Langzaam maar zeker luwt het debat over de staatshervorming dat ons land nu al maanden in zijn greep houdt. Na Johan Vande Lanottes lezing in Gent lijkt de tijd aangebroken voor wat meer fundamentele vragen. Fundamentele vragen die, door de unanimiteit van Vlaamse politieke eisen in de afgelopen maanden, niet meer gesteld werden. Vande Lanotte durfde het aan een ander, nieuw perspectief te schetsen van een Belgische unie met vier deelstaten.
...

Langzaam maar zeker luwt het debat over de staatshervorming dat ons land nu al maanden in zijn greep houdt. Na Johan Vande Lanottes lezing in Gent lijkt de tijd aangebroken voor wat meer fundamentele vragen. Fundamentele vragen die, door de unanimiteit van Vlaamse politieke eisen in de afgelopen maanden, niet meer gesteld werden. Vande Lanotte durfde het aan een ander, nieuw perspectief te schetsen van een Belgische unie met vier deelstaten. En de politoloog Carl Devos durfde het afgelopen week aan om te stellen dat de Vlaamse eis tot splitsing van BHV politiek weinig effectief is. Een splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde zal hoe dan ook de verfransing en verengelsing van de Brusselse rand niet stoppen. Meer nog, ze zal uiteindelijk leiden tot minder zetels voor Nederlandstaligen in de Kamer. Als iemand die nu al enkele decennia het politieke schouwspel in België gadesla, op nog geen 800 meter van de grens met zowel Vlaanderen als Wallonië, verbaas ik me telkens weer over het gemak waarmee in dit geval Vlaamse politici denken dat een louter administratieve maatregel de verfransing van de Brusselse rand zou kunnen tegengaan. Hier, aan de andere kant van de grens in Wallonië, gebeurt de vernederlandsing van de Jekervallei van Eben-Emael tot Bitsingen, vroeger nog onderdeel van Limburg, en van de Maasvallei van Klein Ternaaien tot Wezet in versneld tempo, ondanks de splitsing van niet alleen de kieskring, maar zelfs van de landsgrens... Dat belooft voor een onafhankelijk Vlaanderen. Terug naar Vande Lanottes idee. Een Belgische unie met vier deelstaten biedt op het eerste gezicht een oplossing voor het duale, en toch vooral tweedrachtige karakter van een federalisme met drie gemeenschappen en drie gewesten. Door het Brussels Gewest en de kleine Duitse Gemeenschap het statuut van een Belgische deelstaat te verlenen, krijgt de federale structuur van het land een stabielere, bredere basis. In Vande Lanottes plan blijft er een tiental kerntaken over voor de Belgische unie, onder meer het internationaal beleid (defensie, veiligheid, buitenlands beleid, ontwikkelingssamenwerking, migratie en asiel), sociaal beleid (financiering van sociale zekerheid en pensioenen met uitzondering van gezinsbijslagen, garanderen minderheidsrechten) en zeg maar het eurobeleid. De vier deelstaten zouden bevoegdheden hebben voor onderwijs, welzijn, infrastructuur, milieu, cultuur, ruimtelijke ordening, lokaal bestuur, economie en werk, justitie, gezinsbijslagen en de eigen inkomsten via hun autonome fiscale bevoegdheden. Voor het Belgische niveau blijft dus niet echt veel over. Er is echter nog een derde unie waarvan zowel Vlaanderen als België sinds vorig jaar lid is: de Benelux Unie. Die wil opnieuw de Europese Unie voor zijn en volop experimenteren met intensievere interne samenwerking voor justitie, duurzaamheid en binnenlandse zaken, vooral in de grensgebieden van de Benelux-landen. Tezelfdertijd biedt die Benelux Unie nieuwe, internationale kansen, bijvoorbeeld voor het behoud van de aanwezigheid van Nederland en België in internationale gremia zoals het IMF en de G20, waar beide landen apart van het toneel dreigen te verdwijnen. Johan Vande Lanotte had wellicht nog een stap verder moeten gaan. Waarom geen Benelux als einddoel voor Vlaanderen en België, met zes deelstaten - in orde van omvang Nederland, Vlaanderen, Wallonië, Brussel, Luxemburg en Duitstalig België - met enerzijds een beperkter aantal bevoegdheden toegespitst op het internationale en het euro-beleid en anderzijds bijkomende, grensoverschrijdende bevoegdheden voor infrastructuur, justitie, ruimtelijke ordening en binnenlandse zaken. Zo'n unie zou het grote voordeel hebben dat specifieke deelstaatbevoegdheden - bijvoorbeeld voor onderwijs en cultuur - tussen Vlaanderen en Nederland geïntegreerd kunnen worden, zodat echte schaalvoordelen kunnen ontstaan. De steeds verder doorgedreven Belgische staatshervorming zou dan niet louter gepaard gaat met steeds hogere beleids- en uitvoeringskosten. Tijd voor echt nieuwe ideeën. De auteur is professor economie aan de Universiteit Maastricht. LUC SOETEWaarom geen Benelux als einddoel voor Vlaanderen en België, met zes deelstaten?