"We begonnen naar de vermisten te zoeken, keken rond en riepen in de kloof tussen de rotswand en de gletsjer. In de sneeuw lagen de helm van Dré en een eind touw. Door de val was het dikke klimkoord in stukken gebroken. Van Mon vonden we zijn wollen wanten en zijn rugzak. Een breed spoor liep naar een spleet, ongeveer zestig meter verderop. We bonden ons aan een touw vast en gingen naar die kloof. Onze vrees werd bewaarheid: meer dan twintig meter in de diepte lagen de lichamen van onze drie kameraden. We konden niets meer voor hen doen."
...

"We begonnen naar de vermisten te zoeken, keken rond en riepen in de kloof tussen de rotswand en de gletsjer. In de sneeuw lagen de helm van Dré en een eind touw. Door de val was het dikke klimkoord in stukken gebroken. Van Mon vonden we zijn wollen wanten en zijn rugzak. Een breed spoor liep naar een spleet, ongeveer zestig meter verderop. We bonden ons aan een touw vast en gingen naar die kloof. Onze vrees werd bewaarheid: meer dan twintig meter in de diepte lagen de lichamen van onze drie kameraden. We konden niets meer voor hen doen." Deze dramatische passagelees ik in Orkaan op de ijskap, het relaas dat professor Louis Beyens en journalist André Peeters schreven over de Belgische Trans-Groenland-expeditie (uitgegeven door Lannoo, 1990). De tragedie dateert al uit 1978, toen Louis Beyens deel uitmaakte van een Belgische klimexpeditie. Bij de afdaling van de zelden overwonnen Storebror (Deens voor Grote Broer) werden vier mannen verrast door schuivende sneeuw. Drie van hen werden meegsleurd in een gletsjerspleet en kwamen om. Een vierde werd vrij ernstig gewond. Om hem te redden, moest Beyens zonder betrouwbare kaarten en zonder veel materieel op zoek naar een eskimodorp met een radiopost om een helikopter op te roepen. De overhandiging van het boek is Beyens' antwoord op mijn vragen over het klimongeval, nota bene zijn eerste kennismaking met het noordpoolgebied. Hij spreekt er liever niet meer over. Laat de wonde maar dicht, hij heeft al voldoende tijd om erover te woelen. Niet zelden trekt hij er immers op zijn eentje op uit in Groenland of nog noordelijker, binnen de poolcirkel. Meer dan eens al werd het barre klimaat hem er ei zo na noodlottig. Als er al even geen sneeuwstorm, geen orkaan en geen lawine losbreekt, blijft er de onmenselijke koude. Of doemt een ijsbeer op. "Het klinkt wat lachwekkend, maar ooit verloor iemand echt zijn hoofd toen hij het buiten de tent stak en een beer toehapte."In zijn jongste boek, Het masker van de raaf - Leven in het noordpoolgebied (Atlas, 1997), doemen de ijsberen steeds weer op. Hun knuffelgehalte mag dan nog hoog lijken te scoren, in werkelijkheid vallen vooral hun enorme kracht en verrassende wreedheid op. "Het zijn ook erg nieuwsgierige dieren", heeft Beyens ervaren. "Zelfs als je in een hut kan schuilen voor hen, komen ze nog kijken wat er gaande is." Uit het Groenland-boek: "De volgende nacht maakte een luid kabaal me rond drie uur wakker. Ik zag Paul met een geweer door de hut springen. Een beer had met zijn voorpoten een raam uitgeduwd en het gerinkel van het glas had mijn collega gewekt. Een schot in de lucht was voldoende om het dier weg te doen hollen." Aan professor Zonnebloemof andere bordkartonnen clichés in academische middens doet Louis Beyens hoegenaamd niet denken. In de plaats van de verstrooide, tobberige professor, ontmoeten we een sportieve, alerte man. Hij stort ook geen hautain klinkende emmers vakjargon over zijn toehoorders uit, al wil hij het gesprek wel degelijk in de richting van zijn werk krijgen. Beyens combineert zijn zucht naar avontuur immers met zijn opdrachten als veldbioloog. De doctor in de wetenschappen specialiseerde zich in ecologie, biogeografie en de levensgemeenschapsstructuren van eencelligen in de arctische gebieden.Het gesprek heeft plaats in zijn kantoor aan het Universitair Centrum Antwerpen (voor iemand die smoor is op de wijde natuur, moet dit lokaal claustrofobisch overkomen). Geregeld