Over het Derde Rijk en de Tweede Wereldoorlog zijn al duizenden boeken geschreven. Maar één aspect van nazi-Duitsland bleef decennialang onderbelicht: de economie. De Britse historicus Adam Tooze heeft met het magistrale De economie van de vernietiging deze lacune opgevuld. Het boek, dat al in 2006 verscheen onder de titel Wages of Destruction, heeft nu een Nederlandse vertaling. In bijna 1000 bladzijden brengt Tooze een gedetailleerde financieel-economische geschiedenis van Duitsland tussen 1933 en 1945.
...

Over het Derde Rijk en de Tweede Wereldoorlog zijn al duizenden boeken geschreven. Maar één aspect van nazi-Duitsland bleef decennialang onderbelicht: de economie. De Britse historicus Adam Tooze heeft met het magistrale De economie van de vernietiging deze lacune opgevuld. Het boek, dat al in 2006 verscheen onder de titel Wages of Destruction, heeft nu een Nederlandse vertaling. In bijna 1000 bladzijden brengt Tooze een gedetailleerde financieel-economische geschiedenis van Duitsland tussen 1933 en 1945. Tooze ontkracht heel wat mythes. Zoals die dat het Duitsland van Adolf Hitler in de eerste jaren van zijn kanselierschap, pakweg tussen 1933 en 1936, een groot economisch succesverhaal werd dankzij de aanleg van de eerste Autobahnen en de opkomst van onder andere de Volkswagen Kever, de eerste auto die voor iedereen betaalbaar moest zijn. Tooze relativeert dat. De aanleg van een netwerk van autosnelwegen leverde amper honderdduizend jobs op. En de eerste Volkswagens waren nog altijd te duur in vergelijking met de Amerikaanse Ford-modellen. Het klopt dat de hoge werkloosheid -- 6 miljoen in 1933 -- in nazi-Duitsland snel afnam, maar dat was enkel en alleen te danken aan de keuze van de nazi's om van bij het begin in te zetten op de uitbouw van een oorlogseconomie. Hitler en co wilden geen tijd verliezen, want ze wilden Europa onder controle krijgen vooraleer de Verenigde Staten tot een echte mondiale grootmacht uitgroeiden en bij een oorlog als aloude bondgenoot van de Britten een bedreiging zouden vormen voor Duitsland. De opbouw van een oorlogseconomie verliep zeer traag. Duitsland was voor de wapenproductie afhankelijk van buitenlandse grondstoffen. Die massale import, gekoppeld aan een kapitaalvlucht ten gevolge van de Jodenvervolging, veroorzaakte geregeld een deviezencrisis in Duitsland. Het land kampte constant met betalingsbalansproblemen en daarom moest de uitbouw van een machtig leger vaak worden uitgesteld. In 1939, net voor de inval in Polen, had Duitsland een sterk leger, maar was het te zwak om een oorlog tegen een internationale coalitie te winnen. Hitler sloot toen een pact met de Sovjet-Unie. In 1941 viel Hitler Rusland toch binnen, dat hij zag als een soort van grote kolonie die kon worden leeggeroofd. Een vergeten aspect van die oorlog was het Duitse 'hongerplan'. De Russische bevolking werd uitgehongerd en de Oekraïense graanopbrengsten moesten worden aangeslagen om de Duitse bevolking te voeden. Hitlers veroveringsplan mislukte al in december 1941, in de vrieskou voor de poorten van Moskou. Nazi-Duitsland moest nu een oorlog voeren op twee fronten tegen twee performante economieën: het koppel VS-Groot-Brittannië en de Sovjet-Unie. Dat de nazi's het nog vier jaar hebben volgehouden, was te danken aan minister van Bewapening, Albert Speer, die de hele burgerlijke economie in dienst stelde van de wapenproductie. Tegen 1945 was de industriële overmacht van de geallieerden toch te groot en ging het Derde Rijk ten onder. Adam Tooze, Economie van de vernietiging. Opkomst en ondergang van de nazi-economie, Spectrum, 2015, 910 blz., 39,95 euro ALAIN MOUTON