De Kilimanjaro, geïnteresseerd?" was de eenvoudige boodschap in het mailtje van een Belgacomdirecteur naar enkele collega's. Proximustopman Michel Georgis reageerde als eerste: "Ik ben sportief ingesteld en houd wel van een uitdaging. Ik voelde me dan ook echt aangesproken door de combinatie van negen maanden fysieke voorbereiding en de verwezenlijking van een oude droom."
...

De Kilimanjaro, geïnteresseerd?" was de eenvoudige boodschap in het mailtje van een Belgacomdirecteur naar enkele collega's. Proximustopman Michel Georgis reageerde als eerste: "Ik ben sportief ingesteld en houd wel van een uitdaging. Ik voelde me dan ook echt aangesproken door de combinatie van negen maanden fysieke voorbereiding en de verwezenlijking van een oude droom."Het volledige directiecomité van Proximus en de hogere kaderleden van de groep ontvingen de uitnodiging. Vijftien personen gingen in op het voorstel. "Volledig op privébasis," beklemtoont Michel Georgis. "Alle deelnemers hebben de reis zelf betaald en er ook vakantiedagen voor opgenomen. Het ging met andere woorden niet om een teambuildingproject. Als de avonturiers achteraf beter konden samenwerken, dan was dat mooi meegenomen, maar niets werd opgelegd van bovenaf." Toch waren het uiteindelijk de vlaggen van Proximus, Belgacom en Telindus die de top van Afrika's hoogste berg mochten sieren, niet de persoonlijke visitekaartjes van de deelnemers. De eerste uitdaging bestond erin een regelmatige fysieke training te combineren met een vaak overvolle agenda. Deskundigen raadden wekelijks anderhalf tot twee uur lichaamsbeweging aan: fitness, jogging, fietsen. "Voor de beklimming van de Kilimanjaro komt het in de eerste plaats aan op uithouding, het is geen sprint," aldus Michel Georgis. "Een goede tennisser of wielrenner is daarom nog geen goede trekker!"Om de uithouding van de teamleden te verbeteren, werd zes keer een trektocht van een zes à zevental uur georganiseerd in de Ardennen. Een goed idee op vele vlakken: "Iedereen wilde weten wat zijn of haar capaciteiten waren, en niemand wou een mal figuur slaan. Het was niet de bedoeling om een hecht team te smeden, maar toen er moeilijkheden opdoken, gebeurde dat toch. Tijdens een dergelijk avontuur kan er niet vals worden gespeeld. De maskers vallen af."Er werd een datum vastgelegd en een touroperator gekozen (Anders Reizen). Voor hun beklimming opteerden de Belgacomavonturiers voor de niet zo vaak gebruikte Machameroute. Overnachten zou gebeuren in tenten. "We moesten niet alleen zorgen voor een plek om te slapen, maar ook voor kledij die we konden gebruiken bij temperaturen van +25 tot -20 °C! Gelukkig bestaan er tegenwoordig zeer lichte materialen die geschikt zijn voor elke situatie. De truc bestaat erin om vijf lagen te voorzien: één per duizend meter klimmen."Eind september landden de vijftien om middernacht op Kilimanjaro Airport in Tanzania. In pick-ups werden ze de volgende ochtend naar het vertrekpunt gebracht, waar de Belgacomploeg om 11 uur begon aan de klim. Doelstelling voor die dag: een tocht van vijf uur om het eerste kamp te bereiken op 3100 meter hoogte. Op dag twee leidde een beklimming van zes uur naar het volgende kamp, op 3800 meter hoogte. De sfeer was geweldig. Toen een van de reisgenoten zich bezeerde aan de rug, boden de anderen spontaan aan om zijn daypack (vooral water, er wordt een liter extra voorzien per 1000 meter) te dragen. De rest van het materiaal werd getransporteerd door 34 dragers. En toen even later het pad rotsachtig en moeilijk begaanbaar werd, hielp iedereen elkaar voorbij de neteligste stukken. De dames in het gezelschap deden daarbij allerminst onder voor de heren. Na de dagelijkse klim werd aan het toeval overgelaten wie in welke tent zou slapen. "De derde dag zijn we zeven uur bezig geweest om een hoogteverschil te overwinnen van nauwelijks 100 meter. De beklimming van de Kilimanjaro is immers nogal divers en voor bepaalde passages zijn echt heksentoeren nodig," herinnert Michel Georgis zich. Wie dacht dat het ergste dan wel achter de rug was, stond de volgende dag echter voor een verrassing. "Niet minder dan acht uur moesten we die dag klimmen om tot op 4700 meter