Sinds 1 augustus van dit jaar hebben vrijwilligers een volwaardig juridisch statuut. De wet die dat regelt, is intussen meer dan een jaar oud. Maar om verschillende redenen werd er begin dit jaar voor geopteerd de inwerkingtreding met zes maanden uit te stellen, van 1 februari naar 1 augustus van dit jaar.
...

Sinds 1 augustus van dit jaar hebben vrijwilligers een volwaardig juridisch statuut. De wet die dat regelt, is intussen meer dan een jaar oud. Maar om verschillende redenen werd er begin dit jaar voor geopteerd de inwerkingtreding met zes maanden uit te stellen, van 1 februari naar 1 augustus van dit jaar. Van dit uitstel is gebruikgemaakt om de nieuwe wetgeving op belangrijke punten bij te schaven. De aanpassingen hebben onder meer te maken met de informatie die aan de vrijwilligers gegeven moet worden. Die heeft betrekking op de doelstelling van de organisatie, de kostenvergoeding die de vrijwilliger mag verwachten enzovoort. In de oorspronkelijke tekst van de wet was erin voorzien dat deze informatie opgenomen zou moeten worden in een 'organisatienota', die vooraf aan de vrijwilliger overhandigd moet worden. Inmiddels heeft de wetgever ingezien dat zo'n verplichting voor veel organisaties onbegonnen werk is. Vandaar dat ze alsnog afgezwakt is. In de regeling zoals ze vandaag van kracht is, volstaat het dat de vrijwilliger de vereiste informatie 'op gelijk welke wijze' verkrijgt. Dat hoeft dus niet langer door de overhandiging van een organisatienota te zijn. De informatie kan ook verstrekt worden door bijvoorbeeld aanplakking in het clublokaal, de website van de organisatie enzovoort. Belangrijke wijzigingen zijn er ook nog op het gebied van aansprakelijkheid en verzekering. Die komen er in grote lijnen op neer, dat de bijzondere aansprakelijkheidsregeling (in hoofde van de organisatie) en de verplichting om zich daartegen te verzekeren niet van toepassing zullen zijn op de meeste feitelijke verenigingen. Die zullen zich slechts in zeer welbepaalde gevallen naar de nieuwe regels moeten plooien. Dat zal bijvoorbeeld het geval zijn als ze ook werknemers in dienst hebben. De betrokken organisaties hebben overigens nog tijd om na te kijken of ze onder de nieuwe aansprakelijkheidsregeling vallen en zich dus moeten verzekeren. De inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving is op deze punten uitgesteld tot 1 januari 2007. Fiscaal. Vanuit fiscaal oogpunt interesseert ons uiteraard vooral het hoofdstuk over de toegelaten kostenvergoedingen. Formeel gezien bevat de nieuwe wet geen fiscale bepalingen. Maar ze bepaalt wel hoe hoog de kostenvergoedingen mogen zijn, zonder dat de vrijwilligers hun bijzondere statuut onder de nieuwe wetgeving verliezen. Die grenzen zijn ook fiscaal van belang. Men mag immers aannemen - en de belastingadministratie heeft dit inmiddels bevestigd - dat deze grenzen ook doorwerken op fiscaal gebied. Een kostenvergoeding die binnen de gestelde grenzen blijft, zal dus niet belastbaar zijn. Hoe hoog mogen de kostenvergoedingen zijn? De wet schrijft om te beginnen enkele forfaitaire bedragen voor. Zijn de ontvangen bedragen hoger, dan verliest de betrokkene niet noodzakelijk zijn statuut van vrijwilliger (onder toepassing van de nieuwe wet). Maar dan zal hij wel het bedrag en de realiteit van de vergoede kosten moeten kunnen aantonen aan de hand van bewijskrachtige documenten. Wat de forfaitaire bedragen betreft, schoof de wet oorspronkelijk een dag-, een kwartaal- en een jaargrens naar voor. Die dag- en jaargrens kwamen niet uit de lucht vallen. De fiscus aanvaardt al jaar en dag dat kostenvergoedingen van vrijwilligers niet belastbaar zijn als ze een bepaalde dag- en jaargrens niet overschrijden. Die grens beloopt op dit ogenblik 27,92 euro per dag en 1116,71 euro per jaar. In de nieuwe wetgeving op het vrijwilligerswerk komen dezelfde grensbedragen voor. Men vindt ze trouwens ook terug in de socialezekerheidsreglementering van werknemers. Daar staat ook te lezen dat kostenvergoedingen van vrijwilligers niet als loon worden aangemerkt, als ze binnen de dag- en jaargrens blijven. Ongelukkig. Bij het ontwerpen van de nieuwe wetgeving over vrijwilligerswerk was iemand op de ongelukkige idee gekomen om aan deze dag- en jaargrens ook nog een kwartaalgrens toe te voegen. De kostenvergoedingen zouden bovendien per kwartaal niet hoger mogen zijn dan (nog te indexeren) 600 euro. Over die regeling was duidelijk niet goed nagedacht. Ze benadeelde namelijk vrijwilligers wier activiteiten niet gelijkmatig gespreid zijn over het jaar, maar bijvoorbeeld geconcentreerd zijn in een bepaalde periode van het jaar (bijvoorbeeld de zomervakantie). Zelfs als ze de dag- en jaargrens respecteren, kunnen ze snel in conflict komen met de nieuwe kwartaalgrens. Dat zou het geval zijn als hun activiteit binnen een bepaald trimester iets meer dan twintig dagen omvat. Het getuigt daarom van wijsheid dat de wetgever inmiddels beslist heeft de kwartaalgrens kort en goed te schrappen. Wat de forfaitaire kostenvergoedingen betreft, moeten we er dus - zoals vroeger - slechts rekening mee houden dat we de dag- en jaargrens respecteren. De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.Jan Van Dyck