Soms gebeurt een opmerkelijk huwelijk zonder veel tromgeroffel. Biotechnologiebedrijven vinden het ondertekenen van een alliantie - zoals het Leuvense Tigenix en het Italiaanse Fidia Advanced Biopolymers (FAB) vorige week deden - meestal wel aanleiding om van zich te laten horen. Een overeenkomst, zij het commercieel of op onderzoeksvlak, is doorgaans een belangrijke stap in hun ontwikkeling. Soms is het goed trompetgeschal te laten weerklinken. Biotechnologie betekent immers veel onderzoek en pas na lang zoeken, volgt er soms resultaat. Een samenwerkingsovereenkomst houdt de aandacht levendig bij investeerders. Tigenix probeert de discrete ontwikkeling van zijn activiteiten te doorbreken. Stilaan stroomlijnt het bedrijf - ondertussen al met 45 werknemers - zijn communicatiebeleid. Logisch, want het bedrijf trekt mogelijk nog dit jaar naar de beurs voor vers kapitaal, al wil Tigenix dat nog niet bevestigen. CEO Gil Beyen: "Dit jaar hebben we vers kapitaal nodig, maar een beursgang is slechts een van de opties."
...

Soms gebeurt een opmerkelijk huwelijk zonder veel tromgeroffel. Biotechnologiebedrijven vinden het ondertekenen van een alliantie - zoals het Leuvense Tigenix en het Italiaanse Fidia Advanced Biopolymers (FAB) vorige week deden - meestal wel aanleiding om van zich te laten horen. Een overeenkomst, zij het commercieel of op onderzoeksvlak, is doorgaans een belangrijke stap in hun ontwikkeling. Soms is het goed trompetgeschal te laten weerklinken. Biotechnologie betekent immers veel onderzoek en pas na lang zoeken, volgt er soms resultaat. Een samenwerkingsovereenkomst houdt de aandacht levendig bij investeerders. Tigenix probeert de discrete ontwikkeling van zijn activiteiten te doorbreken. Stilaan stroomlijnt het bedrijf - ondertussen al met 45 werknemers - zijn communicatiebeleid. Logisch, want het bedrijf trekt mogelijk nog dit jaar naar de beurs voor vers kapitaal, al wil Tigenix dat nog niet bevestigen. CEO Gil Beyen: "Dit jaar hebben we vers kapitaal nodig, maar een beursgang is slechts een van de opties."De volgende kapitaalronde wordt meteen de derde grote kapitaaloperatie sinds de start van Tigenix in 2000. Bij een eerste financieringsronde in oktober 2003 kreeg het bedrijf 12 miljoen euro bij elkaar, een tweede private ronde eind 2005 leverde 16 miljoen euro op. Onder de aandeelhouders zitten lokaal bekende investeringsfondsen als GemmaFrisius, ING, Capricorn en verrassend genoeg de Société Régionale d'Investissement de Wallonie (SRIW). Aanvankelijk leidde de Leuvense start-up een vrij onopgemerkt bestaan in de schaduw van veel visibelere Vlaamse biotechbedrijven. Het begon in het hoofd van professor Frank Luyten, afdelingshoofd reumatologie aan de KU Leuven. Luyten is een schoolvoorbeeld van reversed braindrain: nog voor het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) en de Vlaamse regering uitpakten met hun Odysseusprogramma om onderzoekers met faam terug te halen naar Vlaanderen, keerde Luyten uit de VS terug naar zijn alma mater. De komst van Luyten was goed nieuws voor de universiteit, maar Tigenix liep pas van stapel nadat Luyten consultant Gil Beyen bij zijn plannen betrok. In de beginfase in 2000 combineerde huidig CEO Beyen zijn rol bij Tigenix met zijn carrière als consultant voor Arthur D. Little. Beyen. "Die trage start zorgde voor een stevig fundament."De focus van Tigenix ligt op de zoektocht naar biomedische oplossingen voor het duurzaam herstel van beschadigd kraakbeen. Kraakbeen zit tussen gewrichten en raakt - meestal door slijtage, gewichtsproblemen of genetische factoren- beschadigd. Omdat beschadigd kraakbeen niet spontaan