DOOR DE CORONACRISIS worden wellicht meer dan één miljoen Belgen tijdelijk werkloos. De toekenning van de uitkering voor tijdelijke werkloosheid is versoepeld. Die bedraagt 70 procent van het brutomaandloon, met een plafond van 2755 euro. De uitkering wordt verhoogd met een kleine crisistoeslag. Door de grote toestroom van aanvragen kan de RVA niet meteen voor iedereen het juiste bedrag berekenen. Iedere tijdelijke werkloze krijgt daarom een forfaitaire vergoeding van 1450 euro per maand. De exacte berekening volgt later.
...

DOOR DE CORONACRISIS worden wellicht meer dan één miljoen Belgen tijdelijk werkloos. De toekenning van de uitkering voor tijdelijke werkloosheid is versoepeld. Die bedraagt 70 procent van het brutomaandloon, met een plafond van 2755 euro. De uitkering wordt verhoogd met een kleine crisistoeslag. Door de grote toestroom van aanvragen kan de RVA niet meteen voor iedereen het juiste bedrag berekenen. Iedere tijdelijke werkloze krijgt daarom een forfaitaire vergoeding van 1450 euro per maand. De exacte berekening volgt later. IN DE PRAKTIJK hebben de meeste tijdelijke werklozen recht op een nettovergoeding die, naargelang van hun loon, schommelt tussen 1000 en 1500 euro per maand, na inhouding van 26,75 procent bedrijfsvoorheffing. Die voorheffing is het belastingvoorschot dat de betaler van de werkloosheidsuitkering verplicht inhoudt en doorstort aan de fiscus. Maar voor veel tijdelijke werklozen zal die voorheffing niet volstaan en kan de belastingdruk oplopen tot 50 procent, waardoor de netto-uitkering uiteindelijk een stuk lager ligt. Dat wordt pas duidelijk bij de eindafrekening van de belasting, eind 2021. WERKLOZEN ZIJN DE fiscale paria's onder de mensen met een vervangingsinkomen. Net zoals gepensioneerden, zieken en invaliden krijgen ze een belastingvermindering. Maar die is voor werkloosheidsuitkeringen een stuk lager dan voor pensioenen en ziekte- en invaliditeitsuitkeringen. Werklozen passen niet in de federale jobdeal en de taxshift. Hun statuut mag fiscaal niet te aantrekkelijk zijn. Dat fnuikt de activiteitsgraad, is de redenering. Voor ziekte- en invaliditeitsuitkeringen geldt de hoogste belastingvermindering van 2453 euro per jaar. Voor pensioenen is dat 2205 euro. Werklozen moeten het stellen met een vermindering van 1828 euro. Die bedragen gelden enkel als het volledige inkomen uit ziekte-uitkeringen, pensioenen of werkloosheidsuitkeringen bestaat. Is dat niet het geval, zoals bij tijdelijke werkloosheid, dan worden de verminderingen pro rata beperkt. Iemand die twee maanden tijdelijk werkloos is met een uitkering van 2000 euro en de rest van het jaar loon ontvangt voor een belastbaar bedrag van 20.000 euro, krijgt een vermindering van 166 euro (1828 euro x 2000 / 22.000). De LAGERE belastingvermindering is niet het enige nadeel van werkloosheidsuitkeringen. Naarmate het totale inkomen stijgt, wordt de vermindering afgebouwd. Voor pensioenen, ziekte- en invaliditeitsuitkeringen wordt die maximaal herleid tot een derde van het bedrag. Dat gebeurt vanaf een belastbaar jaarinkomen van 47.420 euro. Voor werklozen - 58 plussers uitgezonderd - is dat een herleiding tot nul vanaf een jaarinkomen van 29.600 euro. Een gepensioneerde met een dik pensioen van 50.000 euro geniet nog een belastingvermindering, een (gedeeltelijk) werkloze met een inkomen van 30.000 euro krijgt die niet. DAT BETEKENT dat iedereen die nu enkele weken of maanden tijdelijk werkloos wordt, en hopelijk de rest van het jaar opnieuw aan de slag kan, geen belastingvermindering krijgt als hij 30.000 euro of meer belastbare inkomsten heeft. De werkloosheidsuitkering wordt dan belast als een gewoon loon, in dit geval tegen 45 procent, veel meer dan de ingehouden voorheffing van 26,75 procent. Voor een tijdelijke werkloosheidsuitkering van 1000 euro wordt dan 183 euro nagevorderd, bij de belastingafrekening eind volgend jaar. Bedraagt het belastbaar inkomen 45.000 euro, dan wordt zelfs 233 euro nagevorderd. Verkijk u dus niet op de uitkering die u nu netto ontvangt. MEER DAN OOIT is werkloosheid, net zoals ziekte, iets wat je overkomt. Werkloosheidsuitkeringen fiscaal bestraffen en stigmatiseren is in de huidige omstandigheden niet te verantwoorden. Waarom niet het moment gebruiken om het voordeligere belastingregime van de andere vervangingsinkomsten door te trekken naar de werkloosheidsuitkeringen? Bij voorkeur permanent, maar als het budgettair niet anders kan, minstens tijdelijk.