Vaessen, de oprichter en CEO van de radiatorengroep Vaessen Industries, is oprecht bezorgd over de toekomst van de maakindustrie in dit land, en bij uitbreiding over de toekomst van België. De voormalige voorzitter van voetbalclub Genk heeft fabrieken in binnen- en buitenland, en is goed geplaatst om de vergelijking te maken. En daar komt België bekaaid uit.
...

Vaessen, de oprichter en CEO van de radiatorengroep Vaessen Industries, is oprecht bezorgd over de toekomst van de maakindustrie in dit land, en bij uitbreiding over de toekomst van België. De voormalige voorzitter van voetbalclub Genk heeft fabrieken in binnen- en buitenland, en is goed geplaatst om de vergelijking te maken. En daar komt België bekaaid uit. JOS VAESSEN. "Toch wel. Het is nog slechter geworden. De economische omstandigheden waren toen nog iets positiever dan nu. Vandaag kampt de hele westerse wereld met overheidstekorten die niet meer financierbaar zijn, en met een zwakke vraag." VAESSEN. "Het is al drie uur. Je kan onze Belgische maatschappij vergelijken met een schip dat water maakt. Als we niet snel optreden, kan ik alleen maar de raad geven snel een reddingsvest te zoeken. Ik lig daar op mijn leeftijd wakker van. Ik heb ook bedrijven in Nederland, Turkije en Polen. Dus ik kan vergelijken. Wij verliezen iedere dag concurrentiekracht en werkgelegenheid. Het is net zoals met dat schip dat water maakt. Dat heb je lang niet in de gaten. Dat zinkt pas op het ogenblik dat het volume water net zo zwaar is als het gewicht van het schip. Maar dan zinkt het ook snel. Zoals de Titanic. Daar bleef het orkest ook spelen. Ons orkest is de federale regering, die een mooi liedje blijft spelen. Dat is rampzalig, hoewel ik door het Ford-dossier een kentering merk." VAESSEN. "België bestaat uit een aaneenschakeling van praatbarakken, en dat stoort mij enorm. Dat is een van de redenen waarom we nu in deze moeilijke situatie zitten. "Ik begrijp niet hoe iemand nog en plein public durft te zeggen dat de loonlasten niet het probleem zijn. Ik heb hier de lonen van mijn Nederlandse bedrijven, zwart op wit. ( windt zich op) Het is verschrikkelijk. Veel van de zaken waar de federale overheid bij betrokken is, lopen fout. Als ze het zo op zijn beloop laat, gaan hier nog honderdduizenden jobs verdwijnen. Dan moeten ze wel durven toe te geven dat ze het land naar de vernietiging hebben geleid. "Als wij niet heel snel substantieel ingrijpen, gaan wij naar Griekse en Spaanse toestanden. Er moet gesneden worden om te voorkomen dat we straks moeten amputeren. Nu kan dat nog door iedereen een beetje pijn te doen. Iedereen moet inleveren, uitgezonderd mensen met een heel laag inkomen. Daar moet je van afblijven. Mensen met een hoog inkomen en met een vermogen, zoals ik, moeten meer geven. Sterke schouders moeten zwaardere lasten dragen. Als de regering het geld goed gebruikt: om de loonlasten van onze mensen te verlagen." VAESSEN. "Dat zou de grootste flater zijn die men kan doen. Een indexsprong is om te lachen. ( windt zich opnieuw op) Ik hoop dat ze dat niet verkocht krijgen, want dan denkt iedereen dat de boel gered is, terwijl er juist niets gered is. Ze zullen zeggen dat ze iets hebben gedaan en dat de ondernemers dan maar moeten tonen wat ze kunnen. "Onze loonhandicap tegenover Nederland bedraagt 10 procent, tegen Duitsland 20 procent en tegen Frankrijk 30 procent. Dat krijg je niet opgelost met een indexsprong. Tien indexsprongen hebben we nodig, niet een. Dat is echt weer typisch Belgisch. Ik begrijp niet wie het ooit in zijn hoofd heeft gehaald om dit land de naam België te geven. Wij hadden Lapland moeten heten. Ons land is een lappendeken met onze vier gewesten en de meeste overheidsbeslissingen zijn lapmiddelen. En dat heeft alles te maken met onze verzuilde maatschappij. Daar ligt heel veel schuld. Dat is