geneest, bestaat er een verband tussen kraakbeenbeschadiging en artrose. De kwaal wordt bestreden met ontstekingsremmers en kunstprothesen - een niet zo duurzame oplossing, omdat de houdbaarheid van de prothese beperkt is. Bovendien stuwt de vergrijzing de vraag naar een duurzame behandeling de hoogte in. Tigenix zocht een oplossing in de regeneratieve geneeskunde. Woordvoerder Kris Motmans: "We werken in de orthobiologie. We proberen met biologische cellen van de patiënt het kraakbeen te herstellen, zodat prothesen kunnen worden vermeden of uitgesteld." Tigenix ontwikkelde Chondrocelect: bij een patiënt worden cellen weggehaald, die zich in het lab vermenigvuldigen, waarna de cellenkweek wordt ingeplant en dankzij een membraan op zijn plaats blijft. Zo geneest het beschadigde kraakbeen. De behandelingsmethode heeft zijn succes in klinische studies bewezen en het dossier wordt binnenkort ingediend voor goedkeuring in de VS en de Europese Unie. Als alles naar wens verloopt, volgt in 2008 de marktintroductie. Succes verzekerd? "De markt waarin we opereren is groot maar moeilijk," beseft Beyen. "Een superieur product maken is één zaak, maar de vraag is ook hoe je een behandelingsmethode kan beschermen. We hebben enkele octrooien genomen. Omdat die aanpak niet volstaat, houden we - bijna zoals Coca-Cola - bepaalde elementen van het kweekproces geheim." Toen Tigenix in 2002 begon met uitgebreide klinische tests om zijn aanpak en product medisch te valideren, was het visionair. Klinische studies voor een behandelingsmethode waren niet zo gebruikelijk in de orthopedische wereld. Het wérkt. In vergelijkende studies met gangbare behandelingen blijkt de superioriteit en duurzaamheid van Chondrocelect. "Omdat we Chondrocelect als een medicinaal product positioneren, was die werkwijze nodig," weet Beyen. "In Europa speelt dat vooralsnog minder een rol, maar daar leveren onze studies het voordeel dat we nu een aanvraag voor een centrale goedkeuring kunnen indienen."De potentiële markt voor Chondrocelect bedraagt volgens Beyen meer dan 1 miljard euro. Tigenix wil zich in eerste instantie enkel op orthopedische topchirurgen richten. Het komt erop neer hen te overtuigen van de kwaliteiten van Chondrocelect. Zij bepalen immers mee het succes van een behandeling. De minder bekende orthopedische centra volgen als het ware vanzelf. Tigenix, met hoofdzetel in Haasrode, opende in 2006 een eerste buitenlandse vestiging in de VS. De VS vormen een belangrijke markt en de aard van het product dwingt het Leuvense bedrijf tot een tweede vestiging. "We werken met levende cellen," legt Beyen uit. "Die hebben slechts drie dagen shelflife. Het is goedkoper om in de VS een productie-eenheid op te zetten dan voortdurend cellen over te vliegen. Ook in Europa hebben we binnenkort bijkomende capaciteit nodig." Tigenix toont meteen zijn ambitie. Eén succesproduct zal echter niet volstaan. De tijd dat een biotechbedrijf met één product investeerders kon overtuigen, is voorbij. Daarom probeert Tigenix zijn productpijplijn uit te bouwen. De samenwerking met FAB valt in dat licht te interpreteren. Samen met FAB wil Tigenix zijn cellen in een pasta verwerken, waardoor de cellenkweek in het gewricht kan worden ingebracht via minimale invasieve chirurgie. Dat vergroot het potentieel van de technologie aanzienlijk. Zegt Beyen: "Bovendien proberen we het Chondrocelectplatform uit te breiden naar andere reumatische indicaties. Daarnaast werken we aan een regeneratieve meniscusbehandeling, Meniscocelect. En we onderzoeken het mogelijke gebruik van adulte stamcellen voor de regeneratie van gewrichts- en botaandoeningen."Roeland Byl