Met het nieuwe academie- en schooljaar in aantocht berichten de media dat onze universiteiten recordaantallen studenten binnenhalen. Dat in dit internettijdperk geen nieuwgebouwde aula groot genoeg is om ze allemaal in samen te proppen. En dat er geen koten genoeg zijn om ze onderdak te verlenen gedurende de paar dagen in de week dat ze niet bij mama of papa gaan eten of hun was laten doen. Terwijl niet alleen tweederangs-, maar nu ook de topuniversiteiten in de VS, Brazilië en elders massaal online cursussen aanbieden, sommige zelfs gratis en met een certificaat erbovenop.
...

Met het nieuwe academie- en schooljaar in aantocht berichten de media dat onze universiteiten recordaantallen studenten binnenhalen. Dat in dit internettijdperk geen nieuwgebouwde aula groot genoeg is om ze allemaal in samen te proppen. En dat er geen koten genoeg zijn om ze onderdak te verlenen gedurende de paar dagen in de week dat ze niet bij mama of papa gaan eten of hun was laten doen. Terwijl niet alleen tweederangs-, maar nu ook de topuniversiteiten in de VS, Brazilië en elders massaal online cursussen aanbieden, sommige zelfs gratis en met een certificaat erbovenop. Er wordt zelfs in Azië - de voorbije week bijvoorbeeld nog in de Thaise pers - aan de alarmbel getrokken omdat te veel studenten naar de universiteit willen en er te weinig zijn in technische en beroepsopleidingen. In de 'zuiderse' landen kunnen massa's jongeren hun universitair diploma aan de straatstenen niet kwijt... en bij ons zwelt de lijst van 'knelpuntberoepen' onverminderd aan. Wat is er aan de hand? Er wordt blijkbaar steeds meer verwacht van het onderwijs en van de universiteiten in het bijzonder, terwijl zij minder dan ooit in staat blijken de uitdagingen van de maatschappij doeltreffend en relevant aan te pakken en jongeren daarop overtuigend voor te bereiden. Niet alleen zijn de echt grote problemen en uitdagingen van deze tijd almaar complexer, de organisatie, de praktijk en de disciplinaire basis van onze universiteiten zijn ook almaar minder aangepast om die problemen doeltreffend aan te pakken. Bovendien moeten we vraagtekens plaatsen bij het stuwen van massa's jongeren naar een academische of universitaire opleiding om ze vervolgens - ondanks de kostelijke inzet van mensen en middelen - in groten getale 'terug naar huis te sturen'. Behoren onze universiteiten dan niet tot de wereldtop? Dat bericht wordt geregeld met de nodige fierheid de media ingestuurd. Daar ligt precies misschien net een deel van het probleem. Moeten we van die massa's studenten wel allemaal onderzoekers maken die in de zogenaamde toptijdschriften moeten publiceren of lezen? Er is een absolute noodzaak om het zo vaak verguisde of geminoriseerde beroeps- of technisch onderwijs beter naar waarde te schatten, des te meer wanneer de eigenheid en specifieke sterkten ervan onder invloed van de zogenaamde academisering helemaal in de verdrukking dreigen te komen. Maar het gaat om meer dan dat. Wordt het ook niet hoog tijd om precies een nieuwe en duidelijker visie te ontwikkelen over de rol en het doel van een universitaire of academische opleiding, met name voor 'het grote publiek'? En moeten we niet dringend het belang van de constructieve bijdrage van onderzoek en onderwijs aan relevante probleemoplossing in onze maatschappij aan de orde brengen? Te beginnen dus met de vereisten van een aangepast en eigentijds onderwijs en van een doeltreffende leeromgeving. Wanneer gaan we eens werk maken van de professionalisering van het academische onderwijs? Daar kan men lang over debatteren. Toen ik vorige week te gast was in een internationaal topopleidingsinstituut legde ik deze eenvoudige vraag voor aan een selecte groep van Aziatische bankiers: wat verwachten ze van goed leren? De volgende elementen kwamen spontaan naar boven. Leren moet interactief, met vraag en antwoord, door het uitwisselen van ideeën en ervaringen, met een open kijk op onze omgeving en onszelf. Belangrijk zijn goed luisteren, openstaan voor nieuwe ideeën, goed communiceren, zich in een 'risicovrije' omgeving bewust worden van wat we weten en niet weten. De lessen moeten praktisch en de leerstof toepasbaar zijn, gestaafd met voorbeelden, zonder nutteloos jargon of technische termen. En, last but not least, leren moet natuurlijk ook aangenaam zijn (fun!). Geen rocket science eigenlijk. Hoe kunnen we dat alles meer dan ooit 'in de praktijk brengen'? Zoals vaker bij cruciale beleidsbeslissingen is dat niet altijd een kwestie van meer middelen, maar wel van hoe ze besteed en georganiseerd moeten worden en waar de prioriteiten liggen. Strategisch dus. En zeker ook een sleutel tot hernieuwde en duurzame groei. De auteur is professor strategie en internationaal management aan Solvay (ULB), TIAS (Tilburg) en KU Leuven.We moeten vraagtekens plaatsen bij het stuwen van massa's jongeren naar een academische of universitaire opleiding.