Door Sjoukje Smedts/Foto's Filip Van Loock
...

Door Sjoukje Smedts/Foto's Filip Van LoockMet de zin "In Limburg wordt deze techniek al gebruikt" krijgt radiopresentator Peter Van de Veire die dinsdagochtend meteen onze aandacht. We zijn de Brusselse ring probleemloos gepasseerd en op weg naar wat voor ons de verste uithoek van Vlaanderen lijkt. Van de Veire heeft het over het spuiten van zilverjodide over wolken waardoor het sneller regent, wat China deze zomer wil doen om tijdens de Olympische Spelen droog weer te garanderen. Die techniek blijkt dus al langer bekend in de Belgische fruitstreek. Met in het achterhoofd het beeld van de prille bloesems onder een priemende lentezon - zoals te zien in de trailers van de fictiereeks Katarakt, die tussen de Limburgse fruitboomgaarden werd gedraaid - wordt de rit naar Hasselt nog aangenamer. We hebben er om halftien een afspraak met Francine Quanten, de directrice van de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij (POM) en het Erkend Regionaal Samenwerkingsverband (ERSV) Limburg. Ze begon pas eind vorig jaar in haar huidige functie, maar ze kent de provincie als haar broekzak. Voor ze haar kantoor in de provinciehoofdstad betrok, werkte ze tien jaar lang als directeur sociale en economische zaken bij het stadsbestuur van Genk. Ook tijdens de reconversie in de jaren negentig, die zo typerend is voor Limburg, droeg ze als stafmedewerkster bij de vroegere Sociale Investeringsmaatschappij en covoorzitster van het managementcomité van het Europese Doelstelling 2-programma voor Limburg verantwoordelijkheden. "Fruit is maar een klein deelaspect van ons economische leven", zet Quanten ons weer met beide voeten op de grond. De POM beseft dat nog werk moet worden gemaakt van het Limburgse imago en dat de provincie zich als economisch merk moet profileren. Maar het wisselvallige weer gooit tot op de dag van ons bezoek roet in het eten. Het draaien van een promotiefilm die aan buitenlandse investeerders kan worden getoond, moet altijd opnieuw worden uitgesteld. "Om geen bedrukt beeld te schetsen", vertelt Quanten terwijl we naar het eerste bedrijf op onze lijst vertrekken. De fotograaf heeft vandaag hetzelfde probleem. "Worden er eigenlijk voldoende inspanningen geleverd om buitenlandse bedrijven aan te trekken?", vragen we. "Dat is vooral een bevoegdheid van het Vlaams Agentschap Ondernemen (VLAO) en Flanders Investment & Trade (FIT)", antwoordt Quanten, "maar er moet inderdaad meer promotie gemaakt worden voor Limburg, ook door Vlaanderen of België. Meestal wordt enkel de Vlaamse ruit onder de aandacht gebracht, terwijl een recente studie van Cushman & Wakefield uitwijst dat Limburg een interessante industriële en logistieke vestigingslocatie is." Denken de bedrijven die noteren in de provinciale Trends Top 100 er net zo over? We zullen er snel achter komen, want we hebben een eerste gesprek gepland in Tessenderlo, bij Kautex, een producent van brandstoftanks die op de 23ste plaats staat in de Top 100 van Limburg. Quanten wijst ons, onderweg langs de E314, op het gebied Beringen-Ham-Tessenderlo, dat een belangrijke economische rol vervult. Die wordt nog versterkt in het kader van de uitbouw van nieuwe bedrijvigheid via het Economisch Netwerk Albertkanaal. Samen met de POM van Antwerpen worden er nieuwe bedrijventerreinen gecreëerd. Wanneer die er precies komen, is afhankelijk van de vergunningen en onteigeningen, maar waarschijnlijk worden eind 2009 de eerste terreinen in de markt gezet. 'Opgelet, gevaarlijke stoffen', waarschuwt het bord op de poort die Kautex afsluit. Aan de bezoekersparking prijkt een paneel met het aantal dagen zonder arbeidsongeval. Kautex draagt veiligheid duidelijk hoog in het vaandel. Zodra we ons aanmelden aan de receptie, krijgen we een vel met veiligheidsinstructies. "Die borden dienen ter bewustmaking van het personeel. De meeste ongevallen hebben trouwens niets met de machines te maken. Het laatste ongeval was bijvoorbeeld een werknemer die het spit in zijn rug kreeg bij een verkeerde beweging. Achteraf werd dat niet eens als een arbeidsongeval beschouwd, omdat de man al langer met zijn rug sukkelde", stelt Guy Duchateau ons gerust. Hij is samen met Dirk De Wachter zaakvoerder van Kautex-Textron Benelux, dat sinds 1997 