Na een carrière van 35 jaar stopt Marieke Wyckaert als advocaat. Ze adviseerde Tractebel/Electrabel, was betrokken bij de uitbouw en het uiteenvallen van de Fortis-groep en de vorming van KBC, en ze ontmijnde de aandeelhoudersgeschillen bij Picanol. Ze was vennoot bij De Bandt, Van Hecke & Lagae (nu Linklaters) en sinds twintig jaar bij Eubelius. Dat bouwde ze samen met haar collega-hoogleraar vennootschapsrecht Koen Geens (beiden KU Leuven) uit tot een topkantoor dat zich in grote dossiers kan meten met de Allen & Overy's van deze wereld.
...

Na een carrière van 35 jaar stopt Marieke Wyckaert als advocaat. Ze adviseerde Tractebel/Electrabel, was betrokken bij de uitbouw en het uiteenvallen van de Fortis-groep en de vorming van KBC, en ze ontmijnde de aandeelhoudersgeschillen bij Picanol. Ze was vennoot bij De Bandt, Van Hecke & Lagae (nu Linklaters) en sinds twintig jaar bij Eubelius. Dat bouwde ze samen met haar collega-hoogleraar vennootschapsrecht Koen Geens (beiden KU Leuven) uit tot een topkantoor dat zich in grote dossiers kan meten met de Allen & Overy's van deze wereld. In tegenstelling tot een andere collega, die ook de leeftijdsgrens van 60 jaar voor vennoten heeft bereikt, blijft ze niet verbonden aan het kantoor. "Het is genoeg geweest", stelt ze ferm. "Deeltijds werken is niet aan mij besteed. Ik ken mezelf en zal het toch all the way willen doen. Bovendien interesseert het me minder als ik geen plaats heb aan de tafel van de vennoten." Wat is de grootste verandering in het beroep van advocaat tijdens uw carrière? MARIEKE WYCKAERT. "De commerciële kant van het beroep is harder en competitiever geworden. Ooit werkten bedrijven met een vast advocatenkantoor. Op grote dossiers wordt vandaag gepitcht. Het tempo is ook exponentieel toegenomen. Vroeger werd ik in het weekend zelden of nooit opgebeld. Nu zijn advocaten de klok rond beschikbaar. De mens is daarvoor niet gemaakt. Dat is een van de redenen waarom ik eruit stap." Hoe kon u uw tijdrovende en wispelturige baan als zakenadvocaat verenigen met die van hoogleraar én uw gezin? WYCKAERT. "Als advocaat ondernemingsrecht moest ik op alle momenten beschikbaar zijn. Fusies en overnames worden dikwijls 's nachts en in de weekends afgeklopt. Mijn toenmalige echtgenoot was een tijd magistraat en werkte ook hard, maar in een voorspelbaarder tempo. Dat hielp. Ik heb heel mijn leven gedelegeerd wat ik kon delegeren, en alleen zelf gedaan wat voor het gezin inhoudelijk echt belangrijk was. Dat raad ik al mijn vrouwelijke collega's aan." Is de positie van vrouwen in de advocatuur de voorbije jaren verbeterd? WYCKAERT. "Nee, ze gaat achteruit. Vrouwen zijn minder bereid permanent beschikbaar te zijn. Als een vrouw zegt dat ze op zondag niet beschikbaar is, staan tien mannen klaar die dat wel zijn. Toen ik er begon, waren twee van de negen vennoten bij Eubelius vrouwen, nu twee van de 24. Ik wind me daarover op. Heel wat kantoren zeggen dat ze deeltijds werken toestaan, om de work-lifebalance in evenwicht te brengen. Ik wacht bij Eubelius op de eerste man die daar gebruik van maakt. "Ik had als advocaat geen probleem om op te komen voor mijn positie. Nu neem ik het mezelf kwalijk dat ik niet meer heb gedaan voor de positie van andere vrouwelijke collega's bij Eubelius. Ik was misschien wel te veel one of the guys." Vanwaar de kloof tussen het aantal startende vrouwelijke advocates en het aantal dat doorgroeit bij de grote kantoren? WYCKAERT. "Het grote probleem is dat bijna enkel mannelijke partners beslissen over de opname van een nieuwe vennoot in een advocatenkantoor. Zij baseren zich dan, vaak onbewust, op typisch mannelijke kwaliteiten, zoals hard kunnen onderhandelen en een zelfverzekerde houding tegenover cliënten. Een advocatenkantoor heeft echter ook nood aan typisch vrouwelijke kwaliteiten. Mannelijke collega's kunnen