Het aantal ongevallen met trampolines is afgelopen zomer sterk gestegen. Geen wonder, want het tuig stond het voorbije halfjaar met stip op nummer één wat de verkoop van tuinspeelgoed betreft. Speelgoedfabrikanten wijten de ongevallen dan ook aan die meerverkoop, naast verkeerde installaties en foutief gebruik.
...

Het aantal ongevallen met trampolines is afgelopen zomer sterk gestegen. Geen wonder, want het tuig stond het voorbije halfjaar met stip op nummer één wat de verkoop van tuinspeelgoed betreft. Speelgoedfabrikanten wijten de ongevallen dan ook aan die meerverkoop, naast verkeerde installaties en foutief gebruik. Ze hebben gedeeltelijk gelijk en gedeeltelijk niet. Trampolines moeten op vier poten staan (niet op drie, zoals sommige goedkopere versies) en die poten moeten ten minste 1,8 millimeter dik zijn. Ouders moeten een oogje in het zeil houden en kinderen moeten één voor één springen. Dus met meerdere tegelijk op de trampoline is af te raden. Liefst gewoon springen, zonder acrobatieën uit te halen... Kinderen die zich aan die voorschriften houden, lopen ongetwijfeld veel minder risico op letsels. Maar welke kinderen houden zich daaraan? En hoeveel ouders blijven naast de trampoline staan om toezicht te houden? Een trampoline in de tuin is gevaarlijk tuig. Het risico op ongevallen is een stuk groter dan met schommels, glijbanen en wipplanken. Maar dat is oud nieuws. Diverse artsengroeperingen hebben in de voorbije jaren gevraagd om tuintrampolines te verbieden. Het uitvaardigen van richtlijnen voor veilig gebruik heeft het aantal ongevallen niet doen dalen. Om de simpele reden dat het merendeel van de kinderen noch de ouders zich aan die voorschriften houdt. De medische literatuur liegt er niet om. Ondanks beveiligingen en verbeteringen aan de toestellen zelf, neemt het aantal gekwetste trampolinespringers toe. In de Verenigde Staten, waar het speeltuig al enkele decennia in is, werden de letsels diverse malen in kaart gebracht. Zo blijken de meeste slachtoffertjes tussen 5 en 15 jaar oud te zijn en zijn er in zes jaar tijd zes dodelijke ongevallen gebeurd (meestal na breuken van rug en nek). Het grootste risico op letsels heb je bij het neerkomen op de mat - en niet ernaast - meestal na het uitproberen van salto's of ingewikkelde sprongen. Enkelverzwikkingen komen het frequentst voor, gevolgd door breuken aan elleboog, voorarm en pols, schaaf- en snijwonden en kneuzingen. Bijzonder gevaarlijk is het om met meerdere tegelijk te springen. Veel verwondingen zijn het gevolg van tegen elkaar opbotsen. Naast de trampoline vallen komt veel minder vaak voor dan gedacht, maar als men ernaast landt, is het risico op letsels natuurlijk groter. Een veiligheidsnet kan die verkeerde landingen voorkomen, maar sluit kwetsuren op de mat niet uit. Ernstig zijn de hoofd- en nekletsels. Trampolinespringen levert voor eenzelfde aantal deelnemers meer hoofdletsels op dan skateboarden bijvoorbeeld, wat een gevaarlijker imago heeft. Letsels aan de wervelkolom komen vooral voor bij getrainde springers tijdens salto's en andere moeilijke sprongen. Trampolinespringen leidt overigens tot meer verlammingen dan gelijk welke andere turnsport. Kleine kinderen lopen een hoger risico wanneer ze de mat delen met een veel zwaarder iemand. Ook riskant is het populaire spelletje om met meerderen de mat te delen en proberen de ander(en) in de lucht te katapulteren door zo krachtig mogelijk te springen. Op die manier vallen geregeld kinderen naast de mat. Toezicht houden aan de mat door een volwassene biedt overigens geen garantie. Voorkomen dat een springer slecht neerkomt, is niet altijd mogelijk. Begeleiders hebben namelijk slechts een beperkte reikwijdte. Eigenlijk is trampolinespringen nooit zonder risico. Zelfs onder de beste omstandigheden kan het niet perfect beveiligd worden. Marleen Finoulst marleen.finoulst@trends.be