Vanaf november gaat een hospitalisatieverzekering bij Axa het dubbele kosten. Ook bij Ethias en bij marktleider DKV waren er dit jaar al kleine prijsverhogingen. En ING besliste zelfs volledig uit de individuele hospitalisatieverzekering te stappen. Een bewijs dat verzekeringen en gezondheidszorg niet samengaan? Helemaal niet. De premieverhogingen zijn juist een illustratie dat marktwerking nodig is en dat er bovendien - zij het enigszins onbeholpen - een bepaalde diversiteit in die pijler van aanvullende ziekteverzekeringen ontstaat.
...

Vanaf november gaat een hospitalisatieverzekering bij Axa het dubbele kosten. Ook bij Ethias en bij marktleider DKV waren er dit jaar al kleine prijsverhogingen. En ING besliste zelfs volledig uit de individuele hospitalisatieverzekering te stappen. Een bewijs dat verzekeringen en gezondheidszorg niet samengaan? Helemaal niet. De premieverhogingen zijn juist een illustratie dat marktwerking nodig is en dat er bovendien - zij het enigszins onbeholpen - een bepaalde diversiteit in die pijler van aanvullende ziekteverzekeringen ontstaat. Tegenwoordig luidt de standaardvraag aan de receptie van het ziekenhuis of de patiënt een hospitalisatieverzekering heeft. Een belangrijke vraag, want als u een private aanvullende verzekering hebt, belandt u bijna automatisch in een eenpersoonskamer. Daar rekenen artsen vervolgens voor het volle pond supplementen voor aan. Soms tot vier keer het terugbetalingstarief dat het Riziv voor hospitalisatie hanteert. Geen probleem toch? Het is immers die winstgevende verzekeringsmaatschappij die betaalt. Op die manier zijn in België de gemiddelde kosten voor hospitalisatie tussen 2000 en 2004 met 30 % gestegen. Het stond dan ook in de sterren geschreven dat de premies voor hospitalisatieverzekeringen vroeg of laat die trend zouden volgen. Er is trouwens sprake van een doorschuifmechanisme. Artsen aarzelen niet om door te rekenen, omdat zij zelf een flink stuk van hun honorarium afstaan aan de ziekenhuizen waar ze werken. Die hebben dat geld nodig omdat ze kampen met een structurele onderfinanciering via het Riziv. En dat komt dan weer omdat de overheid alle moeite van de wereld heeft om de uitgavengroei in de ziekteverzekering in toom te houden. Dit jaar lijkt minister Rudy Demotte (PS) er wel in te slagen om de uitgavengroei binnen de afgesproken marge te houden, maar een groei van 3,5 % voor inflatie blijft hoog. Sterker nog, de facto is de huidige uitgavenstijging enkel te dragen door een zorgsysteem met een publieke en een private pijler. Er zijn de zorgen waar de verplichte ziekteverzekering in tussenkomt en de zorgen waarvoor een patiënt zich particulier kan verzekeren. Voor de kosten van hospitalisatie is dat vandaag al een feit: zeven miljoen mensen hebben een aanvullende hospitalisatieverzekering. Slechts 2,4 miljoen daarvan werden afgesloten door de mutualiteiten. Het is dan ook absurd om de premieverhoging te beschouwen als een argument om de rol van privéverzekeraars in de ziekteverzekering ter discussie te stellen. Veel belangrijker is de vraag of het kader voor marktwerking wel is bemeten op duurzaamheid. En op dat terrein is er heus nog ruimte voor verbetering. Zo gaat deze week een wetsontwerp naar het parlement dat de premies van aanvullende verzekeringen beter wil regelen. De overstap van een groepsverzekering naar een individuele hospitalisatieverzekering moet makkelijker worden en de verzekerde zou dat kunnen tegen dezelfde premietarieven. Bovendien wil de regering de verhoging van premies alleen nog toelaten op basis van objectieve parameters. De beroepsvereniging Assuralia ziet als objectieve parameter bijvoorbeeld een specifieke index, die veel beter dan de huidige gezondheidsindex de stijging van medische kosten volgt. Het basisprincipe dat privéverzekeraars hun rol moeten kunnen spelen, staat daarbij echter buiten kijf. Roeland Byl