Volgens ING zouden de Europese bedrijven in 2009 voor zowat 300 miljard EUR aan bedrijfsobligaties uitgeven. Dat cijfer is bijna het dubbele van 2008, toen er voor een bedrag van 157,7 miljard EUR obligaties van dat type werden geplaatst. Daarbij moeten we aan-stippen dat de markt in het vierde kwartaal van vorig jaar bijna stillag, zodat de uitgifte van een aantal obligaties tot begin dit jaar werd uitgesteld. Een van de redenen voor de grote belangstelling is dat de bedrijven massaal obligaties uitgaven om zich te herfinancieren. We mogen niet vergeten dat veel banken er niet happig op waren om de bedrijven nieuwe kredieten toe te kennen, zodat bedrijfsobligaties een interessant alternatief vormden. Daarnaast werd een aantal acquisities gefinancierd via de uitgifte van bedrijfsobligaties. Zo haalde het Zwitserse Roche via een bedrijfsobligatie niet minder dan 11 miljard EUR op voor de overname van het Amerikaanse Genentech, waarin het al een meerderheidsbelang had. In eigen land haalde D'Ieteren recent 1,5 miljard EUR op met een nettocoupon van 4,3 %. UCB bereidt nog een emissie voor.
...

Volgens ING zouden de Europese bedrijven in 2009 voor zowat 300 miljard EUR aan bedrijfsobligaties uitgeven. Dat cijfer is bijna het dubbele van 2008, toen er voor een bedrag van 157,7 miljard EUR obligaties van dat type werden geplaatst. Daarbij moeten we aan-stippen dat de markt in het vierde kwartaal van vorig jaar bijna stillag, zodat de uitgifte van een aantal obligaties tot begin dit jaar werd uitgesteld. Een van de redenen voor de grote belangstelling is dat de bedrijven massaal obligaties uitgaven om zich te herfinancieren. We mogen niet vergeten dat veel banken er niet happig op waren om de bedrijven nieuwe kredieten toe te kennen, zodat bedrijfsobligaties een interessant alternatief vormden. Daarnaast werd een aantal acquisities gefinancierd via de uitgifte van bedrijfsobligaties. Zo haalde het Zwitserse Roche via een bedrijfsobligatie niet minder dan 11 miljard EUR op voor de overname van het Amerikaanse Genentech, waarin het al een meerderheidsbelang had. In eigen land haalde D'Ieteren recent 1,5 miljard EUR op met een nettocoupon van 4,3 %. UCB bereidt nog een emissie voor. Begin dit jaar kon u schitterende zaken doen met bedrijfsobligaties. Dat had te maken met de vrees voor een wereldwijde recessie en leidde tot een historisch hoge spread (verschil) tussen overheidspapier en corporate bonds. Maart 2009 was het ideale instapmoment. Inmiddels heeft de spread weer normalere proporties aangenomen. Op de grafiek kunt u zien dat in maart 2009 de spread tussen de rente op bedrijfsobligaties en de LIBOR (interbankenrente) in EUR 500 basispunten of 5 % bedroeg. Historisch bekeken was dat ongekend hoog. Alleen in 2002 bereikte dat verschil gedurende korte tijd iets meer dan 150 basispunten, terwijl het verschil midden 2007 tot een onwaarschijnlijk lage 25 basispunten was teruggevallen. Inmiddels is de spread gezakt tot 147 basispunten, waarmee we opnieuw in de buurt van een normalere waardering belanden. Het grotere gemiddelde verschil heeft te maken met het feit dat een aantal bedrijven dat obligaties heeft uitgegeven, in moeilijkheden zit. Als we kijken naar de rendementen van de bedrijfsobligaties genoteerd op Euronext Brussel, dan zien we dat de gouden tijd achter de rug is. De rendementen tot de vervaldag gaan van 3,07 % voor de obligatie van Bekaert die tot 2012 loopt, over 4,14 % voor de obligatie van Cofinimmo, tot 10,63 % voor de lening van Agfa-Gevaert die in 2015 expireert. Vergeet niet dat u op de coupon van die obligaties een roerende voorheffing van 15 % bent verschuldigd. Daarbij moeten we aanstippen dat er op de beurs van Brussel nauwelijks een markt is voor deze obligaties. Voor sommige maakt een aantal banken een koers, maar soms is het verschil tussen bid en ask astronomisch hoog: 6 % of meer bij de obligatie van Agfa-Gevaert en 4 % voor de nauwelijks verhandelde obligatie van Sioen. Op Euronext Brussel dateert de laatste transactie in laatstgenoemd papier van 10 maart 2009. Uiteraard hebben de actuariële rendementen te maken met de kwaliteit van de debiteur en de looptijd van het papier. Dat belet niet dat een rendement van 3,35 % voor Aquafin, 3,61 % voor de Bekaert-lening tot 2013, 3,64 % voor AB InBev en 3,66 % voor Solvay aan de (zeer) lage kant is. De markten kijken overigens met een scheef oog naar Agfa-Gevaert. De groep kampt met een groot tekort op de financiering van de pen-sioenlast, maar operationeel lijken de prestaties te verbeteren. Alleen speculatief is de obligatie interessant. Bij Europese debiteurs krijgt u nog lagere rendementen voorgeschoteld dan in België. De tabel bevat een tiental representatieve emittenten met een rating van investment grade. Om de vergelijking te vergemakkelijken, selecteerden we obligaties in EUR die vervallen tussen 2013 en 2018. Ook hier zien we weinig potentieel. De rendementen liggen immers