"Die man is gek." Dat zei de Zaïrese leider Mobutu Sese Seko aan de Belgische ambassadeur in China na een bezoek aan dictator Mao. Waarna Mobutu in eigen land een jasje met Mao-kraag begon te dragen.
...

"Die man is gek." Dat zei de Zaïrese leider Mobutu Sese Seko aan de Belgische ambassadeur in China na een bezoek aan dictator Mao. Waarna Mobutu in eigen land een jasje met Mao-kraag begon te dragen. Het is een van de vele grappige anekdotes in Wie wij waren. Een gesprek, waarin ex-premier Herman Van Rompuy en journalist Rik Van Cauwelaert terugblikken op zo'n zestig jaar politiek, economie en maatschappelijke veranderingen.De recente Belgische, Europese en mondiale geschiedenis passeert de revue. Wereldschokkende zaken komt de lezer die al een stevige historische bagage heeft, niet te weten. Toch kan het dubbelgesprek bekoren. De zeventigers blikken terug op periodes die voor velen eeuwen geleden lijken, zoals de schijnbaar saaie maar stabiele, door de kerk gedomineerde Vlaamse samenleving in de jaren vijftig en zestig. Van Cauwelaert: "Toen ik een tiener was, kende ik niemand die gescheiden was. En wat ik wist van verslaving, ging niet verder dan de twee vaste zatlappen van het dorp, die mijn vader als burgemeester nu en dan tot de orde moest gaan roepen." Nog een voorbeeld: het gedweep van veel intellectuelen in de jaren zeventig met het communisme. Ten tweede laat Herman Van Rompuy, als ex-premier en jarenlang christendemocratisch partijvoorzitter, in zijn politieke ziel kijken. De aversie voor de paarse Verhofstadt-jaren 1999-2007 blijft groot. Maar Van Rompuy is ook zeer kritisch voor de N-VA, de oude kartelpartner van cd&v.De vele anekdotes maken van het boek aangename lectuur. Zo vertelt Van Rompuy dat de CVP/cd&v-expert Eric Kirsch in 2011 tijdens de onderhandelingen over een zesde staatshervorming van de PS niet mee mocht aanschuiven. Kirsch was de architect van de eerste financieringswet in 1988, die de geldstromen tussen de federale overheid en de deelstaten regelde. Die wet bracht het Franstalige onderwijs een aantal jaren later aan de rand van het faillissement. Van Cauwelaert levert ook een paar Knack-verhalen. Zoals de verrassing bij de redactie dat hun overleden collega Johan Struye werd begraven in de abdijkerk van Grimbergen, terwijl hij bij leven als hij "een pastoor zag, rood aanliep".