Eén zwaluw maakt de lente niet. Hetzelfde kunnen we zeggen van de top van Europese staatshoofden en regeringsleiders die vandaag in Brussel begint. Dat hiermee definitief de 'Europese lente' wordt ingeluid, is een overstatement. Dat die zwaluwentop wel een voorbode zou kunnen worden van een seizoenswissel, is de stille hoop.
...

Eén zwaluw maakt de lente niet. Hetzelfde kunnen we zeggen van de top van Europese staatshoofden en regeringsleiders die vandaag in Brussel begint. Dat hiermee definitief de 'Europese lente' wordt ingeluid, is een overstatement. Dat die zwaluwentop wel een voorbode zou kunnen worden van een seizoenswissel, is de stille hoop. Er staat dan ook erg veel op het spel. De top zal volgens een jaarlijks ritueel de evaluatie maken van het Lissabon-project - u weet wel, dat ambitieuze plan om van de EU tegen 2010 een van de meest competitieve economieën ter wereld te maken. Ook het heikele thema 'energie' staat op de agenda. En de laatste rechte strook wordt geplaveid naar een 'Verklaring van Berlijn', die de Unie van 27 lidstaten op 25 maart - vijftig jaar na de ondertekening van het Verdrag van Rome - een nieuw elan moet bezorgen. Dat er dringend nood is aan een dooiperiode, bewijst de enquête die het VBO eind vorige week in de zakenkranten Tijd en Echo liet publiceren. De liefde van Belgische kmo-kaderleden voor Europa is onderkoeld, en hun feitelijke kennis ondermaats. Slechts één op de vier weet waar de Lissabonstrategie op duidt, amper één op drie kent de Bolkesteinrichtlijn voor vrij verkeer van diensten en vier op vijf hoorde het donderen in Keulen toen de Reachverordening voor chemische stoffen in de vragenlijst ter sprake kwam. Het klinkt bijna surrealistisch. Drie maatregelen die het bedrijfsleven pal in het hart raken en waarover de voorbije maanden in de pers zoveel is gezegd en geschreven, vormen een systematische blinde vlek op het netvlies van tal van ondernemers. Alsof de 27 commissarissen, 785 parlementsleden en meer dan 22.600 ambtenaren, die in de buurt van het Brusselse Schumanplein werken en toeven, met iets compleet efemeers bezig waren. Iets dat losjes over de hoofden van de Europese burger heen ging. Die onwetendheid wordt nog absurder als je bedenkt dat er geen aspect is van het dagelijkse leven van een Europeaan dat niet door de Europese wetgeving wordt geraakt. Publicist Derk-Jan Eppink, die jarenlang in het kabinet diende van eurocommissaris Fritz Bolkestein, schreef er een boek over dat deze maand verschijnt (*). Hij noemt het Europa dat hij diende liefkozend de 'Prinses', een unieke figuur in de geschiedenis, omdat zij een rijk beheert zonder leger en met de wet als enige wapen. En wat voor een wapen. Meer dan 90.000 pagina's acquis communautaire, vertaald in meer dan 23 officiële talen. Wetsregels die alles regelen: van vrij verkeer van goederen tot voedselveiligheid, van chemische producten tot de euro, van reizen tot ondernemen, van etiketten op flessen tot buitenlandse politiek, van btw tot medicijnen. Het werk van de Europese mandarijnen, zoals hij de ambtenaren in Brussel noemt, is voelbaar en zichtbaar tot in alle uithoeken van Europa. Alleen, bitter weinig Europese burgers hebben er kennis van. In zijn boek vertelt Eppink hoe de ontwerprichtlijn voor vrij verkeer van diensten eerst vlekkeloos in de Commissie werd behandeld. Iedereen ging akkoord, geen discussie. Toen de inhoud van de richtlijn in september 2004 in het Europees parlement werd verdedigd, was er zelfs applaus. En ook voor de Europese mandarijnen was de richtlijn een toonbeeld van wetgeving. Tot de vakbonden - vooral Franse en Belgische - er zich mee gingen bemoeien. De richtlijn zou Polen naar België halen die hier voor een Pools loon en onder Poolse voorwaarden zouden werken, zo heette het. Dit was manifest onjuist. Maar het ging er bij de publieke opinie in als zoete koek. Ook PS-topman Elio Di Rupo maakte van de richtlijn een prooi voor zijn campagne bij de Europese verkiezingen. Pas tijdens het referendum over de Europese grondwet werd de Bolkesteinmaatregel een mythisch symbool voor alles wat fout ging met het 'asociale Europa' en de 'globalisering'. De vonk sloeg over naar het Europees parlement, waar prompt moord en brand werd geschreeuwd. Niet méér, maar minder Europa werd de waan van de dag. Nu het stof rond de neereferendums in Nederland en Frankrijk is neergedwarreld, begint het besef door te dringen dat méér Europa de enige manier is om prangende kwesties zoals het milieubeleid en de klimaatperikelen, het arbeids- en immigratievraagstuk, de onveiligheid en criminaliteit aan te pakken. Holle retoriek en nietszeggende topbijeenkomsten geven de eurosceptici gelijk en zijn de echte oorzaken van een eurosclerose. Dit klimaat wordt voort vergiftigd door lokale politici die Europa gebruiken als alibi om de eigen belangen te verdedigen en mislukkingen te verdoezelen. Voeg daarbij de wirwar aan interne spanningen - commissaris versus ambtenarij versus parlement - die het Europese beleidsapparaat rijk is, en de risico's op ontsporingen zijn reëel. Het ergste dat Europa nu kan overkomen is drieërlei: institutionele verlamming, economische hervormingsschuwheid en culturele capitulatie, zo analyseert Eppink aan het einde van zijn boek. Er zal dus meer dan een zwaluw nodig zijn, vooraleer een Europese lente werkelijk kan doorbreken. Maar de komst van die ene zwaluw kan wel degelijk voor een keerpunt zorgen. piet depuydt hoofdredacteur