O scar-tijd. Maar zonder Vlaamse kandidaten die meedingen naar de trofee van beste buitenlandse film. Ooit was dat anders. Stijn Coninx deed in 1992 met Daens een gooi naar zo'n gouden beeldje. Twee jaar geleden deed Dominique Deruddere met Iedereen beroemd een gooi naar de lauweren voor beste buitenlandse film. Beiden leerden het klappen van de zweep onder producer Erwin Provoost, een van de frontlieden in de Vlaamse cinema.
...

O scar-tijd. Maar zonder Vlaamse kandidaten die meedingen naar de trofee van beste buitenlandse film. Ooit was dat anders. Stijn Coninx deed in 1992 met Daens een gooi naar zo'n gouden beeldje. Twee jaar geleden deed Dominique Deruddere met Iedereen beroemd een gooi naar de lauweren voor beste buitenlandse film. Beiden leerden het klappen van de zweep onder producer Erwin Provoost, een van de frontlieden in de Vlaamse cinema. Schrijver-journalist-regisseur Marc Didden en Provoost schreven begin jaren tachtig filmgeschiedenis. Ze vielen in 1983 met hun eerste film, Brussels by night, op het filmfestival van San Sebastián meteen in de prijzen. Voor een film die werd gedraaid met 37.000 euro cash was dat een onverhoopt succes. Regie-assistent was toen trouwens de nog onbekende Deruddere. Het hek was van de dam en Provoost had zijn roeping gehoord. Vandaag zit Provoost twintig jaar in het vak en is hij de voorzitter van de Vlaamse producentenbond. Zijn bedrijf MMG ( Multimedia Groep) groeide uit tot een gedifferentieerde onderneming. De jongste jaren schommelt de omzet rond 2,5 miljoen euro. Daarvoor steunt MMG in de eerste plaats op televisiewerk. Het succes van de topseries Windkracht 10 en Flikken is daar natuurlijk debet aan. Voor die stabiele omzet betaalde Provoost wel een prijs: het is van 1996 geleden dat hij nog eens een langspeelfilm produceerde. Voorzichtigheid en oog voor continuïteit lijken dan ook zijn handelsmerk. "Televisiewerk is leuk en levert ons een basis om andere projecten te organiseren," pareert Provoost de kritiek van cineasten die televisiewerk schuwen. Hij zou wel eens gelijk kunnen krijgen: er staan twee langspeelfilms in de steigers bij MMG, waarvan een trouwens door Dominique Deruddere zal worden geregisseerd. In de sector geldt Provoost als een overlever. Hij is de realist in de Vlaamse filmwereld. Toch is hij ook altijd een dromer geweest, al leek de jongste jaren de voorzichtige kant van Provoost de bovenhand te halen. Het volstaat om naar de indrukwekkende filmografie te kijken om de avontuurlijke kant te vatten. Provoost produceerde topfilms met Amerikaanse topacteurs en kaskrakers met Vlaamse volkskomieken: Crazy love, Wait until spring Bandini, Max, Hector en Koko Flanel .Na de ontgoochelende recettes van De zevende hemel (1993) en Oeroeg (1993) zocht de producent echter de stabiliteit van het televisiewerk op. Toeval speelt een belangrijke rol in zijn leven. Dat Provoost in 1997 scoorde met de successerie Windkracht 10, heeft alles met zijn jeugd te maken. Hij groeide immers op in Koksijde en moest iedere dag op weg naar het atheneum van Veurne langs de luchtmachtbasis van Koksijde. Zijn jongensdroom was dan ook de luchtmacht. "Maar ik werd afgekeurd," zegt hij. "En toen besloot ik bijna toevallig om filmschool te volgen. De losse sfeer op de toneelschool, het Rits, sprak me aan." En daar begon het allemaal. Al tijdens zijn studies fungeerde Provoost als filmstagiair bij Pallieter in 1974. In 1976 studeerde hij af en begon meteen als productieleider voor Rubens. De jaren daarna werkte hij freelance mee aan een tiental producties. Tegelijk was hij het hart van Deprez & Provoost bij omroep Brabant, later Radio 2. "Zo leerde ik theatercriticus Wim Van Gansbeke kennen. Die introduceerde me in het theater en dus deed ik enkele toneelproducties." Toen Provoost in 1978 Marc Didden leerde kennen terwijl ze voor de toenmalige BRT een documentaire over de punkbeweging draaiden, maakte het duo plannen voor een film. Die liet nog enkele jaren op zich wachten, maar was voor heel wat aankomend cinematalent een mijlpaal. "We hebben Brussels by night gemaakt met een zeer klein budget. En toch hadden we dertig man in dienst die tegen strikte minimumvoorwaarden moesten werken. Dat kon omdat we een bende jonge gasten waren die ervan droomden hun rol op te eisen." Investeerders bleken destijds moeilijk te overtuigen. Uiteindelijk kwam concertorganisator Herman Schuermans over de brug. Provoost: "Het was een boeiende periode: niemand wilde ons geld geven. Toen we een tweede film wilden maken, veranderde dat snel." Maar oog voor diversificatie had Provoost ook toen al. In de eerste jaren van MMG wist het productiebedrijf het hoofd boven water te houden dankzij het opzetten van modeshows voor de kledingketen C&A. "Dat zorgde voor een constante basisomzet," zegt Provoost. "Continuïteit is geen kwestie van een succesformule uitdokteren voor films, maar een antwoord geven op de vraag hoe je van de filmindustrie in Vlaanderen een serieuze business kan maken." De Vlaamse filmindustrie kende tot begin jaren negentig een gunstige evolutie. Die was ook te danken aan particuliere investeerders. Onder andere het gewraakte Superclub, dat intussen failliet ging, investeerde twee keer in films van Provoost. Met de nominatie van Daens voor een oscar leek de Vlaamse film eindelijk gelanceerd, maar uiteindelijk bleek Daens het tijdelijke hoogtepunt van een professionalisering. "De subsidies waren niet meegegroeid met de kostprijs van films," verklaart Provoost. "Bovendien werd de concurrentieslag steeds groter, want elk jaar komen er meer films uit." De overheid stuurde onlangs haar beleid bij. Vanaf dit jaar komt er een speciaal Filmfonds - officieel vzw Vlaams Audiovisueel Fonds - met een subsidiëringsbudget van 12,4 miljoen euro. Dat is een verhoging met dik 60%. De centrale rol in de toekenning van de subsidies krijgt filmintendant Luckas Vander Taelen, zelf gewaardeerd filmer en Europarlementslid voor Agalev. Hij geniet het vertrouwen van de sector. Voorts hopen de filmmakers dat er nu eindelijk ook fiscale voordelen komen voor particuliere investeerders die centen veil hebben voor Vlaamse films. Tenslotte gaat het toch om een stukje van onze cultuur, denken ze dan. En er staat een nieuwe generatie klaar, zegt Deruddere. Hij heeft het dan over Frank Van Passel, die momenteel met Villa des Roses de zalen onveilig maakt, en over Vincent Bal, die de hartverwarmende kinderklassieker Minoes inblikte. Roeland Byl Tv- en filmproducent"Continuïteit is geen kwestie van een succesformule uitdokteren voor films."