Op 7 oktober heeft de Amerikaanse overheid een zware aanval ingezet op de Chinese techsector. De Verenigde Staten hebben hun rivaal de toegang ontzegd tot cruciale bestanddelen die nodig zijn om de ontwikkelingen in artificiële intelligentie te ondersteunen. Amerikaanse bedrijven kunnen niet langer de meest geavanceerde chips uitvoeren naar China, en ook niet de software en het materiaal die nodig zijn om ze te ontwerpen en te maken.
...

Op 7 oktober heeft de Amerikaanse overheid een zware aanval ingezet op de Chinese techsector. De Verenigde Staten hebben hun rivaal de toegang ontzegd tot cruciale bestanddelen die nodig zijn om de ontwikkelingen in artificiële intelligentie te ondersteunen. Amerikaanse bedrijven kunnen niet langer de meest geavanceerde chips uitvoeren naar China, en ook niet de software en het materiaal die nodig zijn om ze te ontwerpen en te maken. Politici in Washington hebben een steeds langer wordende lijst opgesteld met sancties tegen Chinese bedrijven, een proces dat begon toen Donald Trump nog president was. Trump heeft ZTE, een Chinese producent van telecomapparatuur, zo goed als met de grond gelijkgemaakt door het bedrijf een tijdlang te verbieden Amerikaanse chips te kopen. Huawei, een veel grotere collega, is al sinds 2019 aan het knokken om bepaalde afdelingen te doen draaien zonder Amerikaanse onderdelen. In plaats van de beperkingen voor de Chinese techsector opnieuw te bekijken of terug te schroeven, heeft Joe Biden ze nog uitgebreid. De logica is dat de Verenigde Staten willen voorkomen dat Amerikaanse dollars naar hightechbedrijven stromen waarvan de producten gebruikt kunnen worden door de Chinese strijdkrachten. Analisten zijn ervan overtuigd dat de lijst nog aangevuld zal worden met bedrijven die bijvoorbeeld werken aan gezichtsherkenning en andere vormen van artificiële intelligentie. De nieuwe maatregelen van Amerika zullen de twee grootste economieën ter wereld nog meer uit elkaar drijven. De Verenigde Staten zullen niet alleen nog meer beperkingen opleggen, maar ook strenger toezien op de naleving. De nood om China harder aan te pakken is een van de weinige agendapunten waar de beide politieke partijen in Washington het over eens zijn. Als de spanningen over Taiwan toenemen, zullen de beperkingen bij techproducten nog strikter worden. China zal zijn techindustrie blijven aansporen om minder toe te spitsen op consumentendiensten online, zoals winkelen en maaltijden bezorgen, en meer op in eigen land ontwikkelde vernieuwingen in deep technology, zoals halfgeleiders en artificiële intelligentie. Zo moet het land dichter bij het doel van technologische zelfredzaamheid komen. Op 6 september heeft president Xi Jinping gezegd dat zijn land "alle mogelijke middelen uit eigen land moet inzetten om belangrijke technologische doorbraken te verwezenlijken". Analisten bij beursmakelaar Jefferies voorspellen dat de komende maanden de beste Chinese AI- en softwarebedrijven vooruitgang zullen boeken door nieuwe overheidssubsidies en andere vormen van steun. Zal dat iets uithalen? De Chinese technologiesector bevindt zich nu al in wat Xi omschreef als het prille begin van een "nieuwe industriële revolutie" die gebaseerd is op artificiële intelligentie en slimme productie. Maar door zijn verregaande ingrepen bestaat de kans dat hij vernieuwingen en ondernemingszin beknot, en sommige analisten vinden dat de toewijzing van overheidsfondsen niet efficiënt is gebeurd. Maar net zoals bij andere beleidslijnen van Xi lijkt de kans klein dat China in 2023 van koers zal veranderen.