Luc Devoldere, classicus van opleiding, is sinds 2002 de hoofdredacteur van Ons Erfdeel, het blad van de culturele stichting die zich in Rekkem bevindt, niet toevallig op een steenworp van de Franse grens. Hij heeft al verschillende publicaties op zijn naam staan en ruim tien jaar geleden mocht hij de Prijs Letterkunde van de Vlaams Provincies in ontvangst nemen. Eind vorig jaar verscheen zijn essaybundel Tegen de kruideniers. De kruidenier is een kleingeestige, krenterige persoon. In zijn boek verwijst hij naar een brief van de Frans-Roemeense schrijver Emile Cioran. ...

Luc Devoldere, classicus van opleiding, is sinds 2002 de hoofdredacteur van Ons Erfdeel, het blad van de culturele stichting die zich in Rekkem bevindt, niet toevallig op een steenworp van de Franse grens. Hij heeft al verschillende publicaties op zijn naam staan en ruim tien jaar geleden mocht hij de Prijs Letterkunde van de Vlaams Provincies in ontvangst nemen. Eind vorig jaar verscheen zijn essaybundel Tegen de kruideniers. De kruidenier is een kleingeestige, krenterige persoon. In zijn boek verwijst hij naar een brief van de Frans-Roemeense schrijver Emile Cioran. In zijn Lettre à un ami lointain (1957) heeft Cioran het over een vloek die het Westen heeft getroffen, "dat op het eind van zijn bloei alleen nog zakenlieden voortbrengt, kruideniers en sjacheraars met lege blik en verstorven glimlach (...). Is dit het eindpunt van een beschaving die ooit zo verfijnd en veelzijdig was?" Tegen die mentaliteit keert Luc Devoldere zich. Dat doet hij met essays 'over talen, Europa en geheugen', zoals de ondertitel van zijn boek luidt. Hij gaat op tocht langs Jean Jaurès, de Grote Oorlog, de legende van Uilenspiegel, de Oostenrijkse schrijver Joseph Roth, Venetië, Maeterlinck en zelfs Joris Van Severen. "Ik ben een volbloed Europeaan", zegt Luc Devoldere. "Maar dat verhindert me niet om zware kritiek te uiten op het politieke project van de Unie en te wijzen op het democratische deficit ervan. Wij worden nooit een Verenigde Staten van Europa, maar we kunnen het Europese gevoel wel versterken door onze talenkennis." Ook de Nederlandse taal krijgt een plaats in zijn werk. Gaande van de historiek van de taal, tot concrete problemen in het hier en nu. "Een ambtenaar moet de taalwetgeving respecteren -- in Vlaanderen is het Nederlands de officiële taal -- maar hij moet er ook alles aan doen om de dienstverlening te doen slagen. Wettelijk blijven en hoffelijk zijn", schrijft hij. Daarmee verwijst hij naar de discussie over het taalgebruik aan de loketten van Menen, zonder de stad bij naam te noemen. Tegen de kruideniers brengt de lezer naar plaatsen en personen die misschien wat in de vergetelheid zijn geraakt. In enkele zinnen worden ze tot déjà vu's omgetoverd. Voor hij afsluit met enkele tientallen kortere aforismen, gaat zijn aandacht zelfs even naar Bob Dylan. Critici zullen Devoldere voor de voeten werpen in zijn boek te koketteren met zijn kennis. Maar zijn tocht doorheen de Europese cultuur is een inspiratiebron. Je zou het boek zelfs als reisgids kunnen gebruiken. Devoldere pretendeert niet de waarheid in pacht te hebben. Hij ventileert ideeën en gedachten. Niet toevallig haalt hij ook Arnon Grunberg aan, die er ooit op wees dat literatuur de wereld niet kan redden, maar hem wel bewoonbaar kan maken. Luc Devoldere, Tegen de kruideniers. Over talen, Europa en geheugen, De Bezige Bij, 2014, 335 blz., 19,95 euro MICHAËL VANDAMME