Hoe gaat het eigenlijk met onze banken? Zijn ze nog te vertrouwen in 2025? Wie de titel van het boek van de bankier Rudi Deruytter leest, denkt direct aan het mogelijke antwoord. 'Niet zo goed' als antwoord op de eerste vraag en 'hoogst twijfelachtig' als antwoord op de tweede stelling. Het boek gaat zowel over het verleden als over de toekomst. De auteur wijst met een beschuldigende vinger naar de banken als oorzaak van de financiële crisis.
...

Hoe gaat het eigenlijk met onze banken? Zijn ze nog te vertrouwen in 2025? Wie de titel van het boek van de bankier Rudi Deruytter leest, denkt direct aan het mogelijke antwoord. 'Niet zo goed' als antwoord op de eerste vraag en 'hoogst twijfelachtig' als antwoord op de tweede stelling. Het boek gaat zowel over het verleden als over de toekomst. De auteur wijst met een beschuldigende vinger naar de banken als oorzaak van de financiële crisis. De West-Vlaming Rudi Deruytter heeft recht van praten. Hij is met het bankwezen vergroeid. De CEO van de CKV Bank kent het milieu al enkele decennia en werkte voor diverse grote banken, zoals ING, KBC en Dexia. Na 2008 hielp hij bij ING een dringende herstructurering te organiseren. Zijn boek oogt vormelijk wat slordig, de inhoud - en daar gaat het uiteindelijk om - is dat niet. De analyse van wat er zich de voorbije jaren in de bankwereld heeft afgespeeld is diepgaand en de conclusies zijn ontnuchterend. Die zin voor kritiek siert de auteur, al zal hij hier en daar - ten onrechte - afgeschilderd worden als een nestbevuiler. Het boek bestaat uit drie delen. In het eerste hoofdstuk staat Deruytter stil bij de periode na 2008 en bij de alarmsignalen die almaar nadrukkelijker afgaan. De banksector heeft te weinig geleerd uit de fouten van 2008. In het tweede boekdeel zet hij elf lessen en adviezen uit de bankencrisis op een rijtje, en die lessen zijn duidelijk. Het gaat van de behoefte aan een andere attitude van bankiers, over betere opleidingen, meer transparantie en eenvoud in de regelgeving tot de grote behoefte aan politieke hervormingen. Die analyse klinkt bekend in de oren. Het derde deel, Bankieren in het nieuwe tijdperk, biedt de grootste toegevoegde waarde omdat de auteur de kool noch de geit spaart. Rudi Deruytter gaat recht door zee en legt de vinger op de wonde van de financiële sector: de bankwereld heeft te weinig zelfkritiek en de cultuur van gigantische winsten heerst er nog altijd. Mocht Shakespeare nog leven, dan zou hij zijn drama's laten afspelen in de financiële sector, parafraseert Deruytter de Nederlandse journalist en antropoloog Joris Luyendijk. In zijn slotbeschouwingen is de bankier niet mals voor het milieu waarin hij is opgegroeid. Bankiers moeten weer echte adviseurs van de klanten worden, in plaats van te kicken op cijfers en resultaten. Maar de vraag luidt of de banken daartoe in staat zijn. Zullen zij zich, zoals andere sectoren, aanpassen? Als uitsmijter stoort Rudi Deruytter zich aan het feit dat de schuldigen voor de financiële implosie na 2008 niet werden gestraft. Ondertussen gaat een groot deel van hen gewoon door alsof er niets is gebeurd. Fouten maken is niet erg, maar er geen conclusies uit trekken is dat wel. Een les die velen in de financiele sector nog niet hebben geleerd. Rudi Deruytter, Hoe gaat het eigenlijk met onze banken? Zijn ze nog te vertrouwen in 2025?, Brave New Books, 2016, 142 blz., 20 euro KAREL CAMBIEN