Guido Muelenaer
...

Guido MuelenaerDe publieke raadpleging over een nieuwe corporate-governancecode is volop bezig. Tegen 22 september wordt die afgerond. Vanaf 1 januari 2009 moet er een nieuwe code-Lippens klaarliggen. De code is genoemd naar de voorzitter van de werkgroep corporate governance, Maurice Lippens, tevens voorzitter van de raad van bestuur van Fortis. Het is met de jongste perikelen bij Fortis misschien beter om de benaming 'code-Lippens' te veranderen. Een van de belangrijke voorgestelde nieuwigheden in de code is de aanbeveling dat bedrijven een communicatiebeleid bekendmaken dat moet zorgen voor een efficiënte dialoog met de aandeelhouders en de investeerders van de onderneming. Bovendien moet de voorzitter van de raad van bestuur zorgen dat de vragen van de aandeelhouders beantwoord worden. Fortis ligt al een hele tijd in de clinch met zijn aandeelhouders. Die vroegen via allerlei kanalen een buitengewone algemene vergadering. De Fortistop, lees Maurice Lippens, weigerde dat en hield het op informatiesessies. Is dat een efficiënt communicatiebeleid? Lippens versprak zich ook al publiekelijk twee keer. Een tijd terug kondigde hij 'een financiële meltdown' aan. Zijn collega-bankiers konden er niet om lachen. Hun aandelen kelderden mee. En vorige week ging hij opnieuw uit de bocht. Lippens verklaarde dat hij persoonlijk uitstel gevraagd had bij de Europese Commissie voor de verkoop van enkele onderdelen van Fortis. Europees Commissaris Neelie Kroes ontkende elk contact. Ook in de raad van bestuur van Belgacom rommelt het. Daar woedt een strijd tussen sommige bestuurders - onder andere Georges Jacobs en ja, opnieuw Maurice Lippens - en gedelegeerd bestuurder Didier Bellens. De bestuurders vroegen een consultant om een rapport te maken over onder meer het functioneren van Bellens. Ze bestelden dat rapport bij Hudson, waar Ivan De Witte gedelegeerd bestuurder is. Als voorzitter van de Profliga onderhandelde die tegelijkertijd over het televisiecontract met Belgacom. Een belangenvermenging die even over het hoofd werd gezien. De resultaten belandden daarna schaamteloos in de pers. Net als recenter de controversiële benoeming van een secretaresse. Bij Belgacom zal de nieuwe code nog meer discussies geven. Momenteel wordt met Didier Bellens onderhandeld over een nieuw loon en vertrekregeling (die bespreking leek niet tijdig afgerond te geraken op het moment dat deze lijnen werden geschreven). In zijn oude contract had Bellens een opzegtermijn van drie à vier jaar. De nieuwe code stelt voor de vertrekpremie te beperken tot achttien maanden. Dat betekent dat acht CEO's van Bel20'ers hun vertrekregeling moeten aanpassen als ze een nieuw contract sluiten. Indien deze regeling definitief aanvaard wordt, zal dat nog heel wat tandengeknars geven. Ten slotte is er de aanbeveling dat een CEO twee jaar moet wachten voor hij voorzitter van de raad van bestuur kan worden van hetzelfde bedrijf. Een verstandige aanbeveling, want hoe kan de voorzitter een objectieve analyse maken van het beleid dat hij zelf nog maar net heeft uitgezet als CEO? Maar heeft België wel een voldoende rijkdom aan bestuurders om dit soort regels toe te passen? Momenteel is er toch een zekere krapte. Te veel bestuursraden worden bevolkt door het old boys network ( old girls zijn er nauwelijks, young girls nog minder). Het is dringend tijd dat we afscheid nemen van de oude garde, genre Maurice Lippens en Georges Jacobs. Als dat ons-kent-onsnetwerk doorbroken wordt, moeten er meer nieuwe jonge mensen gevonden kunnen worden. Thomas Leysen is iemand die al op jonge leeftijd aan het CEO-schap heeft verzaakt. Ook tal van andere jongere managers die hun bedrijf verkocht hebben, vormen interessante kandidaten. Naar het voorbeeld van Nederland kunnen academici meer bestuursmandaten opnemen. Het is ook goed dat de nieuwe code de eisen aanscherpt waaraan een onafhankelijke bestuurder moet voldoen. Maar dat volstaat niet. Er moet een nieuwe wind door de bestuurskamers van onze beursgenoteerde bedrijven waaien. Het afscheid van een oude generatie, en de vervanging door jongeren en meer buitenstaanders kan leiden tot een echt betere corporate governance. (T) de auteur is adjunct-hoofdredacteur