te raken," weet de gedelegeerd bestuurder van Proximus. Nadat we de tenten hadden opgezet en rond 18 uur iets achter de kiezen hadden gestoken, was er voor wie dat kon, tijd voor een hazenslaapje van twee uur. Om middernacht begonnen we namelijk aan de klim naar de top, in het pikdonker. We zagen nauwelijks waar we onze voeten neerzetten. Pas achteraf, tijdens de afdaling, stelden we met ontzetting vast welke route we hadden genomen. Het was echter fantastisch. We hadden net acht uur klimmen achter de rug, maar toch maakten we ons op voor een nachtelijke tocht van nog eens acht uur. Zo bereikten we de top net op het ogenblik dat de eerste zonnestralen het duister doorbraken. Wondermooi!"Op 5895 meter werden de vlaggen geplant en de fototoestellen opgediept. "Het was een overweldigend gevoel," vertelt Michel Georgis. Een onvergetelijk moment. We hadden het gehaald met een prima sfeer in de groep en zonder enig conflict."Door de koude stond de Belgische ploeg echter nog een zware afdaling te wachten. Bovendien was het moeilijk begaanbare terrein met de vele hoogteverschillen niet mals voor de knieën van de klimmer."Op die hoogte wordt er niet veel meer gepraat," geeft de Proximusman toe, "maar het is net dan dat je je hoofd erbij moet houden. Je begint bang te worden. Wie weet, wordt iemand ziek, gebeurt er een ongeval of nog erger. Op die momenten moet je mentaal dus echt doorbijten. Een van de deelnemers vertelde dat hij tijdens die afdaling twee uur lang een black-out had. Hij herinnert zich niets meer en heeft al die tijd bijna mechanisch, als een robot, een weg naar beneden gezocht. Zelf ben ik echter bewust niet in het rood gegaan. Dat had ik vooraf aan mijn gezin beloofd. De Kilimanjaro is niet de Alpen: hier staat niet meteen een helikopter voor je klaar om je uit de penarie te helpen."De drie sleutelwoorden van de expeditie: lichaam, geest en volharding. "We hadden een zeer strak tijdschema en konden ons dus geen misstappen veroorloven. Als we die nacht de top niet hadden bereikt, zoals was voorzien, was er geen mogelijkheid om nog een tweede poging te wagen. Het vliegtuig stond ons op te wachten bij onze terugkeer en maandagochtend werden we opnieuw op het werk verwacht."Ook vertrouwen was een van de cruciale begrippen tijdens de tocht. "Uiteindelijk lag ons lot in de handen van onze dragers," weet Michel Georgis. "Elk van hen torste 25 kilogram materiaal en zij waren het die voor eten en water zorgden. Het water was overigens gerantsoeneerd en moest gekookt worden voor het drinkbaar was. De plaatselijke gerechten waren ook niet altijd even gemakkelijk verteerbaar. En over de hygiëne onderweg zeg ik alleen maar dit: er wordt beweerd dat geuren vanaf 3000 meter hoogte steeds zwakker worden. Niet waar! Ik moet ook toegeven dat ik me wat ongemakkelijk voelde met betrekking tot onze dragers, die voor enkele schamele dollars de dromen helpen waarmaken van personen zoals wij. Sindsdien bekijk ik ook hier de mensen die ik ontmoet met een andere blik."Na een laatste stop bij een Belgische ngo ter plaatse, keerden de Belgen terug naar huis en hernam het gewone leven van de groep zijn gangetje. "Of dit avontuur nu een impact zal hebben op onze werkrelaties? Dat valt moeilijk te zeggen," verklaart Michel Georgis. "Maar we zien elkaar zeker terug. Voor mij persoonlijk maken uitdagingen en zware inspanningen al deel uit van mijn dagelijkse bezigheden. Proximus is immers actief in een sector met harde concurrentie die heel wat energie vergt. Zonder enige twijfel voel ik me na deze enorme uitdaging echter een stuk sterker om de uitdagingen op professioneel vlak aan te gaan. Ik merk bovendien dat ik de behoefte heb om mijn grenzen te verleggen en daarvoor wil ik in vorm blijven, zeker als je weet dat de gemiddelde leeftijd bij Proximus heel laag ligt!"Zelf is Michel Georgis 52. De gemiddelde leeftijd van zijn reisgenoten was 45 jaar. Heeft de boss vleugels gekregen? In elk geval wil hij zijn klimuitrusting nog niet meteen aan de wilgen hangen. Er wordt dan ook met ongeduld uitgekeken naar een volgend mailtje, met de boodschap: "Een zevenduizender, geïnteresseerd?" Altior, fortior, melior! Béatrice Demol