Een jaar na de verkiezingen van 25 mei 2014 blijft de N-VA de populairste partij bij Vlaamse bedrijfsleiders. Uit een exclusieve Trends-enquête blijkt dat 53 procent van de Vlaamse CEO's en ondernemers op N-VA zou stemmen als er vandaag federale verkiezingen waren. In 2014 scoorde de N-VA een paar weken voor de verkiezingen 52,3 procent bij de bedrijfsleiders.
...

Een jaar na de verkiezingen van 25 mei 2014 blijft de N-VA de populairste partij bij Vlaamse bedrijfsleiders. Uit een exclusieve Trends-enquête blijkt dat 53 procent van de Vlaamse CEO's en ondernemers op N-VA zou stemmen als er vandaag federale verkiezingen waren. In 2014 scoorde de N-VA een paar weken voor de verkiezingen 52,3 procent bij de bedrijfsleiders. Open Vld blijft het nummer twee, zij het op geruime afstand. Al winnen de liberalen aan populariteit. Nu halen ze federaal 23 procent, vorig jaar was dat in de enquête 19,8 procent. CD&V ligt moeilijk bij ondernemend Vlaanderen. In de recente peiling raken de christendemocraten niet verder dan 6,2 procent. Vorig jaar was dat nog 10 procent. Wel een constante in de twee enquêtes is dat de scores van andere partijen verwaarloosbaar zijn. Het stemgedrag van de ondernemers op het Vlaamse niveau is vergelijkbaar met dat op het federale niveau. Indien er nu Vlaamse verkiezingen zouden zijn, haalde de N-VA 55,6 procent van de stemmen, tegenover 51,8 procent vorig jaar. Open Vld is nummer twee met 19,7 procent. Ook hier scoort CD&V met 6,6 procent opvallend zwak. Van de ondervraagde werkgevers krijgt de federale regering-Michel een gemiddelde score van 6,9 op 10. Net geen onderscheiding, maar een stuk hoger dan de 3,8 op 10 van de regering-Di Rupo een jaar geleden. Eerste minister Charles Michel (MR) haalt met 7,1 op 10 een iets betere score. Van de vicepremiers en sociaaleconomische vakministers haalt enkel Maggie De Block (Open Vld) een even sterke score. Daarna volgen minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA, 6,9 op 10) en vicepremiers Jan Jambon (N-VA, 6,8) en Alexander De Croo (Open Vld, 6,1). Federaal minister van Werk en vicepremier Kris Peeters (CD&V) scoort met 5 op 10 het zwakst. De scores van de Vlaamse regering en excellenties liggen iets lager dan die van de federale. De regering-Bourgeois krijgt een 6,8 op 10, de minister-president een 6,7. De andere Vlaamse ministers halen een score tussen 6,3 en 6,8. Trends ging ook na wat de bedrijfsleiders vinden van het beleid. Het strengere brugpensioen (SWT) en tijdskrediet geven de CEO's meer dan 8 op 10. De indexsprong krijgt een 7,8 op 10. Ook de beslissing om de wettelijke pensioenleeftijd tegen 2025 op te trekken naar 66 jaar en tegen 2030 naar 67 jaar wordt gesmaakt: 7,4 op 10. De teneur bij de Vlaamse CEO's en bedrijfsleiders is dat het beleid de goede kant op gaat, maar er ligt nog heel wat werk op de plank. Zo meent 58 procent van de respondenten dat de indexsprong en de al ingeplande lastenverlagingen belangrijke maatregelen zijn om de concurrentiekracht van de ondernemingen te herstellen, maar dat het onvoldoende blijft. Ook voor ondernemend Vlaanderen wordt de taxshift -- lagere lasten op arbeid gecompenseerd door nieuwe inkomsten -- straks dé lakmoesproef voor het federale regeringsbeleid. Het geld van de belastingverschuiving gebruiken om de werkgeversbijdrage te verlagen van 33 naar 25 procent is een oude eis van de werkgevers. Eén op de drie respondenten vindt dan ook dat de lastenverlaging daar moet worden doorgevoerd. Maar dat is niet de grootste groep. 57,9 procent van ondernemers wil dat de regering gaat voor een combinatie van lagere werkgeversbijdragen voor de werknemers en een verlaging van de personenbelasting voor de werknemers. Aan gerommel in de marge heeft ondernemend Vlaanderen geen boodschap: 67,2 procent wil een taxshift van 5 miljard euro. Slechts 17,4 procent is tevreden met 2 miljard. En waar moet de regering de inkomsten ter compensatie van die lagere lasten op arbeid dan vandaan halen? 51 procent is voor een speculatietaks, 43 procent voor de afbouw van bedrijfssubsidies, gevolgd door een vereenvoudiging van de btw-tarieven en het optrekken van de laagste tarieven (41 %). Een kwart van de bedrijfsleiders is voor een meerwaardebelasting op aandelen. 23,8 procent vindt dat de notionele-intrestaftrek kan worden afgeschaft om de lastenverlaging te financieren. Een algemene vermogensbelasting is weinig populair (20 %). Geven we ten slotte mee dat amper 10 procent van de Vlaamse ondernemers iets ziet in het verhogen van de energiebelastingen als deel van de taxshift. Alain MoutonDe Vlaamse bedrijfsleiders vinden dat het beleid de goede kant opgaat, maar er ligt nog werk op de plank.