De Belgische voetbalcompetitie wordt dit weekend van start gefloten. Clubs proberen steeds meer zakenlui te verwelkomen (zie blz. 48) in de tribunes om zo de club sportief vooruit te helpen. En tegelijkertijd nemen meer en meer ondernemers en financiers de touwtjes in handen bij de topploegen.
...

De Belgische voetbalcompetitie wordt dit weekend van start gefloten. Clubs proberen steeds meer zakenlui te verwelkomen (zie blz. 48) in de tribunes om zo de club sportief vooruit te helpen. En tegelijkertijd nemen meer en meer ondernemers en financiers de touwtjes in handen bij de topploegen. Volgens Europese studies is sport goed voor 3 tot 4 % van het jaarlijkse bbp van de Europese Unie. Bovendien groeit de sector gemiddeld 4 % per jaar. Dat maakt het een aantrekkelijk doelwit voor financiële partijen. Toch scheuren die er regelmatig hun broek aan. Ondanks de miljardeninvesteringen van Roman Abramovitch in Chelsea, verwacht de Londense club pas vanaf 2010 het break-evenpunt te bereiken. Geen wonder dat de financiële mogols dromen van een competitie op de leest van het baseball, basketball en American football in de Verenigde Staten. Eigenaars kopen clubs, degradatie is onmogelijk. Wil de nieuwe eigenaar de San Francisco 49'ers of de LA Lakers voortaan in Houston of New Orleans laten spelen? Geen probleem. Winstmaximalisatie is de achterliggende drijfveer. De competitie wordt spannend gehouden door de slechtst presterende ploegen eerste keuze te geven uit de poel van talenten die via universiteitscompetities worden klaargestoomd. In Europa daarentegen gaan nu al stemmen op tegen het overwicht van grote ploegen uit grote landen. Hoewel de bal rond is, de match negentig minuten duurt en elke wedstrijd moet worden gespeeld, is de kans dat Club Brugge of Anderlecht de Champions League winnen nauwelijks groter dan de mogelijkheid dat promovendus Dender kampioen speelt. Niet echt groot, dus. En intussen verdelen in Nederland drie clubs (Ajax, Feyenoord en PSV) al twintig jaar de titels; won Manchester United er negen van de laatste vijftien; kroonde Lyon zich vorig jaar voor de zesde maal op rij tot kampioen. Het Europees parlement, bij monde van rapporteur Ivo Belet (CD&V), streeft er daarom naar om de grote verschillen tussen de clubs in Europa weg te werken. Onder andere door de tv-rechten gezamenlijk te verkopen. Er wordt gestreefd naar een herziening van het huidige model waarbij de grootte van de tv-markten van het land doorslaggevend is in het bedrag dat de Uefa doorstort aan de clubs. Met alleen tv-rechten te herverdelen los je het probleem echter niet op. Want Manchester United en Real Madrid zullen net zo goed een veelvoud blijven verdienen aan tickets, sponsoring en merchandising. Bestaat de kans dat de grote Europese ploegen zich op een bepaald moment afscheuren en een onderlinge competitie organiseren? De G-14 verenigt nu al teams als Manchester United, Bayern München en AC Milan. De Premier League ontstond destijds ook doordat de Engelse topclubs hun eigen weg gingen. Wil Europa vermijden dat de topploegen hun eigen wil opleggen, dan kan het beter zelf een alternatief kader uitwerken. Voetbaleconooom Stefan Szymanski van de Londense Tanaka Business School legde daarvoor al een voorstel op tafel, waarbij er zes regionale pan-Europese competities van elk tien teams zouden ontstaan. Bijvoorbeeld de vijf beste Franse en Beneluxclubs, die onderling tegen elkaar spelen, en tegen drie ploegen uit elk van de vijf andere liga's. Dat behoudt de voornaamste lokale rivaliteiten, bezorgt de grotere teams meer topwedstrijden en de clubs uit de kleinere landen een grotere thuismarkt. Voeg daaraan nog een nationale degradatie/promotieformule toe en je creëert het beste van twee werelden. Luc Huysmans