The Infrastructure Company (TINC) ontstond in 2007 uit een joint venture van de investeringsmaatschappij Gimv en de bank Belfius. Beide partijen blijven betrokken bij het management van het bedrijf én houden 20 tot 25 procent van de aandelen in handen. Voor Gimv en Belfius geldt een harde lock-up van 365 dagen. Ze moeten hun aandelen minstens een jaar bijhouden.
...

The Infrastructure Company (TINC) ontstond in 2007 uit een joint venture van de investeringsmaatschappij Gimv en de bank Belfius. Beide partijen blijven betrokken bij het management van het bedrijf én houden 20 tot 25 procent van de aandelen in handen. Voor Gimv en Belfius geldt een harde lock-up van 365 dagen. Ze moeten hun aandelen minstens een jaar bijhouden. De andere bestaande aandeelhouders houden 5 tot 6 procent. Het bedrijf brengt zowel nieuwe als bestaande aandelen naar de beurs. De bestaande aandelen worden verkocht door de verzekeraar Ethias en de Gemeentelijke Holding. Daarnaast brengt ook de Waalse regionale investeringsmaatschappij (SRIW) de helft van haar belang naar de beurs. De metaal- en textielvakbond ACW Metea blijft op zijn belang zitten. Het is niet bekend hoe groot dat belang is. De beursintroductie zou alle verkopende partijen 32 miljoen euro moeten opbrengen. De kapitaalverhoging moet daarnaast 78 miljoen euro in het laatje van TINC brengen. CEO Manu Vandenbulcke doet er alles aan om de zaken waar TINC mee bezig is tastbaar te maken. "De kans is groot dat u al te maken heeft gekregen met een van onze activa", zegt hij. "U hebt misschien gehoord van alle verkeersproblemen door de wegenwerken rond Gent. Ik moet schuldig pleiten. Wij hebben een belang van 75 procent min één aandeel in Via R4-Gent NV, het bedrijf dat de ring rond Gent aanlegt. In 2018 krijgen we normaal een belang in Via A11 NV, dat verantwoordelijk is voor de aanleg van de snelweg van Knokke naar Brugge." Het zijn maar twee voorbeelden van een privaat-publieke samenwerking (PPS), waarbij de overheid een privé-investeerder betaalt om infrastructuur te bouwen, te onderhouden en uit te baten. TINC investeert via leningen of stapt in het kapitaal van de privépartner. Het PPS-deel is goed voor 35 procent van de portefeuille van TINC. Reële activa maken 21 procent in de portefeuille uit en hernieuwbare energie, is goed voor 43 procent, het grootste deel. Bio Accelerator (een dienstencentrum voor biotechnologiebedrijven in Gent), Eemplein (een parkeergarage in Nederland) en het vroeger XDC, dat herdoopt werd tot Dcinex (digitale projectoren voor bioscopen), vormen de poot reële activa. TINC kan 110 miljoen euro ophalen bij beleggers, waarvan 78 miljoen euro voor het bedrijf. Daarvan blijft na aftrek van alle kosten en na de terugbetaling van kapitaal en leningen aan bestaande aandeelhouders nog 37,4 miljoen euro over. Daarvan kan 21,1 miljoen euro in nieuwe projecten geïnvesteerd worden. TINC moet zijn portefeuille geregeld volledig hernieuwen. De infrastructuur in het kader van PPS wordt op termijn eigendom van de overheid. De technologie achter hernieuwbare energie is na verloop van tijd verouderd en niets meer waard. "We kiezen voor langetermijnprojecten, waarbij de cashflows het kapitaal plus rendement terugbetalen", klinkt het. De prijsvork bedraagt 10,4 tot 11,4 euro per aandeel. Het bedrijf wil zich op de kaart zetten als dividendaandeel en mikt op een brutodividendrendement van 4,25 procent voor de eerste drie jaar na de beursintroductie. Minstens 40 procent van de aandelen is gereserveerd voor particuliere beleggers. De interesse bij pensioenfondsen en verzekeraars valt volgens bronnen een beetje tegen. Zij investeren liever in infrastructuur via obligaties of fondsen. Belfius, KBC Securities en Bank Degroof zijn de begeleidende banken. ILSE DE WITTE EN JOZEF VANGELDER