Waarom wil België af van kernenergie?

In 2002 besliste de paars-groene regering dat alle kerncentrales ouder dan 40 jaar dicht moesten en dat er geen nieuwe meer mochten komen. De voornaamste argumenten waren het risico op ongevallen, gezondheidsrisico's voor werknemers en omwonenden, en het probleem van het kernafval. Daardoor sluiten in 2015 de twee oudste centrales, Doel I en Tihange I. Tegen 2025 wordt dan geen elektriciteit uit kernenergie meer opgewekt.
...

In 2002 besliste de paars-groene regering dat alle kerncentrales ouder dan 40 jaar dicht moesten en dat er geen nieuwe meer mochten komen. De voornaamste argumenten waren het risico op ongevallen, gezondheidsrisico's voor werknemers en omwonenden, en het probleem van het kernafval. Daardoor sluiten in 2015 de twee oudste centrales, Doel I en Tihange I. Tegen 2025 wordt dan geen elektriciteit uit kernenergie meer opgewekt. Ook Duitsland, Nederland en Zweden beslisten om kernenergie af te schrijven. In Nederland en Zweden is de uitstap al verdaagd. Zweden wil eerst tegen 2020 een olievrije economie zijn. In Finland en Frankrijk worden intussen extra kerncentrales gebouwd, maar niet zonder problemen. Kernenergie neemt 22 % in van onze energieconsumptie, inclusief brandstof voor auto's en verwarming van gebouwen. Aardolie is goed voor 40 %, aardgas 25 % en vaste brandstoffen als steenkool voor 11 %. Het schoentje wringt het meest op het vlak van elektriciteit. De zeven Belgische kernreactoren staan in voor 55 % van de productie. Bovendien is België al enkele jaren een netto-invoerder van elektriciteit, die vooral uit Frankrijk komt, het kernenergieland bij uitstek. Volgens de tegenstanders van kernenergie is het mogelijk om het wegvallen van die productiecapaciteit te compenseren door een lager energieverbruik, gekoppeld aan duurzame energie. Daarbij wordt vooral gerekend op windenergie, warmtekrachtkoppelingscentrales en efficiënte STEG-centrales (SToom En Gas). Door de kernuitstap en nieuwe wetgeving kreeg duurzame energie in ieder geval de wind in de zeilen. Andere waarnemers gaan uit van een stijgende vraag en betwijfelen of de alternatieven wel in staat zijn de kernenergieproductie volledig te vervangen. De Commissie Energie 2030, die een rapport schreef over het Belgische energievraagstuk, pleit mede daarom om op zijn minst de kernuitstap uit te stellen. Een idee dat daarbij steeds opduikt, is om naar analogie van Nederland de uitbaters van kerncentrales mee te laten betalen om alternatieven voor kernenergie te zoeken en te ontwikkelen. De Europese Commissie was tot enkele jaren geleden eerder tegen- dan voorstander van kernenergie, maar plaatste onlangs toch andere accenten. Dat heeft veel te maken met het Europese Klimaatplan, dat tegen 2020 de CO2-uitstoot met 20 % wil verminderen en 20 % van de energie uit hernieuwbare, duurzame bronnen wil halen. Het idee daarachter is dat schone technologie Europa een competitief voordeel kan bieden in de geglobaliseerde economie. En dat speelt in de kaart van de kernenergie, want die heeft, net als wind, het voordeel dat er geen of nauwelijks CO2 wordt aangemaakt bij de productie van elektriciteit. Dit in tegenstelling tot gasgestookte en zeker steenkoolcentrales. Hoe dan ook gaat Europa ervan uit dat 80 % van onze energie ook in 2020 uit niet-hernieuwbare bronnen komt, waardoor de eigenlijke keuze er een is tussen olie, gas en steenkool enerzijds en kernenergie anderzijds. In de Belgische wet op de kernuitstap worden al mogelijkheden gestipuleerd om de uitstap niet in praktijk om te zetten, indien er niet voldoende capaciteit is voor de te sluiten centrales. Dus vermoedelijk wordt de soep niet zo heet gegeten als ze wordt opgediend. (T) Door Luc Huysmans