behoort tot de Amerikaanse Textrongroep, een producent van onder andere Bell- helikopters en Cessnavliegtuigen. De Kautexgroep telt wereldwijd 32 vestigingen. De oprichting van een productie-eenheid in Tessenderlo in 1991 kwam er naar aanleiding van de toeleveringsmogelijkheid voor de Ford Mondeo, die in Genk werd geproduceerd. "Er is wel bewust gekozen om ons niet in Genk te vestigen, zodat we gemakkelijker andere klanten konden aantrekken", weet De Wachter. Volvo, Opel en Renault zitten ook in het klantenbestand. "Tessenderlo was een logische keuze vanwege de centrale ligging aan de E313 en E314. Ook het Albertkanaal hier vlakbij leek toen nog interessant", gaat De Wachter voort. Quanten vertelde, toen we onderweg het kanaal overstaken, dat de waterwegen steeds belangrijker worden voor de Limburgse ondernemers en dat de vraag naar industriële terreinen aan het water groeit, voornamelijk bij logistieke bedrijven. "Om tot een optimaal rendement te komen, moeten er nog werken worden uitgevoerd, zoals het verhogen van bruggen of het uitdiepen van de vaargeulen in bepaalde zones. We gaan ook een samenwerkingsovereenkomst aan met de haven van Antwerpen, omdat logistiek een speerpuntsector is voor onze provincie", voegde ze eraan toe. "Nog nooit hebben we gebruikgemaakt van het kanaal en behalve in uiterste nood zal dat waarschijnlijk zo blijven", gaat Duchateau echter voort. " Just in time leveren lukt moeilijk via het water. Bovendien exporteren we 70 % van de brandstoftanks naar Duitsland en Frankrijk. Het zou al te gek zijn om dan niet voor het wegtransport te kiezen." Het hoge exportpercentage is volgens Quanten typisch voor Limburgse bedrijven. Uit de top 500 van VKW-Limburg van vorig jaar blijkt dat 71,07 % van de omzet in 2006 van de provinciale industrie werd gerealiseerd uit export. Of er nog voordelen waren die de keuze beïnvloedden? "Dankzij de nabijheid van de chemische industrie en de reconversie was het gemakkelijk om gekwalificeerd personeel te vinden", zeggen de zaakvoerders. Jullie kampen dus niet met - het wordt stilaan een cliché - moeilijkheden om werknemers te vinden, concluderen we. "Die zijn er ondertussen wel", klinkt het fel. "Hoger gekwalificeerd Limburgs personeel werkt buiten de provincie." De recentste aanwervingen van de 250 personeelsleden die de onderneming telt, zijn voornamelijk mensen die de files beu zijn. Kautex speelt in zijn advertenties opzettelijk in op het fileleed richting Brussel of Antwerpen, een strategie die de POM ook al toepaste. "Er was inderdaad een braindrain", geeft Quanten toe. Jonge mensen gaan vaak aan de slag in de streek waar ze studeerden en keren pas terug naar Limburg wanneer ze zich willen settelen. Al keert de trend volgens Quanten, omdat Limburg verschuift van een maakeconomie naar een innovatiegedreven economie. Daarom worden ook samenwerkingsverbanden aangegaan met de kennis- instellingen in Leuven, Eindhoven en Aken, wordt er werk gemaakt van de uitbouw van kennisinstellingen op de campus van de universiteit van Hasselt en wordt er in de wetenschapsparken in Genk en Hasselt ruimte gemaakt voor spin-offs. "Een campagne om werken in eigen regio te stimuleren is toch niet overbodig", vindt Duchateau, "want door de schaarste komt het haast tot een opbod tussen de bedrijven om geschikte werknemers aan te trekken." Hij kan een loonvergelijking tussen de provincies bezorgen. Daaruit blijkt dat alleen in West-Vlaanderen de lonen gemiddeld lager zijn. De federale overheidsdienst Economie merkte trouwens in 2007 al op dat de Limburger de slechtst betaalde Vlaming is. Om de nijpende arbeidsmarkt de baas te kunnen, wil Kautex zijn productie-eenheid ook als vrouwvriendelijk promoten. Vrouwen reageerden zelden of nooit op advertenties voor productiefuncties. Het werken aan diversiteit op de arbeidsvloer blijkt opnieuw een typisch Limburgs fenomeen, want volgens Quanten telt de provincie het grootste aantal bedrijven met een diversiteitsplan. Dat vormt nog geen oplossing voor de stakingsgolf waar de automotive-industrie in Limburg een tijd geleden door werd overspoeld. De Wachter moet in het licht van de sociale onrusten, die ook Kautex onlangs troffen, zijn antwoord wikken en wegen. "Het zal onze positie ten opzichte van buitenlandse concurrenten