Drie Amerikaanse topbrokers en hun visie op het financiële jaar 1997.
...

Drie Amerikaanse topbrokers en hun visie op het financiële jaar 1997.De Dow Jones-index vierde vorig jaar met stijl zijn eeuwfeest. Nadat de index in 1995 33,5 % was gestegen, voorspelden de meeste analisten twaalf maanden geleden voor 1996 een gemiddelde koersstijging van 5 %. Nagenoeg niemand had de verdere, forse opmars verwacht. De Dow Jones steeg van iets boven 5000 punten tot 6500 punten, of een kleine 30 % winst. Drie van Wall Streets meest gerenommeerde analisten aan het woord over de motor achter de hausse, het huidige niveau van de beurskoersen en hun verwachtingen voor 1997. Richard McCabe is Chief Market Analyst bij Merrill Lynch, Abby Joseph Cohen is Market Strategist bij Goldman Sachs en Bluford Putnam is Chief Investment Officer van de aandelenafdeling bij Bankers Trust. Ze hebben allemaal hun kantoor in New York, op een boogscheut van Wall Street. Maar hun visies op de financiële werkelijkheid liggen soms mijlenver uit elkaar. Hoe ziet de ideale portefeuille er momenteel uit ?RICHARD McCABE : Merrill Lynch raadt momenteel aan om niet meer dan 40 % van de middelen in aandelen te beleggen. De rest wordt over obligaties (50 %) en liquide middelen (10 %) verdeeld. Dat is al een poosje onze politiek omdat we van mening zijn dat de economische groei de komende kwartalen zal vertragen en dat de bedrijfsresultaten niet aan de verwachtingen zullen beantwoorden. In een klimaat van economische verzwakking kunnen obligaties het goed blijven doen, terwijl aandelen zullen ontgoochelen. Met nauwelijks 40 % in aandelen behoren we tot de grootste pessimisten op Wall Street.ABBY JOSEPH COHEN : Wie op de Amerikaanse aandelenmarkt belegt, krijgt van ons de raad 60 % van zijn geld in aandelen te investeren, 25 % in obligaties, 10 % liquide te houden en 5 % in de Goldman Sachs Commodity Index te investeren. Nauwelijks twee jaar geleden raadden we nog aan 75 % in aandelen te beleggen. We blijven in een verdere stijging van de koersen van Amerikaanse aandelen geloven, maar na de forse opmars van de voorbije twee jaar doen we wat van ons wordt verwacht : we nemen een beetje gas terug. 75 % van je middelen in aandelen beleggen, kan je alleen als je uitermate "bullish" bent. Een belang van 60 % in aandelen is nog steeds optimistisch, maar niet meer zo extreem als tevoren. Hoe zien jullie vooruitzichten voor de Amerikaanse economie en de bedrijfswinsten eruit ?BLUFORD PUTMAN : Ik ben ervan overtuigd dat de economie in 1997 zo sterk of mogelijk nog sterker zal groeien dan iedereen verwacht. Ik denk verder dat de inflatie lichtjes zal stijgen : genoeg om de obligatiemarkt de daver op het lijf te jagen. De langetermijnrente is mijns inziens op een te laag niveau aanbeland. Zodra beleggers het inflatiespook weer beginnen te vrezen, zullen de obligatiekoersen dalen, terwijl de aandelenbeurs het goed zal blijven doen. Een robuuste economische groei betekent aantrekkelijke bedrijfsresultaten : veel cashflow en een gevoelige winstgroei. Het is dus zaak om tijdens deze periode van sterkere economische groei obligaties te mijden en aandelen te kopen. Verkoop obligaties en koop aandelen ?PUTNAM : In feite komt het daar op neer. Dezelfde strategie bleek trouwens tijdens het eerste kwartaal van 1996 een succes toen de obligatiekoersen daalden terwijl de aandelenmarkt de records aan elkaar reeg. Let wel : ik geloof niet dat de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve, de rente zal verhogen. De kortetermijnrente zal dus stabiel blijven, terwijl de economie vrij sterk zal groeien. De ondernemingen zullen bijgevolg uitstekende