Om in deze begrotingsoperatie - door het IMF bestempeld als een tegenvaller - te slagen, worden twee technieken gebruikt. Eerst wordt het probleem van het begrotingstekort vakkundig opgeklopt. De miljarden waar men in de laatste, meestal nachtelijke, begrotingsronde naar op zoek is, swingen de pan uit. Ten tweede worden voor dag en dauw enkele eenmalige maatregelen (zoals verkoop van gebouwen) uit de hoed getoverd en het knutselwerk is klaar. Traditiegetrouw worden 'meerinkomsten als gevolg van een betere beteugeling van fiscale fraude' als sluitpost genomen. Dit jaar krijgt deze post, die vanzelfsprekend opnieuw van de partij is in een land waar de informele economie geschat wordt op 22 % van het bruto binnenlands product, stevige concurrentie van de 'slapende reserves'.
...

Om in deze begrotingsoperatie - door het IMF bestempeld als een tegenvaller - te slagen, worden twee technieken gebruikt. Eerst wordt het probleem van het begrotingstekort vakkundig opgeklopt. De miljarden waar men in de laatste, meestal nachtelijke, begrotingsronde naar op zoek is, swingen de pan uit. Ten tweede worden voor dag en dauw enkele eenmalige maatregelen (zoals verkoop van gebouwen) uit de hoed getoverd en het knutselwerk is klaar. Traditiegetrouw worden 'meerinkomsten als gevolg van een betere beteugeling van fiscale fraude' als sluitpost genomen. Dit jaar krijgt deze post, die vanzelfsprekend opnieuw van de partij is in een land waar de informele economie geschat wordt op 22 % van het bruto binnenlands product, stevige concurrentie van de 'slapende reserves'. De minister van Begroting heeft het namelijk gemunt op deze 'slapende belastingvrije' reserves. Wanneer men op die belastingvrije reserves belastingen betaalt, kan men die uitkeren, zo klinkt de ludieke boodschap. En gezien ze slapen, zal dat de economie geen schade berokkenen, zo gaat de redenering voort. Het belastingvrije karakter ervan is meestal gekoppeld aan de voorwaarde dat de reserves in het bedrijf blijven. De bedoeling is een buffer te bouwen, zodat het bedrijf solvabel is, bijvoorbeeld om toekomstige investeringen te financieren. Wat hun slapend karakter betreft, heb ik het wat moeilijker om de uitleg te volgen. De totale passiva (waar komt het geld vandaan?) financieren de totale activa (wat doe ik ermee?), zo leert men in de eerste les van dubbel boekhouden. Slapende passiva die vermoedelijk dienen voor de financiering van slapende activa, lijkt een vrij nieuwe benadering. Een analyse op basis van de Trendsdatabases leert dat de 10.000 grootste ondernemingen samen 9,6 miljard euro vrijgestelde reserves hebben of gemiddeld zowat 1 miljoen euro per onderneming. Pas echter op met gemiddelden. Voor de tweede helft van de Top 10.000 (bedrijven vanaf plaats 5000) is het gemiddelde bedrag aan belastingvrije reserves 30.000 euro. Als elke onderneming haar belastingvrije reserves uitkeert aan de aandeelhouder in 2009, wordt de schatkist 2,5 miljard euro rijker (voorkeurtarief in 2009 is 25 %, 2008 20 % en 2007 16,5 %). De individuele aandeelhouders ontvangen 7,5 miljard euro en betalen daarop bijna 2 miljard euro roerende voorheffing (nog een meevaller voor de begroting). Van de 10 miljard euro gaat dus 4,5 miljard euro naar de overheid en 5,5 miljard euro naar de aandeelhouder. Die 45 % komt precies overeen met de impact van de overheid in onze gemengde economie. Onderkapitalisatie. Op het eerste gezicht een schitterende operatie een toost waard. Maar bedrijven die hun reserves uitkeren, kunnen aan onderkapitalisatie lijden, wat toekomstige financiering van investeringen bemoeilijkt en hen een gemakkelijker prooi maakt voor overnames. Onderkapitalisatie betekent dat het eigen vermogen niet voldoende is ten opzichte van het balanstotaal. Financiële handboeken pleiten ervoor dat een derde van het balanstotaal via eigen vermogen zou worden gefinancierd ( norm) en dat het eigen vermogen nooit mag dalen onder de 15 % van het balanstotaal ( alarmpeil). Op basis van analyses van de Gentse emeritus professor Hubert Ooghe en zijn team werd berekend dat het eigen vermogen van de Belgische bedrijven gemiddeld 30,2 % bedraagt. Het gemiddelde ligt dus beneden de norm, wat impliceert dat heel wat individuele ondernemingen flirten met het alarmpeil. Dat zet de kredietwaardigheid van de ondernemingen op de helling en maakt dat banken, zeker in het Bazel II-tijdperk dat officieel op 1 januari 2007 is gestart, solide waarborgen zullen zoeken voor hun kredieten. Rekenende ondernemers. Ik denk dat ik het eindelijk begrijp. Slapende reserves betekenen eigenlijk reserves die ervoor zorgen dat de aandeelhouder en vooral de borgsteller gerust kunnen slapen, omdat het bedrijf een voldoende buffer heeft. Het bedrijf zal niet overboord gaan bij een eerste windstoot. Bijvoorbeeld als de overheid in het kader van window dressing al haar betalingen staakt in de maanden november en december. Het aanzetten tot uitkeren van de belastingvrije reserves is dan ook geen goede zaak en kan de duurzame competitiviteit van de bedrijven aantasten. Maar ondernemers kunnen ook rekenen. Bij eventuele vereffening van de vennootschap kunnen de belastingvrije reserves leiden tot een liquidatiebonus van 33,99 %. De aandeelhouder betaalt daarnaast nog eens 10 % roerende voorheffing en houdt netto 58,6 % over (of 3 euro meer dan bij onmiddellijke 'speciale' uitkering). Daardoor kan de ondernemer gerust slapen en doen wat van hem wordt verwacht: ondernemen. Ondertussen zorgt het eigen vermogen ervoor dat via de notionele interest, die onder meer onderkapitalisatie moet vermijden (!), minder vennootschapsbelasting dient te worden betaald. Dat de begroting er finaal niet beter van wordt, daar zal geen haan meer naar kraaien bij de definitieve afsluiting van de rekenigen voor de begroting 2007. De auteur, secretaris-generaal van het Vlaams Departement Economie, Wetenschappen en Innovatie, schrijft deze column in persoonlijke naam.Rudy Aernoudt