De auteur is redacteur Europa van The Economist.
...

De auteur is redacteur Europa van The Economist.Turkije telt 70 miljoen inwoners, evenveel als de tien landen die in 2004 bij de Europese Unie kwamen samen. En die bevolking groeit aan: kort na 2015 zal Turkije Duitsland voorbijsteken en daarmee het grootste land in de Unie worden. Maar Turkije is ook arm. Het bruto binnenlands product (BBP) per capita bedraagt minder dan een derde van het EU-gemiddelde, minder zelfs dan dat van Roemenië en Bulgarije. Dat zal de angst voor een grootscheepse migratie naar West-Europa aanwakkeren. Turkije is ook nadrukkelijk een agrarisch land - een derde van alle Turken werkt nog op het land - zodat het makkelijk kan uitgroeien tot een rampzalige belasting voor de gulle gemeenschappelijke landouwpolitiek en regionale hulp van Europa. Het zijn echter niet de geldkwesties die de Europese burgers en regeringen het meest zorgen baren. Nadat de toetredingsbesprekingen begonnen zijn, zal het immers op zijn minst tien jaar duren vooraleer Turkije echt bij de EU kan komen. De voornaamste zorg is dat Turkije een lange geschiedenis van politieke en economische instabiliteit met zich sleept en dat het een afschuwelijke reputatie heeft op het vlak van de mensenrechten. En - nog belangrijker - het is een moslimland. De regering die gevormd wordt door de Partij voor Recht en Ontwikkeling ( AK) van Recep Tayyip Erdogan, heeft al heel wat gedaan om de eerste reeks bezwaren weg te werken. De economie is stevig gegroeid en de grote meerderheid van de AK in het parlement heeft geleid tot politieke stabiliteit. Nu de regering haar zinnen gezet heeft op het lidmaatschap van de EU, heeft ze ook een aantal ingrijpende hervormingen doorgevoerd die moeten tegemoetkomen aan de zorg van de EU over mensenrechten en andere kwesties. Er kunnen nog wel oprispingen komen rond bijvoorbeeld de nieuwe strafwet, vrouwenrechten en de positie van de Koerden, maar de doorgevoerde wijzigingen zouden voldoende moeten zijn om de gesprekken over het lidmaatschap wind in de zeilen te geven. Die hervormingen pakken echter niet de tweede grote zorg aan, de islam. De meeste Europeanen zijn uitgesproken seculair en ze beseffen ook heel goed dat er al zo'n 12 miljoen moslims wonen in de EU-landen, waaronder ten minste 3 miljoen Turken. Het idee dat het grootste EU-lid een moslimland zou zijn dat grenst aan Irak, Iran en Syrië, bezorgt veel Europeanen, waaronder politici met aanzien, kippenvel. Die zorg wordt nog gevoed door de islamitische wortels van de AK en van Erdogan zelf (die ooit gearresteerd werd omdat hij in het openbaar een islamitisch gedicht voorlas). Wanneer de lidmaatschapsgesprekken op gang komen, zullen er steeds meer stemmen opgaan tegen het voornemen om Turkije toe te laten. Sommigen zullen zelfs nationale referendums eisen om de toetreding van Turkije goed te keuren en dat is een onfeilbare manier om het land buiten te houden. Toch zullen er ook nadrukkelijk argumenten in het voordeel van Turks lidmaatschap weerklinken. De Verenigde Staten is fel geïnteresseerd in een toetreding. Dat weerspiegelt de strategische positie van het land als een gevestigd NAVO-lid, gelegen aan het oosten van de Middellandse Zee en grenzend aan de Zwarte Zee. Bovendien koestert de VS maar al te graag het idee dat moslimlanden ook vrije democratieën met een vrijemarkteconomie kunnen zijn. De Amerikanen vrezen - en met hen vele Europeanen, vooral Britten - dat een afwijzing van Turkije in de islamitische wereld zou overkomen als een slag in het gezicht. Het zou aangegrepen worden door iedereen die van oordeel is dat een botsing van beschavingen onvermijdelijk is na de terreur van 11 september 2001. In die zin zou de VS de afwijzing van Turkije beschouwen als een grote nederlaag in de oorlog tegen het terrorisme. Maar andere moslimlanden, vooral in het Midden-Oosten, zien Turkije niet als een model. Het is niet-Arabisch, pro-Israëlisch en voor velen vertegenwoordigt het de restanten van het koloniale Ottomaanse Rijk. Toch zouden ze een onvoorwaardelijke afwijzing van Turkije beschouwen als een belediging. En daarom zullen de Europeanen geen andere keuze hebben dan lidmaatschapsgesprekken aan te knopen met Turkije. Eens die gesprekken aangevat, zullen ze evenmin nog een keuze hebben: ze zullen Turkije uiteindelijk toelaten tot de club. John PeetDe VS zou de afwijzing van Turkije beschouwen als een grote nederlaag in de oorlog tegen het terrorisme.