resultaten voorleggen, met stijgende aandelenkoersen als gevolg.McCABE : De bedrijfsresultaten die eind 1996 bekendgemaakt werden, waren beter dan verwacht. Maar of die positieve tendens zich zal doorzetten, is zeer de vraag. COHEN : Ik denk dat de winsten wel degelijk zullen blijven stijgen. Ik kijk naar de winsten die bedrijven bekendmaken, maar ga ook een stapje verder. Ik herbereken de gegevens en hou rekening met aanpassingen voor boekhoudkundige veranderingen en dergelijke. Mijn conclusie is dat de bedrijfswinsten de voorbije maanden 7 tot 8 % stegen in vergelijking met dezelfde periode het jaar voordien. Meer analisten hebben hun verwachtingen naar boven toe bijgesteld dan omgekeerd. Tot het vierde kwartaal van 1995 stegen de winstcijfers van de ondernemingen uit de Standard & Poor's 500-index meer dan 20 % op jaarbasis. Dan volgde een groeivertraging. De winsten begonnen evenwel niet te dalen, enkel trager te groeien. De winstgroei vertraagde van gemiddeld 22 % tot 10 %. Ik denk dat we dit ritme nog een tijdje kunnen volhouden. De ondernemingen waarin wij beleggen, slagen erin sneller te groeien dan de hele economie. Dat mag geen verbazing wekken. De ondernemingen die deel uitmaken van de S&P 500-index zijn immers in de meeste gevallen internationale bedrijven. Dus groter, soepeler, financieel sterker en actiever op de internationale financiële markten dan het doorsnee Amerikaans bedrijf. Het zijn ware groeipolen. Vandaar dat de gemiddelde groei van de S&P 500-bedrijven sterker is dan de groei van het bruto binnenlands product (BBP). PUTNAM : Mag ik nog even terugkomen op de vraag hoe de economie verder zal evolueren ? Men kan de huidige situatie op twee manieren bekijken. De enen zeggen : "Het glas is halfvol", de anderen : "Het glas is half leeg". Verdedigers van de eerste theorie, waaronder ikzelf, stellen dat de VS over een erg flexibele economie beschikt en de wereld het voorbeeld geeft van hoe men de nieuwe technologieën in het bedrijfsleven moet inpassen. Amerikaanse bedrijven zijn pioniers wat betreft voorraadbeheer, planning van nieuwe investeringen en verkorting van productielijnen. Ze hebben de voorbije vijf, zes jaar een afslankingsoperatie doorgevoerd en werken nu oneindig veel efficiënter dan voorheen. De bedrijfswinsten zullen hierdoor nog een poosje gestaag blijven groeien.Voorstanders van de "halfleegtheorie" beweren dat er een recessie op komst is. Maar wat precies veroorzaakt een recessie ? Een forse belastingverhoging of een gevoelige verhoging van de rente, wat tot een inverse rentecurve zou leiden. Maar we zien noch het ene, noch het andere gebeuren. Ik voorspel een geleidelijke economische groei, een lage werkloosheid en een groeiend consumentenvertrouwen.Bovendien is er de verdeling van de macht in Washington een democraat als president en een door de republikeinen gedomineerd parlement , een enorm pluspunt voor de economie en de financiële markten. Indien één partij de macht had, zouden we economisch wel eens een minder interessante richting kunnen uitgaan. Daarvoor is er nu geen gevaar. Washington zal geen schokgolven door de financiële markten jagen.Is er dan geen gevaar voor een oververhitting van de economie ?PUTNAM : Voor mij niet. De economie groeide misschien iets te snel in het tweede kwartaal van 1996, maar achteraf vertraagde ze opnieuw. In 1997 kan de groei weer een beetje versnellen, maar het zal enkel om een logische opeenvolging van eb en vloed in het economische getij gaan. Geen probleem. Wel zal de inflatie geleidelijk beginnen stijgen. De Fed zal de rente daardoor ergens in de loop van 1997 moeten verhogen. Tegen die tijd verlagen