat WTI nog bijna 50 % boven de stoploss. Een voldoende hoge veiligheidsmarge dus, maar wel een relatief lage hefboom. Brent Crude oil future turbo long (gemiddeld risico)Isin-code: NL0009607332 Munt: EUR Financieringsniveau: 47,45 Referentieprijs: 59 Stoploss: 49,4 Hefboom: 4,96 Koers: 3,72/3,74 Hier ligt de stoploss exact 10 USD hoger dan in het vorige voorbeeld. Daardoor is ook de afstand tot de referentieprijs verkleind naar 19 %. Dit wordt gecompenseerd door een hogere hefboom. Een tweede tegenstrijdig scenario gaat over de evolutie van de Amerikaanse aandelenbeurzen. De S&P500 bereikte eerder deze maand een nieuw nominaal recordniveau van bijna 2080 punten. De referentie-index van vijfhonderd grootste Amerikaanse aandelen liet dit jaar al 48 nieuwe records noteren, een cijfer dat voor het laatst in 1929 werd opgetekend. Daarnaast zijn er nog talrijke andere knipperlichten. De zogenoemde Shiller p/e of 'cyclical adjusted price/earnings' (CAPE) die rekening houdt met de historische winsten, staat zelfs op bijna 27 en wijst dus op een nog grotere overwaardering. De wilde bewegingen van de volatiliteitsindexen zijn nog een ander oranje knipperlicht. Sinds de minicrash van oktober, die wel opvallend snel uitdoofde, is de volatiliteit op dagbasis sterk toegenomen. Daarnaast wordt de stijging gedragen door een beperkt aantal aandelen. Anders gezegd, de basis van de rally is erg smal en dit is geen gezonde situatie. Komt daarbij dat ook de volumes relatief laag liggen. Tot slot wijzen we nog op het erg optimistische sentiment bij investeerders. Uit een onderzoek dat Investors Intelligence eerder deze maand voerde, bleek dat het aantal 'beren' zich met 13,9 % op een absoluut dieptepunt bevindt. Vrijwel alle analisten en beleggers zijn dus positief voor 2015, en dat is een erg gevaarlijke situatie. Zijn die argumenten een garantie dat de S&P500 op korte termijn zal dalen? Uiteraard niet. Dezelfde argumentatie konden we ook een halfjaar geleden al aanvoeren en toch zijn de indexen verder gestegen. Maar de lucht waarin aandelen zich moeten bewegen, wordt steeds ijler. Er zijn verschillende manieren waarop beleggers kunnen inspelen op een daling van de S&P500. Dit kan onder meer via inverse trackers, putopties op de index en natuurlijk ook hefboomproducten. Het voordeel van die laatste is dat u als belegger de investering beperkt kan houden. Daarnaast zijn er erg veel uitgevers die zulke producten aanbieden, wat garant staat voor lage spreads en een grote keuze aan stoplossniveaus, naargelang uw risicoprofiel. S&P500 Sprinter short (gemiddeld risico) Isin-code: NL0010954335 Munt: EUR Financieringsniveau: 2475,45 Referentieprijs: 1982,68 Stoploss: 2403 Hefboom: 4 Koers: 3,96/3,99 Bij deze sprinter short van uitgever ING bevindt de stoploss zich iets meer dan 21 % boven de huidige stand van de S&P500. De kans is erg klein dat de toonaangevende Amerikaanse beursindex nog eens een vijfde hoger kan klimmen.