Natuurlijk moet de Europese Centrale Bank ( ECB) interveniëren op de wisselmarkten om de koers van de dollar te steunen. Een te dure euro kost ons immers groei en jobs. Krijgt euroland op die manier de rekening gepresenteerd voor de niet altijd even loyale houding ten overstaan van het Amerikaanse buitenlandse beleid? China en Japan houden intussen de waarde van hun munten onder controle door miljarden dollars op te kopen. Maar waarom zou Europa de last van een zwakke dollar helemaal op zich nemen? Interveniëren is bijna een zaak van wettelijke zelfverdediging. En omdat wisselkoersen een psycholog...

Natuurlijk moet de Europese Centrale Bank ( ECB) interveniëren op de wisselmarkten om de koers van de dollar te steunen. Een te dure euro kost ons immers groei en jobs. Krijgt euroland op die manier de rekening gepresenteerd voor de niet altijd even loyale houding ten overstaan van het Amerikaanse buitenlandse beleid? China en Japan houden intussen de waarde van hun munten onder controle door miljarden dollars op te kopen. Maar waarom zou Europa de last van een zwakke dollar helemaal op zich nemen? Interveniëren is bijna een zaak van wettelijke zelfverdediging. En omdat wisselkoersen een psychologisch fenomeen zijn, kan een doortastende interventie succesvol zijn om de trend van een dalende dollar af te remmen of zelfs te breken. Natuurlijk zijn er ook argumenten waarom de ECB niet moet interveniëren op de wisselmarkt. Eén: de euro verstevigt dan wel tegenover de dollar, maar de koers tegenover de munten van andere handelspartners is veel minder gestegen. Daarom blijft de schade van een aantrekkende euro voor de Europese economie nog beperkt. Twee: een sterke euro maakt de invoer goedkoper en drukt dus de inflatie, en daar is het de ECB vooral om te doen. Drie: dollars opkopen is misschien niet meteen een uitstekende investering van de ECB. Een euro-dollarkoers van 1,4 is mogelijk nog lang geen eindstation en als de markten naar 'goede' gewoonte overdrijven, moeten we de waarde van de euro straks ergens in de vork tussen 1,5 en 2 dollar zoeken. En vier: door dollars aan te kopen, zou de ECB de continuïteit van het Amerikaanse beleid van begrotingstekorten en tekorten op de lopende rekening financieren en dus bestendigen, terwijl de VS dat beleid net drastisch moeten omgooien door zelf meer te sparen. De ECB heeft dus argumenten genoeg om minstens nog even de kat uit de boom te kijken. Meer nog, voorzitter Jean-Claude Trichet verraste vorige week door te melden dat de ECB niet debatteerde over een renteverlaging maar over een renteverhoging. Dat zou haaks staan op een interventiebeleid, en dat op een moment dat de conjunctuur verzwakt. De ECB mag dan beweren dat een afglijdende dollar "niet welkom" is, deze praatstrategie om de dollardaling af te remmen, is weinig geloofwaardig. Neen, ook de markt is ervan overtuigd dat de Europese Centrale Bank nog niet genezen is van zijn historische kwaaltje: ze bewaakt mordicus haar inflatiedoelstelling van bijna 2 % en heeft daarbij op korte termijn weinig oog voor groei en tewerkstelling. Misschien heeft de ECB het op termijn wel bij het rechte eind, maar misschien mogen ze in Frankfurt ook eens oog hebben voor het grotere plaatje. De Europese economie kan de last van een internationale geldstorm - zeker als de dollar crasht - niet alleen dragen. Er zal de komende tijd zwaar onderhandeld worden tussen Amerika, Europa en Azië over billijke wisselkoersen. Een symbolische interventie is een signaal van goodwill aan de VS dat de ECB (tijdelijk) als lender of last resort van Amerika wil bijspringen, en een signaal aan Azië dat Europa niet alleen wil opdraaien voor een dollardebacle. De wereld staat voor turbulente monetaire tijden. Trichet laat best zijn tanden eens zien. Daan Killemaes Guido Muelenaer