nefast voor onze maatschappij. "We blijven nog binnen de door Europa opgelegde begrotingsnorm en daar zijn de politici toch zo fier over. Maar wat doen ze? Belastingen verhogen en investeringen schrappen. Dat kan iedereen. De maatschappij gaat daar niet mee vooruit. Wel als je de economie meer zuurstof geeft en competitiever maakt. Vandaag zijn we niet meer competitief. Geef eens één reden waarom iemand nog in België zou investeren. Ik geef u de mijne: omdat ik Belg ben. Dat is toch wel de stomste reden die er bestaat, niet? Of nog een stomme reden: omdat ik niet graag reis. En omdat ik niet graag mijn vrouw alleen laat. Allemaal irrationele overwegingen. ( stil) Het wordt moeilijk in België. Het is zo jammer dat de Wetstraat zich dat niet realiseert. "Eigenlijk zou ik stilaan de raad van mijn vrouw moeten volgen en zeggen 'trek uw plan'. Ik ben 68, en ik hoef niet bezorgd te zijn voor mezelf of mijn kinderen of kleinkinderen. Maar ik ben dat wel voor hun generaties. Want die zullen het substantieel slechter hebben dan onze generatie en vooral de gewone man en vrouw zullen het slachtoffer worden. De babyboomers zoals ik hebben een gouden periode gekend, maar daarin onvoldoende zorg gedragen voor de volgende generaties. Wij zijn dus mede verantwoordelijk voor deze crisis." VAESSEN. "Maatschappelijke woestenij, totale woestenij. Want als er straks geen industrie meer is, zijn er 2 tot 2,5 miljoen werklozen. Dan is het revolutie." VAESSEN. "Als we niet heel dringend ingrijpen wel. De maakindustrie is zo belangrijk dat alles wordt meegesleurd als die wegvalt. Nu worden werklozen nog opgevangen door het sociaal vangnet. Maar dat vangnet zal scheuren. "In onze privésector werken nog maar 3 miljoen mensen, die de creatie van welvaart mogelijk moeten maken. Maar die 3 miljoen moeten wel 11 miljoen mensen dragen. Als ik u vraag mij te dragen, dan zal dat wel lukken. Maar als ik u vraag ook de fotograaf nog te dragen, gaat dat gewoon niet." VAESSEN. "Dat zijn de sukkelaars, de slachtoffers van ons wanbeleid. En met 'ons' bedoel ik mijn generatie. Wij zijn niet zorgzaam omgegaan met de middelen. Wij hebben die verkwist, en de generaties na ons zijn de slachtoffers. Je kinderen kunnen maar beter verhuizen, want die kunnen helemaal niets meer doen in België. Dat klinkt negatief, maar dat zal gebeuren met de overheid die altijd de verkeerde kant uitkijkt." VAESSEN. "Ik ben het liedje van de Vlaamse regering over de industrie wat beu gehoord. Altijd maar positief. Maar ik kan haar eigenlijk niets verwijten. Het probleem ligt op federaal niveau. De Vlaamse overheid weet behoorlijk goed wat er aan de hand is, maar heeft beperkte middelen. "Wij hebben een groot voordeel: we zijn een pietluttig klein land. We worden godzijdank nog een beetje meegesleept door economieën als Duitsland. Maar dat verdwijnt ook stilaan. Al mijn bedrijven moeten vechten tegen Duitse concurrenten. Ik kan daar niet meer tegenop, zeker niet met volumeproducten." VAESSEN. "Bekijk de tewerkstelling van Vasco in België. Ongeveer tien jaar geleden hadden we ruim 600 mensen. Dat zijn er nu minder dan 400, op een totaal van 1350. Dat gaat onherroepelijk door. Ik hoop en doe er alles aan om het ooit te doen stoppen, maar een bedrijf dat niet kan concurreren heeft geen toekomst. "Verdere verhuizingen zijn niet meer tegen te houden. Ik heb al fabrieken in Turkije en Polen. Voor enkele van mijn activiteiten en bedrijven zie ik verhuizen als een absolute noodzaak. Om zelfs nog werkgelegenheid in België te redden, worden de moeilijkste producten gedelokaliseerd. Met pijn in het hart. Ik ben een geboren en getogen oeroude Belg. U zult merken dat ik met opzet het woord Vlaanderen vermijd. Het is belachelijk nog te praten over Limburger of Vlaming. Dat is cocoonerij waar je niets aan hebt." VAESSEN. "Dan hebben we het over het