Den Haag maakt zich op voor de expo over Monet in het Gemeentemuseum, dat sinds deze maand 'Kunstmuseum Den Haag' heet. Dat het museum vijf jaar na de expo over Mark Rothko opnieuw zo'n klepper naar Nederland kan halen, heeft alles te ma...

Den Haag maakt zich op voor de expo over Monet in het Gemeentemuseum, dat sinds deze maand 'Kunstmuseum Den Haag' heet. Dat het museum vijf jaar na de expo over Mark Rothko opnieuw zo'n klepper naar Nederland kan halen, heeft alles te maken met zijn fenomenale vaste collectie. Die kan fungeren als ruilmiddel voor prestigieuze bruiklenen met buitenlandse musea. De expo over Monet focust op de periode tussen 1900 en 1926, toen Monet in de herfst van zijn leven op zijn landgoed in het Normandische Giverny vrijwel uitsluitend zijn tuin schilderde. Hij raakte niet uitgekeken op de waterlelies, de vijverpartijen, de bloemenperken en het romantische Japanse bruggetje. De impressionist van weleer bleef zoeken naar vernieuwing in compositie, perspectieven en technieken, ook al was zijn publiek niet altijd enthousiast over die evolutie. Op de duur was er in zijn werk nauwelijks verschil meer te zien tussen water- en luchtpartijen. Zelfs de bloemen werden vrijwel herleid tot meditatieve, abstracte kleurvlakken. Dat traject naar de abstracte kunst wil het museum met veertig bruiklenen illustreren.