Men kan de vervanging van de Belgische Dienst voor de Buitenlandse Handel (BDBH) door een Agentschap voor de Buitenlandse Handel tegenwerken, of men kan er zijn schouders onder zetten en bijsturen. Bij de eerste optie zijn de Belgische exporteurs allerminst gebaat, bij de tweede wél.
...

Men kan de vervanging van de Belgische Dienst voor de Buitenlandse Handel (BDBH) door een Agentschap voor de Buitenlandse Handel tegenwerken, of men kan er zijn schouders onder zetten en bijsturen. Bij de eerste optie zijn de Belgische exporteurs allerminst gebaat, bij de tweede wél. De onlangs goedgekeurde oplossing is niet perfect: de inspraak van de bedrijven kón beter. Maar sommigen zijn nu opvallend geneigd om te verhullen dat communautaire wrijvingen en onenigheid tussen Vlamingen en Franstaligen over de strategie voor exportbevordering precies aan de basis liggen van de huidige constructie.De stuwende kracht gaat voortaan uit van de drie gewestelijke exportdiensten: Export Vlaanderen, Brussel Export en Awex (Agence wallonne à l'exportation). Waar en wanneer ze het nodig vinden, zullen ze hun krachten bundelen en samen onder Belgische vlag optrekken, al dan niet in gezelschap van prins Filip (zie blz. 14). Bestaat de kans dat veto's van de gewesten het Agentschap verlammen? Wellicht wel. Maar dat gebeurde meer dan eens in de BDBH. En dat gebeurt nog altijd in federale exportorganen. Niemand betwist bijvoorbeeld dat de nationale exportkredietverzekeraar Delcredere (NDD) federaal blijft. Maar wat blijkt? De federale regering slaagt er nu al negen maanden niet in om een nieuwe directeur-generaal voor de NDD te benoemen, in opvolging van Willy Boes. Nochtans hebben in april 2000 negen kandidaten selectieproeven afgelegd. Het federaal houden van instellingen is dus geenszins een garantie voor een verruiming van de communautaire horizon. Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) is niet gelukkig met het Agentschap. Het VBO scoort omdat de medezeggenschap van de bedrijfswereld in het Agentschap werd teruggeschroefd. Bijgevolg zijn ambtelijke beslissingen die mooi ogen op papier maar mijlenver van de exportrealiteit staan, niet uitgesloten. Hierop had het VBO kunnen anticiperen door - publiekelijk - met een blauwdruk uit te pakken, waarmee het van de politici een ruimere inspraak voor de bedrijven in de toporganen van het Agentschap had kunnen afdwingen. De VBO-klaagzang komt rijkelijk te laat. Agoria, de federatie van metaalbewerkende ondernemingen, trok onlangs wel publiekelijk aan de alarmbel over de verlamming bij Delcredere. Maar ook niet meer dan dat. De werkgeversorganisaties hadden zichzelf als voorbeeld kunnen opwerpen, aangezien topbenoemingen tussen Vlamingen en Franstaligen bij VBO, Agoria en andere federale sectororganisaties vlot en pragmatisch worden ingevuld. Zónder de armtierige politiek-communautaire poespas waaruit overheden garen spinnen. Een inbedding van Delcredere in een commerciële omgeving, waar bekwaamheidsvereisten en corporate governance prevaleren op politiek getouwtrek, is voor de kredietverzekeraar een denkbare piste (cfr. Mundialis NV, een joint venture van NDD en Euler-Cobac). Ook voor de exportbevordering waren privé-gestuwde structuren denkbaar (kijk onder meer naar Catalonië, Nederland, Groot-Brittannië en Oostenrijk). Niettemin kunnen onze bedrijven invloed uitoefenen via de respectieve exportdiensten, die inmiddels de kinderschoenen ontgroeid zijn. Een federale schoonmoeder die stokken tussen de benen steekt, zou een zielig figuur slaan.Erik Bruyland