De Ibiza is al meer dan dertig jaar een belangrijk product voor Seat. Met voorsprong is hij het best verkochte model in het gamma van de Spaanse constructeur, en hij is behoorlijk populair in het segment van de stadsauto, met meer dan 5 miljoen verkochte exemplaren. Maar het kan altijd beter. Toen we in de vijfde generatie stapten, dachten we: eindelijk is hij helemaal tot wasdom gekomen, die Ibiza. We hadde...

De Ibiza is al meer dan dertig jaar een belangrijk product voor Seat. Met voorsprong is hij het best verkochte model in het gamma van de Spaanse constructeur, en hij is behoorlijk populair in het segment van de stadsauto, met meer dan 5 miljoen verkochte exemplaren. Maar het kan altijd beter. Toen we in de vijfde generatie stapten, dachten we: eindelijk is hij helemaal tot wasdom gekomen, die Ibiza. We hadden het ook anders kunnen verwoorden. Zoals: nooit eerder hadden we zo sterk het gevoel dat de Ibiza een product is van de grote Volkswagen-familie, waartoe Seat behoort. Zowat alles zit goed in de nieuwe Ibiza. Die biedt niet alleen meer binnenruimte, door de grotere wielbasis en het koetswerk dat bijna 9 centimeter breder is, maar hij heeft ook 63 liter meer kofferruimte. De kwaliteit van de afwerking is merkelijk beter dan bij de vorige generaties: er viel geen parasietgeluidje te horen, ook niet toen we er behoorlijk driftig mee tekeergingen op een weggetje bezaaid met putten en bulten. Top. Natuurlijk moet je vrede nemen met materialen die goedkoper zijn dan die in de nieuwe Polo van Volkswagen, want de Ibiza moet scherper geprijsd dan zijn genetische broer. Anderzijds: het harde plastic dat veel is gebruikt, is behoorlijk krasvrij, wat je niet van alle stadsauto's kunt zeggen. Ook het rijgevoel zit goed: hij voelt voorspelbaar en zeer stabiel. De Ibiza van de vijfde generatie staat dan ook op het nagelnieuwe en uitstekende platform waar de VW-groep ook de nieuwe Polo op heeft gebouwd, en dat ze straks ook gebruikt voor nieuwkomers zoals de Volkswagen T-Roc, de Seat Arona en de Skoda Fabia. Maar het meest onder de indruk waren we van de kleine driecilindermotor met turbo, die we proefden in de versie met 95 paarden. Bij een koude start durft hij soms wat te trillen, maar onderweg bleek hij leuk en soepel, maar vooral uitzonderlijk zuinig te zijn voor een benzinemotor. Zonder onze adem dicht te knijpen deden we een rit van 210 kilometer perfect met het normverbruik van 4,7 liter. Jawel, een voltreffertje. Jo Bossuyt