Driemaal is scheepsrecht, zegt het spreekwoord, maar hoe zit dat in het fiscale recht? Miljoenen belastingen worden geïnd in een of twee stappen: aangeven en betalen, en klaar is kees. Maar wat gebeurt er als de belastingplichtige en de fiscus het niet eens raken? In de goede oude tijd werden dan drie fases doorlopen: de taxatiefase bij de controleur, de bezwaarfase bij de gewestelijke directeur en de beroepsfase bij het hof van beroep. Later heeft de wetgever daar telkens een stap tussengeschoven, zodat er vijf fasen zijn: de inspecteur, de adviseur-directeur, de gewestelijke directeur, de fiscale rechtbank van eerste aanleg en het hof van beroep. In de bezwaarfase bij de gewestelijke directeur is er nog een bemiddeling door een speciale Bemiddelingsdienst mogelijk.
...

Driemaal is scheepsrecht, zegt het spreekwoord, maar hoe zit dat in het fiscale recht? Miljoenen belastingen worden geïnd in een of twee stappen: aangeven en betalen, en klaar is kees. Maar wat gebeurt er als de belastingplichtige en de fiscus het niet eens raken? In de goede oude tijd werden dan drie fases doorlopen: de taxatiefase bij de controleur, de bezwaarfase bij de gewestelijke directeur en de beroepsfase bij het hof van beroep. Later heeft de wetgever daar telkens een stap tussengeschoven, zodat er vijf fasen zijn: de inspecteur, de adviseur-directeur, de gewestelijke directeur, de fiscale rechtbank van eerste aanleg en het hof van beroep. In de bezwaarfase bij de gewestelijke directeur is er nog een bemiddeling door een speciale Bemiddelingsdienst mogelijk. Daarnaast kunnen er vooraf rechtszaken worden gevoerd -- de zogenoemde pretaxatiegeschillen, zoals in de zaak-De Gucht. Andere rechtszaken vinden achteraf plaats, zoals disputen met de ontvanger en genadeverzoeken. En dan zijn er nog de veeleer uitzonderlijke stappen bij het Hof van Cassatie of de Europese hoven in Luxemburg en Straatsburg. Last but not least hebben ernstige fraudegevallen een strafrechtelijk staartje, meestal eigenlijk een hele lange staart. Door de band moeten niet minder dan zeven magistraten of instanties worden overtuigd: de procureur, de onderzoeksrechter, de raadkamer, de procureur-generaal, de kamer van inbeschuldigingstelling, de correctionele rechtbank van eerste aanleg en het hof van beroep. De zwaar belaste burger of onderneming mag zich gelukkig prijzen dat hij niet zo gauw tegen zijn wil moet betalen. Maar de rechten van de verdediging zijn verzekerd. Twaalfmaal moet de fiscus aanleggen om te belasten en te bestraffen. Twaalfmaal krijgt de belastingplichtige de kans het allemaal uit te leggen en allerlei kwesties op te werpen. Twaalfmaal krijgt hij de kans een ambtenaar of een magistraat te treffen die hem ergens wel wil volgen. Twaalfmaal kan er ook een factuur van de advocaat in de bus vallen, sinds dit jaar met 21 procent btw erbovenop. De fiscus wint dan twaalfmaal een beetje, ook als hij verliest. Kan het echt niet een beetje minder? Willen we, nu de spontane regularisatie sinds Nieuwjaar verlopen is, nog eindelozer procederen? De regularisatiewet noemde zwart geld 'verjaard kapitaal' en liet toe dat wit te wassen tegen een tarief van 35 procent. Nu moeten de 'illegale voordelen' verbeurd worden verklaard. Omdat de belasting daarop hoe dan ook verjaard is, is er van de vijf administratieve stappen geen sprake meer. Als de procureur kiest voor een rechtstreekse dagvaarding, zijn we weer beland bij het goede oude driemaal is scheepsrecht: de procureur onderzoekt en vordert; de rechtbank van eerste aanleg verbeurt; en het hof van beroep bevestigt of annuleert. Klaar is kees. De wetgever moet ook eens nadenken over een vereenvoudiging. Ik denk aan een verder doorgedachte una via. De minder ernstige zaken worden dan administratief afgehandeld: eerst onderzoekt en vordert de inspecteur; daarna volgen het administratieve beroep bij de gewestelijke directeur en het gerechtelijke beroep bij de rechtbank van eerste aanleg. Die laatste oordeelt definitief als een beroepsinstantie, zoals na een vonnis van de vrederechter of de politierechter. De zwaardere gevallen volgen de strafrechtelijke weg: de procureur onderzoekt en vordert, met de fiscus als benadeelde partij; de rechtbank van eerste aanleg oordeelt zowel over de belasting als over de straf; idem voor het hof van beroep. Dit is mijn vraag aan de procureurs: kunnen we van de rechtstreekse dagvaarding geen stevige stok achter de deur maken voor de restitutie en de repatriëring van de bergen zwart geld die niet op de laatste regularisatie zijn afgekomen? De auteur is directeur bij de Bijzondere Belastinginspectie. KAREL ANTHONISSENKunnen we van de rechtstreekse dagvaarding geen stok achter de deur maken voor de restitutie van de bergen zwart geld die niet op de laatste regularisatie zijn afgekomen?