begrip verankering. Wij definiëren verankering altijd als het beslissingscentrum in Vlaanderen of België houden. Ik noem dat economische nonsens. Een goed winstgevend, competitief bedrijf op eigen bodem, dát is verankering. Waar de eige-naars zitten, doet er niet toe." VAESSEN. "Natuurlijk. Ik zal ook nog moeilijke beslissingen moeten nemen. Maar hoewel ik mij realiseer dat mijn bedrijven er in de toekomst niet meer zo zullen uitzien als vandaag, ben ik met nieuwe initiatieven bezig. Daarbij vraag ik me af waarom ik nog zou investeren in België. Ik woon in Stokkem, op de grens. Als ik mijn hand uitsteek, zit ik in Nederland. Daar zijn genoeg mensen die willen werken en die goedkoper zijn. Het sociaal klimaat vind ik er aangenaam en constructief. Het poldermodel, het Nederlandse overlegmodel, vind je terug op alle niveaus. Ik heb onlangs in Nederland zeventien mensen moeten ontslaan. De samenwerking met de ondernemingsraad was bijna irreëel als ik dat met België vergelijk. Die zei dat ik moest zien dat genoeg mensen werden ontslagen, zodat ik volgend jaar niet opnieuw moet snijden. Ik weet niet hoe we ons model moeten noemen, maar ik zou voor de naam 'conflictmodel' kiezen. Als je hier praat over één herstructurering, staan ze al aan de poort. "De vakbonden hebben ervoor gezorgd dat er de voorbije eeuw een grote welvaartsverdeling is gekomen. Dat is een enorme bijdrage, en daar moeten we hen dankbaar voor zijn. Maar ze moeten nu opletten dat ze niet te ver gaan, want ze hebben ons land ook oncompetitief gemaakt door de loon- en arbeidsvoorwaarden te verhogen. Ook de werkgeversorganisaties hebben daar verantwoordelijkheid in. Die hadden dat niet mogen laten gebeuren. De federale overheid kan of mag niets beslissen als ze niet de goedkeuring heeft van haar achterban, en dat zijn eigenlijk de vakbonden." VAESSEN. "Ze doen maar. Het aantal bedrijven dat verhuist, zal alleen maar toenemen. Het aantal bedrijven dat failliet gaat, zal alleen maar toenemen en het aantal bedrijven dat naar hier wil komen, zal alleen maar afnemen. Ik draag ook verantwoordelijkheid als bedrijfsleider, maar om een goede bedrijfsleider te kunnen zijn, moet de overheid gunstige omgevingsfactoren creëren. Dat ze de rest maar overlaat aan de privésector." VAESSEN. "Dat is precies het probleem. Van de goedgeschoolde mensen bij Ford zal de meerderheid relatief snel weer werk hebben. De laaggeschoolden vallen uit de boot. En zo hebben we er 2 miljoen in België, waarvan er nu al velen geen werk hebben. Nu is dat nog een financieel en economisch probleem, straks wordt dat een megagroot sociaal probleem." VAESSEN. "Omdat ze te duur zijn. Een laaggeschoolde moeten wij vandaag in onze producten verrekenen tegen gemiddeld 25 à 30 euro. Dat maakt mijn producten te duur. In Duitsland liggen de loonlasten voor een laaggeschoolde op 16 à 18 euro. In België is dat dus zowat 10 euro meer. Dat is gigantisch. En denk niet dat de Duitsers niet kunnen werken. Ik heb er 3,5 jaar gewerkt en weet waarom wordt gesproken over het Wirtschaftswunder. Werken zit in hun genen." VAESSEN. "Jawel, als de overheid doet wat ik u gezegd heb, kan het opgelost worden. We moeten de overheidsinkomsten die nu gegenereerd worden via de lonen op andere manieren gaan financieren, te beginnen met het afslanken van de overheid. En dat kan gebeuren in schijven, stap voor stap." VAESSEN. "Zolang ik nog gezond ben van geest en lichaam. Hoewel de geest mij behoorlijk parten begint te spelen. Ik had vroeger een olifantengeheugen, nu niet meer. Maar ik heb goesting om nog door te gaan. Mijn vrouw heeft daar ook een rol in te spelen. Ik heb meer dan 40 jaar dag en nacht mogen werken. Zij heeft mij daarvoor de ruimte gegeven." BERT LAUWERS, FOTOGRAFIE KRISTOF VRANCKEN"België bestaat uit een aaneenschakeling van praat-barakken, en dat stoort mij enorm"