alleszins niet versterken. Gezien de opkomende Oost-Europese markt zullen we voortaan nog meer moeten uitblinken in kwaliteit, flexibiliteit en kennis." Duchateau: "De grootste werkgevers in deze streek zijn multinationals. Je mag niet vergeten dat de bedrijfsleiders dus verantwoording moeten afleggen voor de middelen die hun ter beschikking worden gesteld." Er zijn alleszins al voldoende orders om de productie bij Kautex te verzekeren tot 2016. Een positieve noot om af te sluiten. We moeten immers verder richting Bree, maar nu de zon even schijnt, maken we voor de fotograaf een tussenstop aan het Albertkanaal waar er een duidelijk zicht is op de chemische industrie die veeltallig aanwezig is in Limburg. Terwijl hij plaatjes schiet, bevestigt Quanten ons vermoeden dat Limburgse managers en ondernemers een hecht clubje vormen. Dat vermoeden werd net nog bevestigd toen De Wachter ons bij het afscheid zijn visitekaartje met een persoonlijke groet meegaf voor Dominiek Stinckens, de algemeen directeur van de conservenproducent Scana Noliko, nummer 16 in de Top 100 van Limburgse bedrijven en onze volgende gesprekspartner. De rit naar Bree duurt lang. Omdat onze gps niet weet dat de kortste weg niet altijd de snelste is? "Er loopt hier gewoon geen autosnelweg", verbetert Quanten. Er wordt al jaren geijverd voor een noord-zuidverbinding tussen Lommel en Hasselt, maar in Houthalen-Helchteren ontbreekt nog een belangrijk verbindingsstuk. Het geeft ons de tijd om enkele weetjes over Bree te overlopen. Al meer dan dertig jaar is Jaak Gabriëls burgemeester van de stad, die volgens de Chinezen de poort naar Europa is. "Tja, Bree heeft het Chinese Yangzhou als zusterstad", verklaart Quanten. De stad heeft ook een economische stuurgroep, de BRES, met daarin afgevaardigden van Breese bedrijven met meer dan 35 personeelsleden. Stinckens, die nog ondervoorzitter van VKW Limburg was, is er enthousiast over. Hij vertelt het ons terwijl hij De Wachters visitekaartje aanneemt. "Er zijn veel platformen waarin Limburgse bedrijfsleiders elkaar ontmoeten, maar de ambtenaren kennen elkaar niet. Zij verdienen ook een kamer. En als ambtenaren en bedrijfsleiders dan nog samen gaan communiceren, dan gaan we ergens komen", voegt hij toe. Toeval bestaat niet. Het begint te regenen wanneer Stinckens in de vergaderzaal van Scana Noliko spreekt over de verankering van het voedingsbedrijf. "We liggen in een waterrijk gebied, de ideale plaats voor de productie van conserven, in een straal van 100 kilometer van onze Belgische, Nederlandse en Duitse klanten. Bovendien zijn er voldoende uitbreidingsmogelijkheden. We bouwen momenteel nog bij op 13.000 vierkante meter." Het ging Scana Noliko de jongste jaren voor de wind. De meerderheidsaandeelhouders Gimv en LRM kunnen tevreden zijn. De snelle groei leverde de onderneming dit jaar nog een 59ste plaats op in de lijst van de Trends Gazellen Limburg. Dit jaar hoopt de firma in omzet tien procent te groeien. Toch, of moeten we zeggen: daarom, heeft Stinckens zorgen. Niet zozeer omdat het moeilijk is om geschikt personeel te vinden, al blijven er zelfs na de aanwerving van 57 nieuwe medewerkers vorige maand nog constant een dertigtal functies niet ingevuld. Wel omdat hij vreest dat hij binnen tien jaar, wanneer de omzet moet zijn verdubbeld, zijn producten niet langer van de bedrijfsterreinen kan transporteren. Een luchtfoto van Scana Noliko brengt de problemen die zullen opduiken duidelijk in beeld. "Het kanaal is voor ons niet interessant en een autosnelweg is er niet", toont Stinckens. "Daardoor moeten onze vrachtwagens door de dorpen rijden. Via de BRES lopen er voorstellen om een nieuwe weg aan te leggen door de verschillende gemeenten, maar dat is geen project dat op korte termijn zal worden afgerond." De ondernemingsraad zal dadelijk de vergaderzaal en Stinckens inpalmen. De algemeen directeur wil nog wel snel door de fabriek lopen voor de foto. "Binnen twintig minuten zijn we terug", meldt hij aan zijn assistente. Ho maar, dat is een grote fabriek. We wandelen er uiteindelijk veertig minuten lang door, allen gehuld in een witte jas en met een blauw haarnetje op het hoofd. Stinckens doet elke ochtend en elke avond anderhalf uur lang zijn ronde door de productieruimte, waar