tussen 2,49 % voor de obligatie van oliegroep Total die in 2013 afloopt en 3,85 % voor de recente lening van de Nederlands-Zweedse chemiegroep Akzo Nobel die vervalt in 2015. Rekening houdend met de roerende voorheffing op de coupons liggen de nettorendementen nog lager. Bij het Duitse energiebedrijf RWE (2,68 %) en bij de beheerder van het Britse hoogspanningsnet National Grid (2,97 %) bedraagt het actuariële rendement minder dan 3 %. Zelfs bij obligaties in een cyclische sector als de autosector bent u niet aan het feest, zoals de 3,25 % van Volkswagen en de 3,52 % van Daimler International Finance bewijzen. Op basis van die gegevens raden we dan ook aan om de meeste bedrijfsobligaties te verkopen. Het verschil met overheidspapier op vijf jaar is immers (te) klein geworden. Duits staatspapier op vijf jaar brengt 2,30 % op en het rendement van een Belgische staatslening op dezelfde termijn ligt op 2,74 %. Bovendien bestaat de kans dat de inflatie de komende maanden stevig zal aantrekken, al zijn de economen het daar nog niet helemaal over eens. In een dergelijk scenario zullen de koersen van de bedrijfsobligaties een stevige tik krijgen. Heel wat aandelen bieden een prima dividendrendement en daardoor is een switch van een bedrijfsobligatie naar het onderliggende aandeel zinvol. Uiteraard lopen aandeelhouders in het geval van een faillissement een hoger risico en de beurskoersen kunnen natuurlijk ook dalen, maar ziet u Cofinimmo, Be-kaert, Solvay, GDF Suez of Total failliet gaan? Interessant bij deze ruil is dat in sommige gevallen het dividendrendement van de aandelen hoger ligt dan dat van de bedrijfsobligaties. Het blijft natuurlijk jammer dat u op de coupons van buitenlandse aandelen in België tweemaal roerende voorheffing moet betalen: de buitenlandse en de Belgische. Toch mag dat u niet afschrikken. We werken enkele voorbeelden uit. De Belgische vastgoedbevak Cofinimmo (98,62 EUR) kondigde weliswaar aan om het nettodivididend te verlagen van 6,63 tot 5,525 EUR, maar op basis van de huidige koers betekent dat een dividendrendement van 5,60 %, meer dan de magere 4,14 % die u op de bedrijfsobligatie krijgt. De roerende voorheffing op de coupon van die obligatie trekt het rendement nog verder naar omlaag. Bovendien betaalt u momenteel geen premie voor Cofinimmo. Dat is meegenomen, en bedenk dat niet alleen dividenden maar ook beurskoersen kunnen stijgen. Wat denkt u van een ruil van de Total-obligatie voor het gelijknamige aandeel? De Franse oliegroep keerde de voorbije twintig jaar stabiele of stijgende dividenden uit. Toch staat de koers nog op het niveau van 2000. Het baisserisico lijkt uiterst beperkt, terwijl het aandeel over een redelijk haussepotentieel beschikt. Total (42,39 EUR) keert een brutodividend van 2,28 EUR uit, wat overeenkomt met een brutorendement van 5,38 %. Voor een Belgische belegger bedraagt dat dividend netto 1,4535 EUR en het rendement 3,43 %; bijna een vol procent meer dan de magere 2,49 % (vóór roerende voorheffing) die u krijgt op de obligatie van Total Capital. De koers van de Franse energiegroep GDF Suez (28,70 EUR) bevindt zich op het peil van 2005. Het brutodividend werd dit jaar verhoogd met 11 % en ligt nu op 1,40 EUR. Dat leidt tot een brutorendement van 4,88 %. Belgische aandeelhouders krijgen een nettodividend van 0,8925 EUR, wat het dividendrendement op 3,11 % brengt. Dat is weliswaar een stuk minder dan de 3,63 % (vóór roerende voorheffing) die de obligatie van Gaz de France bruto oplevert, maar die loopt tot 2018 en het dividend van GDF Suez kan natuurlijk elk jaar worden verhoogd. Een tweede alternatief is het kopen van TIPS. Dat vierletterwoord staat voor Treasury Inflation-Protected Securities, want de coupon van de obligaties is gekoppeld aan de inflatie. Stijgt de inflatie, dan neemt de coupon automatisch toe. Qua emittent zit u eveneens veilig, want de meeste van die obligaties werden uitgegeven door soevereine staten als Frankrijk of Duitsland, die over een toprating beschikken. Het nadeel van deze beleggingen is dat het onmiddellijke rendement zeer laag ligt, maar dat kan veranderen wanneer er effectief inflatie is. U kunt zowel individuele TIPS kopen als in een gespecialiseerd fonds stappen. Een voorbeeld: de lening van Frankrijk (ISIN-code: FR0010585901; coupon: 2,10 %; koers: 105,94 %) die loopt tot 2023 en die momenteel een rendement van 1,61 % oplevert. Bij de inflatiegerelateerde beleggingsfondsen is de beste keuze volgens Morningstar het AXA WF Global Inflation Bonds I EUR (kapitaal) (ISIN-code: LU0227145629; koers: 115,45 EUR). De waarde van dat fonds nam in 2009 met 10,2 % toe. U beschikt over een grote keuze aan fondsen die u kunt vinden op de website www.morningstar.be onder de categorie 'Obligaties Euro Inflatiegerelateerd'. (c) Door Etienne LangerwerfVeel aandelen bieden een prima dividendrendement en daardoor is een ruil van een bedrijfsobligatie tegen het onderliggende aandeel zinvol.