Caféraces waren een Brits fenomeen in de jaren zestig van de vorige eeuw. Jongeren, gekleed in jeans en leren jack, vonden het een sport om met hun motor het snelst een bepaald stuk openbare weg af te leggen. Start en finish lagen in de buurt van een café. De rijders kwamen er aan de start met Britse machines - Triumph, BSA, Norton, Royal Enfield - waarvan het stuur was verlaagd, de voetsteunen ietwat naar achteren waren geplaatst en de uitlaten van hun dempers waren ontdaan. Het was de ...

Caféraces waren een Brits fenomeen in de jaren zestig van de vorige eeuw. Jongeren, gekleed in jeans en leren jack, vonden het een sport om met hun motor het snelst een bepaald stuk openbare weg af te leggen. Start en finish lagen in de buurt van een café. De rijders kwamen er aan de start met Britse machines - Triumph, BSA, Norton, Royal Enfield - waarvan het stuur was verlaagd, de voetsteunen ietwat naar achteren waren geplaatst en de uitlaten van hun dempers waren ontdaan. Het was de tijd van de rock-'n-roll. De rockers van toen zijn intussen wat ouder, wat bezadigder en hebben misschien ook wel wat heimwee naar de tijd van toen. En dus komen nogal wat merken met retrobikes op de markt. Neem nu Triumphs caféracerversie van het Bonneville-model. De motor kreeg 75 cc meer dan de 'gewone' Bonneville, een laag stuur en zwart-witte racestrepen. Hij draagt de naam Thruxton, genoemd naar een van de befaamde Engelse racebanen uit de jaren zestig. Het resultaat? Een prachtige motorfiets. Zo uit de jaren zestig lijkt het wel. Een fraaie chromen koplamp, grijs metalen spatborden, een diepzwarte tank, twee glimmende megafoonuitlaten, spaakwielen, de choke op de carburateurs, een kilometerteller met een wijzer en een imposant motorblok. Het ontbreken van oliedruppels onder de geparkeerde Triumph én de aanwezigheid van schijfremmen duiden er echter op dat dit een machine van 2004 is. De Thruxton rijdt lekker, is soepel en heeft een hoog smile-gehalte. Het is geen supersportmotor, wel een motor om snel een bochtige weg mee te pakken. Bij hard doortrekken (tegen 7000 toeren per minuut) voel je wel trillingen van het blok, maar bij 'gewoon' rijden (4000 à 5000 toeren per minuut) zijn die nagenoeg niet te bespeuren. Toch kleven er ook nadelen aan het ontwerp. De zitpositie maakt dat je op het stuur hangt. Je voeten wijzen automatisch naar beneden (niet ideaal in bochten...). Na een kilometer of dertig op de snelweg slaat de kramp in je bovenbenen toe. Je polsen en handen gaan ook pijn doen. De zitpositie is ook lastig in fileverkeer. De tank heeft weliswaar fraaie uitsparingen voor je knieën, maar de kniegewrichten komen - als je op de motor zit - onder de tank uit en dicht tegen de cilinder en cilinderkop aan. Triumph is zich daarvan bewust en heeft wat klein traliewerk op de cilinders gemonteerd om te voorkomen dat je knieën de hete motor raken. Kortom: de Triumph is een motor die je koopt voor het uiterlijk, voor het retrogevoel, niet voor praktisch gebruik (woon-werkverkeer). Looks zeggen niet alles... Ad van Poppel