momenteel schorseneren uit Haspengouw worden verwerkt, en door de opslaghallen, waar 90.000 paletten met conserven in glas of in blik zijn opgeslagen. Midden in de fabriek bevindt zich een enclave, een beschutte werkplaats die in het bedrijf is geïntegreerd. "Er zijn nog enkele Limburgse firma's die hiervoor kiezen en we willen het zeker stimuleren", geeft Quanten mee. Stinckens wil voor we in onze Trendsmobiel stappen nog weten wat onze volgende bestemming is. Dat is H. Essers, het logistieke bedrijf in Genk dat op de vierde plaats in onze Top 100 eindigde. "Doe Ivo Marechal, de CEO, mijn groeten." We hadden het kunnen weten. Iedereen kent hier iedereen. Ook voor Quanten is Marechal geen onbekende, zo blijkt wanneer hij haar bij de voornaam aanspreekt. Ze leerden elkaar kennen bij het Logistiek Platform Limburg van de POM. Marechal is een grote, imposante man, wat ons er niet van weerhoudt hem een duidelijke stelling voor te leggen: "Als we net horen dat er zoveel mobiliteitsproblemen zijn in Limburg, is H. Essers toch verkeerd gelegen." Het antwoord is even duidelijk. "Die mobiliteitsproblemen zijn verbeelding." Dan nuanceert Marechal: "Oké, ze zijn er wel. Het klaverblad in Lummen is een knelpunt en het uitblijven van de noord-zuidverbinding staat de ontwikkeling van Noord-Limburg in de weg. Maar er is geen enkele provincie zonder mobiliteitsproblemen." Dat beamen onze collega's die de andere Vlaamse provincies bezochten. "Limburg blijft the place to be", gaat Marechal voort. "De grond is hier bijna gratis, of toch vier keer goedkoper dan in Antwerpen of Brabant en tien keer goedkoper dan in het buitenland. Al wordt het tegendeel vaak beweerd, er is nog grond beschikbaar in Limburg. Dat is voor een groeiend logistiek bedrijf als het onze heel belangrijk, want we verzorgen ook de opslag van goederen." De grote afstand tot de havens van Antwerpen en Rotterdam hoeft volgens Marechal ook geen nadeel te zijn, omdat het traject dat de vrachtwagens daarvoor moeten afleggen sowieso op de weg naar hun uiteindelijke bestemming ligt. Ook geen moeilijkheden om gekwalificeerd personeel te vinden dan? "De vijver waarin we vissen, droogt op, maar het is geen probleem om bijvoorbeeld honderd mensen te vinden voor een project", zegt Marechal. Aan hem heeft Quanten een makkelijke klant. "Ach, ik schiet niet gauw op de politiek. Als ik dan toch iets moet suggereren, stel ik voor om de krachten en de middelen samen te voegen om ze efficiënt te gebruiken. Er is de POM, VLAO, FIT, het Innovatiecentrum. Al moet Limburg niet onderdoen voor de andere provincies omdat er al regelmatig wordt samengewerkt." Quanten: "Klopt, maar structureel overleg is er inderdaad nog niet." Omdat H. Essers altijd wordt verbonden aan zijn vrachtwagens, kiezen we voor een foto van Marechal in een van de opslaghallen van de firma. Alleen Quanten moet daarna nog poseren voor de lens. Waarom niet bij de oude mijnsites, nu we toch in Genk zijn, opperen we. Dat clichébeeld geeft het huidige Limburg en het huidige Genk niet langer weer, vindt onze fotograaf. Gelijk heeft hij. Genk is uitgegroeid tot een industriestad. "De stad is eigenlijk complementair aan Hasselt, een dienstenstad. Onze provincie zou wel meer zakelijke dienstverlening kunnen gebruiken", vertelt Quanten. We overwegen nog even te rijden naar de terreinen waar grind werd gedolven. Grind is een belangrijke grondstof voor de bouwsector, waarvoor Limburg ook bekendstaat. Het is niet toevallig dat er zoveel aannemersbedrijven in onze Limburgse Top 100 voorkomen. De grindputten die overbleven, moeten binnenkort een nieuwe bestemming krijgen, maar het weer is te druilerig om ze mooi te fotograferen. Opnieuw naar Hasselt dan maar weer, voor een foto in Quantens kantoor. Bij het binnenrijden van de stad merken we dat de gouverneur van in het provinciehuis uitkijkt op Plopsa Indoor, het pretpark van Studio 100. Het is ondertussen vijf uur in de namiddag, niet meteen het ideale tijdstip om de snelweg naar Brussel op te rijden. "Hier zijn toch geen files", herinnert Quanten ons een laatste keer. Tijdens de rit kantoorwaarts - we geraken zelfs vlot voorbij het klaverblad - breekt de zon eindelijk weer door. En de file, die begint inderdaad pas vlak voor aankomst op de redactie in Evere. (T)