we ons belang in aandelen. Maar de obligatiekoersen zullen het eerste slachtoffer zijn. COHEN : Tot dusver zorgt de stijging van de uurlonen niet voor looninflatie en is er dus geen vuiltje aan de lucht. Er bestaat wat onduidelijkheid over de vraag waar de uurloonstijging vandaan kwam. Ook de bevoegde overheidsdiensten kunnen ons niet vertellen of de lonen aan de inflatie aangepast werden, of dat de stijging met promotie gepaard ging. Nooit eerder in de geschiedenis veranderde de inhoud van een job immers zo snel. We bevinden ons al een hele tijd in een haussemarkt. Hoe lang kan de hausse nog duren ?McCABE : Ik vermoed dat we het einde van de hausse naderen. We spreken momenteel over een "oude" hausse : de meeste stijgingsbewegingen op de beurs duren tweeënhalf tot drie jaar. Deze hausse loopt dus op haar laatste benen, aangezien ze in april 1994 van start ging. Momenteel kopen beleggers nog bijna uitsluitend kwaliteitsaandelen, de "blue chips". Ze laten de kleinere, speculatievere aandelen links liggen. Dat is vaak één van de karakteristieken van de laatste etappe van een haussemarkt. Van kleinere, speculatievere aandelen naar grote groeiers.In 1995 en begin 1996 was er veel interesse voor kleine Nasdaq-aandelen en nieuwe introducties. Maar na een piek in mei en juni 1996 viel de belangstelling voor dit soort aandelen terug. In juli 1996 bereikte de Nasdaq-beurs een dieptepunt dat 18 % lager lag dan de top van mei. De kwaliteitsaandelen en hun respectievelijke indexen (de Dow Jones-index en de Standard & Poor's 500-index) herstelden zich snel van de juli-opdoffer en bereikten in het najaar nieuwe recordhoogten. De Nasdaq-index veerde ook opnieuw op, maar had moeite met het bereiken van het niveau van mei 1996. Een beter voorbeeld nog is de Russell 2000-index. Die geeft de evolutie van de kleinere aandelen beter weer, aangezien de Nasdaq door aandelen als Intel en Microsoft gedomineerd wordt. De Russell 2000 heeft nog steeds maar twee derden van het verlies van juli goedgemaakt. Geen goed teken. Historisch gezien, gaat een piek van de indexen van de kleinere aandelen de piek van de Dow Jones-index en de S&P 500-index met zowat zes maanden vooraf. De tijd dringt dus. Als we begin 1997, bij het verschijnen van dit artikel, nog steeds een Dow Jones-index op 6500 of 6600 punten hebben, dan wordt de situatie gevaarlijk. Als de kleinere aandelen dan geen nieuwe records meer kunnen bereiken, verliest de hausse kracht en staat niets een correctie nog in de weg.Kijk maar naar 1987 en 1973. In 1987 daalden de kleinere aandelen al een poosje toen de Dow Jones in augustus een piek bereikte. In de herfst was het liedje uit. Vanaf april 1972 begonnen de koersen van de kleinere aandelen te dalen. De Dow Jones bleef tot januari 1973 stijgen om kort daarop aan een indrukwekkende terugval te beginnen. De tijd dringt, met andere woorden. De hausse kan al bij al nog hooguit een maandje duren.PUTNAM : Niet akkoord. Dat beleggers vooral grotere kwaliteitsaandelen kopen, hoeft helemaal geen slecht voorteken te zijn. De S&P 500-index is veel meer de index van soepele groeibedrijven dan dertig jaar geleden. Toen waren de twintig grootste aandelen goed voor de helft van de waarde van de S&P 500, nu slechts voor een kwart. De meeste S&P-ondernemingen zijn kleiner, concurrentiëler en soepeler geworden. Dat veel geld naar de "blue chips" vloeit, is helemaal niet slecht. Integendeel zelfs. Het maakt de hausse gezonder. COHEN : Dat de hausse van de voorbije maanden vooral door de "steraandelen" werd gedragen, is gemakkelijk te verklaren. In de zomer van 1996 kwam iedereen immers tot het besef dat de economie