Een jaar geleden werd Clarisse Ramakers directeur van de Waalse afdeling van de technologiefederatie Agoria. Ze had geen echte technologische achtergrond, maar wel een stevig netwerk in de politieke en sociaaleconomische wereld, aangezien ze in het verleden op een ministerieel kabinet had gewerkt. "Ik was geïnteresseerd in beleid", zegt ze. "Thuis aan tafel werd vaak over politiek gesproken. In 2000 werd ik medewerkster van de toen jonge Waalse minister voor Binnenlands Bestuur Charles Michel (MR). Ik heb toen veel geleerd, maar in 2004 was het avontuur voorbij, toen de MR uit de regionale regeringen werd gegooid. Ik heb toen geweend, want...

Een jaar geleden werd Clarisse Ramakers directeur van de Waalse afdeling van de technologiefederatie Agoria. Ze had geen echte technologische achtergrond, maar wel een stevig netwerk in de politieke en sociaaleconomische wereld, aangezien ze in het verleden op een ministerieel kabinet had gewerkt. "Ik was geïnteresseerd in beleid", zegt ze. "Thuis aan tafel werd vaak over politiek gesproken. In 2000 werd ik medewerkster van de toen jonge Waalse minister voor Binnenlands Bestuur Charles Michel (MR). Ik heb toen veel geleerd, maar in 2004 was het avontuur voorbij, toen de MR uit de regionale regeringen werd gegooid. Ik heb toen geweend, want ik had nooit gedacht nog zo'n interessante baan te kunnen uitoefenen." Toen was er nog geen sprong richting Agoria. Wat is er precies gebeurd? CLARISSE RAMAKERS. "Ik kon aan de slag als economisch adviseur bij UCM, de Franstalige tegenhanger van Unizo. Ik heb toen gemerkt hoe moeilijk het was voor kmo's om de weg te vinden door de administratieve doolhoven. Ik ken de ondernemerswereld wel een beetje, want mijn broer heeft een transportbedrijf. Maar dit was toch iets anders. Ik heb toen ook mijn netwerk opgebouwd met allerlei regionale organisaties, zoals Sowalfin, dat kmo's begeleidt en steunt in hun groei. CEO Jean-Pierre Di Bartolomeo was heel belangrijk voor mij. Hij heeft mijn carrière mee leren sturen. Dankzij hem heb ik nog een tijd in de regionale administratie gewerkt, vooraleer terug te keren naar UCM. Ik heb de coronapandemie van nabij meegemaakt, en dat was een schok." In welke zin? RAMAKERS. "Als hoofd van de studiedienst van UCM, die ook verantwoordelijk was voor de lobbying, moest ik alle dossiers over steunmaatregelen voor de kmo's opvolgen. Op een bepaald moment werd UCM-topman Pierre-Frédéric Nyst geveld door covid en moest hij het ziekenhuis in. Ik werd de nummer één. Covid heeft mij professioneel sterk veranderd. Ik was het niet gewoon om ondernemers aan de lijn te krijgen die in de problemen zaten en aan zelfmoord dachten. Een jaar geleden vernam ik dat er een plaats vrijkwam bij Agoria. Ik heb die kans gegrepen." Hoe kijkt u terug op het voorbije jaar? RAMAKERS. "Ik heb met verschillende captains of industry in de sector gesproken. Om te beginnen met Jean-Luc Maurange, toen nog de topman van John Cockerill. Ik heb gemerkt dat bedrijfsleiders gehecht zijn aan hun bedrijf en de tewerkstelling. En dat de technologiesector aan kop staat wanneer het over klimaatvriendelijke processen gaat. John Cockerill is de wereldleider in oplossingen voor waterelektrolyse en het is actief in de sector van de zonne-energie. Voorts heb ik mij gebogen over dossiers als 5G, waarin Wallonië achterloopt op Vlaanderen. Agoria begeleidt ook de digitalisering, die in veel bedrijven bovenaan op de agenda staat. Net zoals de krapte op de arbeidsmarkt die zelfs in Wallonië een probleem wordt." U stond bekend als een fervent netwerker. Nog altijd? RAMAKERS. "Zeker. Ik bel veel. Als iemand binnen de vijf minuten niet reageert op een bericht, vind ik dat heel lang. Ik ben ook heel actief op LinkedIn."