Culturele programma's, uitbreidingsplannen, de aankoop van kunstwerken, tijdelijke tentoonstellingen, apps, nieuwe partnerships... Het houdt niet op bij Tate. De aankondigingen, projecten en ambitieuze tentoonstellingen volgen elkaar op. Dat betekent overigens niet dat de traditionele manifestaties uit het oog verloren worden, zoals de Turner Prize of de Unilever Series, een programma waarbij al twaalf jaar lang elk jaar een kunstenaar gevraagd wordt een origineel kunstwerk te creëren voor de oude turbinezaal. In 2010 bedekte Ai Wei Wei er voor zijn Sunflower Seeds de vloer met honderd miljoen zonnepitten in porselein.
...

Culturele programma's, uitbreidingsplannen, de aankoop van kunstwerken, tijdelijke tentoonstellingen, apps, nieuwe partnerships... Het houdt niet op bij Tate. De aankondigingen, projecten en ambitieuze tentoonstellingen volgen elkaar op. Dat betekent overigens niet dat de traditionele manifestaties uit het oog verloren worden, zoals de Turner Prize of de Unilever Series, een programma waarbij al twaalf jaar lang elk jaar een kunstenaar gevraagd wordt een origineel kunstwerk te creëren voor de oude turbinezaal. In 2010 bedekte Ai Wei Wei er voor zijn Sunflower Seeds de vloer met honderd miljoen zonnepitten in porselein. "Het museum is een ruimte in beweging. Het verandert voortdurend. De mensen komen naar ons met nieuwe wensen, nieuwe verwachtingen. We moeten trachten daarop in te spelen", vertrouwt Chris Dercon, de directeur van Tate Modern, ons toe. "De mensen hebben geen boodschap meer aan een museum in de stijl van dertig jaar geleden. Ze willen betrokken worden. We moeten ons aanpassen aan die evolutie door iets unieks in het leven te roepen. Het Tate is een museum on the move, een museum in progress." The National Gallery of British Art, het latere Tate, werd in 1897 in het leven geroepen om onderdak te bieden aan de verzameling schilderijen en beeldhouwwerken van de suikerbaron sir Henry Tate onderdak te bieden. De collectie, die toen slechts 245 werken telde, werd ondergebracht in de voormalige Millbank-gevangenis. Tate Britain is daar nu nog altijd gevestigd. De instelling werd in 1932 omgedoopt tot Tate Gallery. Later volgden Tate Liverpool in 1988 en in 1993 Tate St.-Ives in Cornwall. De jongste aanwinst, Tate Modern, dateert van 2000 en werd ondergebracht in een voormalige elektriciteitscentrale aan de oever van de Thames. De missie van Tate is de moderne en hedendaagse Britse kunst te leren kennen, begrijpen en ontdekken. Sinds 1917 is het ook verantwoordelijk voor de nationale collectie van Britse en internationale kunst van na 1900. Tate haalt zijn financiering grotendeels uit eigen middelen. De organisatie gaf in 2010-2011 119,3 miljoen pond uit: 70 procent voor de werkingskosten en 30 procent voor investeringen. De bruto-inkomsten bedroegen 122,6 miljoen pond, waarvan 44 procent overheidssubsidies. De voorbije vijf jaar zijn de eigen middelen met 15 procent toegenomen, terwijl de subsidies met slechts 5 procent aangroeiden. Dat musea gedwongen worden hun eigen middelen op te voeren, heeft te maken met de bijna constante tendens bij de overheid de tussenkomsten in de culturele sector te beperken. In haar besparingsplan heeft de Britse regering vorig jaar bijvoorbeeld aangekondigd dat de steun aan de musea in vier jaar met 15 procent afgebouwd wordt. De belangrijkste bron van privé-inkomsten voor het Tate zijn de Tate Enterprises. De zeven permanente winkels, tijdelijke boetieks bij exposities, acht cafés en restaurants, publicaties en afgeleide producten - zoals honing van de bijenkorven op de daken van de Tate Modern en Britain - brachten 27 miljoen pond op in 2010-2011. Dat is 22 procent van de bruto-inkomsten. Een goede 20.000 pond kwam uit mecenaat en er zijn voor 4,3 miljoen pond aan kunstwerken geschonken. De vraag is of het belang van de eigen middelen geen invloed heeft op de artistieke keuzes. "Ik ben ik altijd gewend geweest op die manier te werken", antwoordt Dercon. "Toen ik PS1 leidde in de Verenigde Staten werkten we uitsluitend met eigen middelen. Het Haus der Kunst is de enige plek waar ik gewerkt heb die volledig gefinancierd werd met publieke middelen. We hebben de privé-investeerders nodig. Kunst heeft zich altijd al ontwikkeld dankzij het mecenaat. Daar tegenover staat dat het Tate zo'n succes kent dat we wel verplicht zijn tentoonstellingen of tijdelijke evenementen met een zekere weerklank op te zetten. We zijn een massamedium. Een museum leiden, verschilt niet veel van het besturen van een onderneming. Als onderneming moeten we sterproducten tonen om zo veel mogelijk volk te trekken en tegelijk kleinere groepen te bereiken met specifieke onderwerpen. Zonder een tentoonstelling over Gerhard Richter zouden we het Duitsland van de jaren zeventig tot negentig niet kunnen belichten. Beide zijn even belangrijk." Van de vier musea trekt het Tate Modern de meeste bezoekers: 5 miljoen, tegenover 1,6 miljoen voor Tate Britain, 606.000 voor Tate Liverpool en 199.000 voor Tate St.-Ives. Nadat Modern iets meer dan tien jaar geleden zijn intrek in de oude elektriciteitscentrale had genomen, werd het al snel slachtoffer van zijn succes. In de eerste jaren trok het al 4 miljoen bezoekers, dubbel zoveel als verwacht en veel meer dan de plek kon verwerken. Uitbreidingswerken drongen zich dan ook op. De oude stookoliekuip - de Oil Tank - is opnieuw in gebruik genomen en er is opdracht gegeven voor een nieuw gebouw dat in 2016 klaar moet zijn. Dat moet de ruimte die het museum ter beschikking heeft voor zijn tentoonstellingen, voorstellingen en educatieve programma's met 70 procent vergroten. Voor de directeur van het Tate Modern gaat de uitdaging echter verder dan louter baksteen en mortel. "Het Tate Modern bevindt zich nu in zijn derde fase", legt Chris Dercon uit. "De eerste, van 2000 tot 2005, was er een van het merk uitbouwen. In de tweede bouwde Tate zijn geloofwaardigheid uit en voegde het zich bij de allergrootste musea, naast de MoMA of het Guggenheim." Nu komt het eropaan het merk aan te passen aan de evolutie in de kunstwereld en aan de nieuwe eisen van het publiek, benadrukt Dercon. "De grootste uitdaging is de veranderingen in onze maatschappij te aanvaarden en er een uitdrukkingsvorm voor te vinden, een platform te creëren dat er rekening mee houdt." GÉRALDINE VESSIÈRE"Het museum is een ruimte in beweging. De mensen komen naar ons met nieuwe wensen, nieuwe verwachtingen. We moeten trachten daarop in te spelen"