trager begon te groeien en dat de inflatievrees ongegrond was. De obligatiemarkt kende een bloeiperiode en de aandelen profiteerden mee. Maar wel vooral die aandelen waarvan beleggers verwachtten dat de winst geleidelijk zou blijven groeien. Grote, gekende, vertrouwenwekkende ondernemingen. Hoe moet het nu verder ?PUTNAM : De groei van de economie en van de bedrijfswinsten vertraagt, maar is nog ruim voldoende om van een kerngezonde economie te gewagen. De bedrijfswinsten zullen evenmin teleurstellen in 1997. Er kunnen zich op de beurs kleine correcties voordoen, maar de trend blijft opwaarts gericht. COHEN : Ik denk evenmin dat het feest voorbij is. Ik vermoed dat de volgende baissemarkt zal veroorzaakt worden door een fundamentele verslechtering van de economische situatie. En dat zie ik in 1997 niet gebeuren. We staan nog voor een periode van gestage, duurzame economische groei. Deze economische cyclus duurt langer dan de meeste vorige omdat alles trager is verlopen. Er is nooit echt sprake geweest van ongemeen forse economische groei die kwartalen lang voortduurde. Een pronostiek graag ?PUTNAM : Ik zie de Standard & Poor's 500-index en/of de Dow Jones-index in 1997 12 à 15 % stijgen. McCABE : Ik vrees de komende maanden een correctie die de indexen tot 20 à 25 % onder hun absolute top zal terugbrengen. Ik denk dat de Dow Jones en de S&P ongeveer even zwaar zullen getroffen worden. De kleinere aandelen kunnen nog zwaarder onder de correctie te lijden krijgen, het gaat hier immers om volatielere waarden. De terugval van de Nasdaq kan ongeveer anderhalve keer de daling van de Dow Jones bedragen. Ik hoop dat deze correctie de excessen en het overdreven optimisme zal wegvegen, zodat we klaar staan voor een nieuwe periode van voorspoed. Misschien nog een opmerking voor jullie Belgische lezers : de correctie in de VS zal geen geïsoleerd gebeuren zijn. Wereldwijd zullen de aandelenkoersen terugvallen.COHEN : Ik blijf zoals gezegd erg positief gestemd. Ik vermoed dat de koersen ongeveer even sterk zullen stijgen als de bedrijfswinsten. Dus gemiddeld 10 %. Zijn aan een positieve vooruitblik geen risico's verbonden ?COHEN : Het grootste risico is dat de economieën buiten de Verenigde Staten in Europa en Japan vooral minder snel zouden beginnen groeien. In Groot-Brittannië is er momenteel op economisch vlak geen vuiltje aan de lucht, maar het Europese vasteland baart me zorgen. De reële rente blijft daar aan de hoge kant en vormt een hinderpaal voor een sterkere economische groei. De Europese economieën zullen ook in 1997 groeien, maar het tempo zou wat hoger mogen liggen. Dan is er nog de factor-Japan. Hier bestaat onzekerheid over hoe de nieuwe regering de economie nieuwe impulsen wil bezorgen. Welke economische en fiscale maatregelen heeft de overheid in petto ? Doet de nieuwe regering niets of grijpt ze onvoldoende in, dan zou dat een economische ramp betekenen voor Japan. We hebben nu al enkele maanden van negatieve groei achter de rug.Toch blijven we erbij dat de economieën van Europa en Japan zullen aantrekken. Vooral op het Europese continent is een forse economische opleving mogelijk. Maar als die te lang op zich laat wachten, zullen de winsten van de Amerikaanse ondernemingen die deel uitmaken van de S&P 500-index niet volgens de verwachtingen evolueren. Vandaar mijn bezorgdheid over Europa.PUTNAM : Voor mij bestaat het risico erin dat we plots in een recessie zouden belanden, zonder dat we het hadden zien aankomen. Dat zou de ondernemingswinsten doen kelderen, net als de aandelenkoersen. De obligatiemarkt zou hier echter volop van profiteren. Zodat ik tweemaal tegenvoets zou