Licht is misschien het beste ontsmettingsmiddel, maar in personal finance moeten er grenzen zijn. Waarom zou uw buur mogen weten wat er op uw bankrekening staat of wat u elders geparkeerd hebt voor uw kinderen? In 2017 klinkt de discussie over waar de lijn moet worden getrokken luider, nu ingrijpende transparantie-initiatieven, om belastingontduikers en andere financiële nietsnutten te vatten, vaste voet krijgen. Klachten over een te grote inmenging van de staat zullen intenser worden, net als het besef dat gevoelige financiële gegevens in verkeerde handen dreigen te vallen.
...

Licht is misschien het beste ontsmettingsmiddel, maar in personal finance moeten er grenzen zijn. Waarom zou uw buur mogen weten wat er op uw bankrekening staat of wat u elders geparkeerd hebt voor uw kinderen? In 2017 klinkt de discussie over waar de lijn moet worden getrokken luider, nu ingrijpende transparantie-initiatieven, om belastingontduikers en andere financiële nietsnutten te vatten, vaste voet krijgen. Klachten over een te grote inmenging van de staat zullen intenser worden, net als het besef dat gevoelige financiële gegevens in verkeerde handen dreigen te vallen. Sinds de wereldwijde financiële crisis reageerden overheden op de woede van de bevolking over de bezuinigingen en op de toenemende perceptie dat de rijken hun steentje niet bijdragen, door de financiële geheimhouding op de korrel te nemen. De Verenigde Staten gaven het voorbeeld met wetgeving die buitenlandse financiële bedrijven verplicht hun Amerikaanse klanten aan te geven of fikse straffen onder ogen te zien. Meer dan honderd landen hebben de zogenoemde Common Reporting Standard (CRS) ondertekend, die hen verplicht vanaf 2017 geregeld en systematisch informatie uit te wisselen over buitenlandse rekeninghouders. Achterblijvers zoals de Bahama's en de Verenigde Arabische Emiraten worden verplicht mettertijd hun achterstand goed te maken. Maar er heerst ook bezorgdheid dat de overheden door hun haast een einde te maken aan de geheimhouding, het recht op privacy met de voeten treden. De CRS kopieert het Amerikaanse model maar gaat verder: de overeenkomst vereist dat allerlei soorten informatie uitgewisseld worden, niet alleen de inlichtingen die relevant zijn voor belastingdoeleinden. Die benadering jaagt sommige financiële experts in de gordijnen. Waarom, vragen ze, is de regering de boosdoener wanneer ze gegevens van smartphones opvraagt, maar een held als ze persoonlijke financiële zaken in het vizier neemt? Met telefoons wordt misschien wel geen belastbaar inkomen verborgen, maar ze kunnen ook gebruikt worden voor slinkse activiteiten. Dat de CRS gerechtelijk aangevochten wordt, lijkt waarschijnlijk. Het kan zelfs zijn dat tegenstanders de overeenkomst voor het Europese Hof van Justitie brengen. Die voeren aan dat de gegevensuitwisseling in strijd is met artikel 8 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat bepaalt dat elke inbreuk op de privacy proportioneel moet zijn. Gegevensbeveiliging is een verwante bekommernis. Naarmate de belastingdiensten almaar meer gegevens uitwisselen, groeit het risico dat ze gehackt worden en dat persoonlijke financiële informatie verhandeld wordt op het 'donkere web'. Als banken het al zo moeilijk hebben om gegevens te beveiligen, welke hoop hebben ondergefinancierde en gemakkelijk te compromitteren overheidsdiensten dan nog? In sommige landen kunnen belastingambtenaren in de verleiding komen gegevens te verkopen. Of hun bazen kunnen gevoelige informatie doorspelen naar de hogere overheid, wat kan leiden tot de vervolging van mensen die van liefdadigheidsinstellingen geld ontvingen voor bijvoorbeeld projecten tegen corruptie of voor holebirechten. Ook daar verwachten we juridische uitdagingen. Critici van massale informatie-uitwisseling worden gesteund door gegevensbeschermingsautoriteiten. Experts samengebracht door de Europese Commissie gingen de uitvoering van CRS na en kwamen tot het besluit dat de overeenkomst in vele opzichten leek op een Europese richtlijn die al door het Europese Hof van Justitie als onwettig werd bestempeld. "Dit is mogelijk de grootste gegevensinbreuk sinds Edward Snowden", protesteert een vermogensbeheerder. Er hangen nog andere strijdtonelen in de lucht. Met één oog op de belastingontduiking en het andere op de plundering van de rijkdommen van arme landen, denken sommige landen eraan openbare registers van bedrijfseigenaars op te stellen of hebben dat al gedaan, zoals Groot-Brittannië. Maar het debat is nog niet gewonnen. De tegenovergestelde visie is dat vertrouwen op open registers, in plaats van op een betere regelgeving, de zaken nog erger kan maken als de inhoud van de registers niet behoorlijk wordt gecontroleerd. Kortom, er is nog veel om over te twisten. De mars naar grotere financiële openheid krijgt aanzienlijke publieke steun omdat die strijd wordt beschouwd als een oorlog tegen boeven. Sommige mensen maken zich niettemin zorgen dat fundamentele rechten en persoonlijke veiligheid tussen twee vuren zitten. Volgend jaar wordt een test om te zien of ze hun stem kunnen laten horen boven het koor van zij die eisen dat met harde hand wordt opgetreden tegen de witteboordenverdorvenheid.De auteur is redacteur speciale opdrachten van The Economist. Matthew ValenciaKlachten over een te grote inmenging van de staat zullen intenser worden, net als het besef dat gevoelige financiële gegevens in verkeerde handen dreigen te vallen.