veert hij op. Hij toont de tochten en plaatsen op de ruime wandkaarten. Zoals Zackenberg in Noordoost-Groenland, waar hij deze zomer wekenlang veldwerk verrichtte. Bij zijn onderzoek over de gemeenschappen van eencelligen en hogere planten stuit hij ook op de weerslag van de milieuverloedering. "Op de noordpool merk je de gevolgen het duidelijkst. De polen vormen zelfs het ecologische geheugen van de wereld." Onvermijdelijk komt de vraag of het broeikaseffect op de aarde al dramatische proporties aanneemt. "De dikte van het zee-ijs is al afgenomen. Tegen 2030 à 2050 wordt verwacht dat de aarde één of een paar graden zou opwarmen. Dit betekent vrijwel niets in grote gebieden van de wereld, maar wel zeven tot acht graden aan de polen." Dit klinkt dramatisch. Beyens blijft behoedzaam: "Samen met professor Impens hebben we een team gevormd dat nu een groots onderzoek opzet naar zulke gevolgen. Op bepaalde plaatsen simuleren we de opwarming." Volgende zomerreist Beyens eindelijk in comfortabele omstandigheden naar het poolgebied. Hij begeleidt immers de spectaculaire cruise naar Spitsbergen, georganiseerd door de gespecialiseerde touroperator Asteria Travel van Antarctica-fanaat Herman Hannon. Beyens vergezelde Hannon overigens al een paar maal op cruises naar het zuidpoolgebied. Zelf verkiest hij evenwel het noorden. Je moet het daar weliswaar zonder pinguïns stellen, maar voor een Belgische wetenschapper bevat de noordelijke ijskap boeiender materiaal: "Tijdens de ijstijden behoorde ons land als het ware tot het noordpoolgebied. De plantengemeenschappen die we nu helemaal in het noorden vinden, leveren dus informatie over de ontwikkeling van de biotopen in deze streken." Ook cultureel is het noorden veel interessanter. "Ja, de eskimocultuur wordt wel degelijk bedreigd. Ze wordt overspoeld door westerse invloeden", beseft Beyens. "Ze worden zelfs geconfronteerd met de pollutie die wij veroorzaken en via de water- en luchtstromingen bij hen terechtkomen, waardoor de voedingsketen finaal in het gedrang komt."Op het traditionele menu van de eskimo staat ook zeehond. Op dit vlak houdt Beyens er duidelijk een andere mening op na dan de milieu-organisatie Greenpeace. Hij vindt het immers geoorloofd dat eskimo's blijven jagen op zeehonden. "De milieu-organisatie heeft mijn standpunt inmiddels goedgekeurd. Een eskimo slacht die beesten immers niet massaal af. Het totale verbod om zeehondenhuiden uit te voeren, was zeer nefast voor enkele eskimodorpen." Dragen cruises of andere reizen (de hypocriete omschrijving ecotoerisme ten spijt) niet nog meer bij tot de ontwrichting van deze kwetsbare culturen? Denk maar aan de horden trekkers die Nepal ingepalmd hebben en er - vaak zelfs met de beste bedoelingen - de authentieke culturen dreigen te vermorzelen onder hun dure, modieuze stapschoenen. "Een goede reisorganisator zorgt ervoor dat er respect en bewustwording gecreëerd worden. Hij bereidt zijn gezelschap voor op een doortocht door een eskimodorp en weet dat hij niet met een grote massa kan komen", wikt en weegt Beyens. Je merkt dat hij het probleem au sérieux neemt, hij worstelt ermee. "Maar je kan ook niet verlangen dat andere gemeenschappen keurig aan de rest van de wereld onttrokken blijven." Op zijn barre tochtenkrijgt Beyens af en toe het gezelschap van zijn vrouw Edwig Van Cauteren. In de ongerepte natuur sprokkelt de textielkunstenares inspiratie. Maar vaak brengt Beyens wekenlang alleen door - alleen met de slee, de tent en het onderzoeksmaterieel. Terwijl hij zijn tent opzet, kijkt hij uit of er geen sporen van ijsberen zijn. Eens de tent rechtop staat, spant hij er een kabel rond. "Als de ijsbeer de draad raakt, volgt een knal en floept een lichtsignaal aan. Door het schrikken zet hij het op een lopen." Mompelt: "Althans, dat hoop ik dan maar." Van 24 juli tot 8 augustus 1999 reizen Herman Hannon (Asteria Travel) en Louis Beyens met een groep toeristen naar Spitsbergen. Info: (02) 660.70.70.LUC DE DECKER / LOUIS BEYENS