worden gepakt : ik raad namelijk momenteel aan in aandelen te beleggen en obligaties te verkopen. Wat met de langetermijnrente ?McCABE : Die is fors gedaald, maar heeft ondertussen een bodem bereikt. En dat is minder goed nieuws voor de financiële markten. Ik verwacht dat de lange rente de komende maanden rond 6,2 à 6,3 % zal stabiliseren om dan opnieuw op te veren in de lente van volgend jaar. PUTNAM : Ik hanteer een simpele formule om uit te maken hoe de lange rente zal evolueren. Neem de inflatie (ik denk dat die geleidelijk zal stijgen tot zowat 4 %) en neem de economische groei (die zal volgens mij in 1997 zowat 3 % bedragen). Tel de 3 bij de 4 en we komen op 7 %. Ik denk dat de obligatierente boven 7 % zal uitstijgen. Raden jullie aan in de VS, in Europa of in Azië te beleggen ?PUTNAM : Ik vind de beurs van Wall Street aantrekkelijker dan de Aziatische beurzen, maar mijn voorkeur gaat uit naar Europa met zijn enorm potentieel. De hoge werkloosheid in Europa is misschien een slecht teken voor de hele economie, maar is tegelijk goed nieuws op micro-economisch vlak. Het betekent immers dat de Europese bedrijven op een veel agressievere manier aan afslanking doen dan ooit tevoren. Het ziet er voor de Europese economieën misschien niet echt goed uit, maar wel voor de Europese bedrijven. Ik denk dat de Europese beurzen de Amerikaanse zullen overtroeven in 1997.COHEN : Toch een randbemerking. De voorbije vier jaar waren de economische vooruitzichten aan het begin van het jaar telkens erg rooskleurig voor Europa. Maar nooit voldeed het oude continent aan de verwachtingen, terwijl in de VS de realiteit en de voorspellingen naadloos samenvielen. In welke sectoren beleggen jullie momenteel ?PUTNAM : Ik heb nog veel vertrouwen in de technologiesector. De hausse hier is nog niet voorbij. Verder verwacht ik veel van consumptie-aandelen. Die moeten van een sterkere economische groei profiteren. En tenslotte opteer ik voor energie-aandelen. De opstoot van de olieprijs was geen toeval, noch een eenmalig gebeuren. De olieprijs steeg omdat de vraag naar petroleum geleidelijk stijgt. Een trend die niet zo snel opnieuw zal keren. COHEN : Ik richt me hoofdzakelijk op twee sectoren. In de eerste plaats die van de financiële diensten. De kinderen van de "babyboom" in de jaren vijftig worden een dagje ouder. Een aantal jaren geleden waren zij de groep die geld uitgaf en leende, nu beginnen ze zich voor sparen en beleggen te interesseren. Tweede interessante sector is de technologiesector. Het is gewoon onvoorstelbaar hoeveel geld particulieren en bedrijven de voorbije vijf jaar hebben geïnvesteerd in technologie. Sinds 1991 is het jaarlijkse bedrag dat uitgegeven wordt aan technologie als een onderdeel van het bruto binnenlands product (BBP) verdrievoudigd.Wanneer ondernemingen in het verleden hun capaciteit wilden vergroten, bouwden ze een nieuwe vestiging. Willen ze dat de dag van vandaag doen, dan kopen ze efficiëntere machines. Dat fenomeen doet zich momenteel voor in de VS en zal zich herhalen in de rest van de wereld. Amerikaanse bedrijven zijn beter geplaatst dan anderen om hiervan te profiteren. Zij zullen de wereld en de harten van beleggers veroveren !CHARLY PRETZLIK/ GEERT WELLENS Richard McCabe : We zijn van mening dat de economische groei de komende kwartalen zal vertragen en dat de bedrijfsresultaten niet aan de verwachtingen zullen beantwoorden. Voor Abby Joseph Cohen is het grootste risico is dat de economieën buiten de Verenigde Staten in Europa en Japan vooral minder snel zouden beginnen groeien.Bluford Putnam : De opstoot van de olieprijs was geen toeval, noch een eenmalig gebeuren.