door te veel op dezelfde nagel te kloppen een akkoord blokkeren. Vrouwelijke advocaten zijn meestal minder confronterend. Dikwijls bevordert dat oplossingen. Ik ging tijdens onderhandelingen uit van het bredere plaatje. Dat is productiever dan zich dood te vechten op principiële, maar onbelangrijke details. De ondervertegenwoordiging van vrouwen aan de top ligt ook aan hun eigen houding. Zij moeten hun plaats opeisen, want een man zal die niet vrijwillig afgeven." Waarom bent u in 2001 overgestapt van het instituut De Bandt naar het jonge Eubelius? WYCKAERT. "De Bandt ging op in het Britse Linklaters. Brussel werd te afhankelijk van Londen. Ik regel liever mijn eigen zaken. Bovendien is in die grote internationale law firms geld heel belangrijk. Advocatuur op dat niveau is topsport en mag goed betaald worden, maar geld mag niet de driver worden van een kantoor. Daarom ben ik ingegaan op de invitatie van Koen Geens." U hebt ook actief meegewerkt aan de hervorming van het vennootschapsrecht, die Koen Geens (CD&V) als minister van Justitie én gewezen managing partner van Eubelius heeft doorgevoerd. Kaaiman sprak van de 'wet-Eubelius', geschreven op de maat van de cliënten van het kantoor. Terecht? WYCKAERT. "Op Geens' administratie was slechts één man beschikbaar voor de hervorming van het vennootschapsrecht. Justitie had geen middelen om de hervorming te begeleiden. Geens besloot een beroep te doen op vier experts, onder wie ikzelf. Mijn vennoten gingen ermee akkoord dat ik zou meewerken. Ik was lang van plan op mijn 55ste een carrièrewending te nemen. Toen deze kans zich voordeed, besliste ik te blijven. Eubelius heeft geen euro gefactureerd aan de overheid. Het was zuiver pro-bonowerk. Geens heeft tachtig experts betrokken bij zijn hervormingen, onder wie welgeteld één vennoot van zijn vroegere kantoor. Kom dus niet met het verwijt dat Eubelius bevoordeeld werd. "Dat ik als expert de door cliënten gewenste wetswijzigingen kon doorvoeren, is een fabeltje. De wensen van de cliënten lopen trouwens niet noodzakelijk parallel. Bovendien wogen de minister, zijn kabinet, de parlementaire commissie en uiteindelijk het parlement sterk op de hervorming. Tot in de laatste zitting zijn er nog wijzigingen doorgevoerd. Het verwijt dat Eubelius de wet geschreven heeft, staat dus haaks op de werkelijkheid." U hebt ondernemingen begeleid naar een overname door een internationale groep. Was die verkoop altijd nodig? WYCKAERT. "Bij de start van mijn carrière waren het Waalse en het Brusselse bedrijfsleven de financiële levensader voor veel Franstalige advocatenkantoren. Het economische belang van het land verschoof de voorbije decennia echter naar het noorden. Er zijn veel mooie bedrijven uitgebouwd. Fase twee, de internationalisering van het bedrijf, leidt echter heel dikwijls tot de uitverkoop en niet tot een doorgroei samen met internationale partners. In Nederland gaat men daar anders mee om, hoewel ook daar kroonjuwelen verdwijnen. "Na de hervorming van de vennootschapswetgeving zijn er nieuwe tools om door te groeien en toch zeggenschap te behouden, zoals dubbel stemrecht voor trouwe aandeelhouders in genoteerde vennootschappen. Het blijft een moeilijk verhaal. Het ligt blijkbaar in de Vlaamse volksaard om liever alles af te geven dan de totale controle te moeten milderen." Bent u nu van plan mandaten op te nemen in bedrijven? WYCKAERT. "Ik ben niet actief op zoek. Als advocaat koos ik er doelbewust voor niet in raden van bestuur te zitten, om belangentegenstellingen te vermijden. Een bestuursmandaat moet je serieus nemen. Te veel bestuurders beseffen te weinig hoe groot hun aansprakelijkheid kan zijn. De neiging om ver mee te gaan met het management is meestal groot. Dat kan tot catastrofes leiden, denk maar aan Sabena, Lernout & Hauspie, Dexia en Fortis. Daar zijn reputaties gesneuveld."