De situatie op de globale tarwemarkt wordt sinds enkele jaren gekenmerkt door een aanbodoverschot. De oogstjaren 2008-2009 en 2009-2010 leverden recordhoeveelheden tarwe op. Begin dit jaar werd voor het lopende oogstjaar uitgegaan van een opbrengst die iets onder het niveau van vorig jaar zou uitkomen, goed voor de op twee na hoogste oogst ooit. Door de opeenvolgende goede opbrengsten waren ook de beschikbare voorraden opgelopen tot een niveau dat dicht bij historische hoogtepunten lag. Er was dus op het eerste gezicht weinig reden om warm te lopen voor een belegging in tarwe en de prijs schommelde gedurende het eerste semester rond het niveau van 5 dollar per bushel. Ter vergelijking: tijdens het hoogtepunt van de voedselschaarste van begin 2008 noteerde tarwe aan 13,5 dollar per bushel.
...

De situatie op de globale tarwemarkt wordt sinds enkele jaren gekenmerkt door een aanbodoverschot. De oogstjaren 2008-2009 en 2009-2010 leverden recordhoeveelheden tarwe op. Begin dit jaar werd voor het lopende oogstjaar uitgegaan van een opbrengst die iets onder het niveau van vorig jaar zou uitkomen, goed voor de op twee na hoogste oogst ooit. Door de opeenvolgende goede opbrengsten waren ook de beschikbare voorraden opgelopen tot een niveau dat dicht bij historische hoogtepunten lag. Er was dus op het eerste gezicht weinig reden om warm te lopen voor een belegging in tarwe en de prijs schommelde gedurende het eerste semester rond het niveau van 5 dollar per bushel. Ter vergelijking: tijdens het hoogtepunt van de voedselschaarste van begin 2008 noteerde tarwe aan 13,5 dollar per bushel. Aan die relatieve rust kwam begin juli een brutaal einde door een opeenvolging van nadelige klimatologische omstandigheden in gebieden waar tarwe wordt verbouwd. Zo kregen grote delen van Europa af te rekenen met ongewoon warm en droog weer. Dat was ook het geval in Oekraïne en Rusland, ook wel de graanschuur van de wereld genoemd. Canada had dan weer te kampen met overvloedige regenval, waardoor grote hoeveelheden landbouwoppervlakte niet gebruikt konden worden. In West- en Centraal-Europa was het uitzonderlijke weer eerder van korte duur, zodat de schade beperkt bleef. In Rusland evolueerde de situatie echter van kwaad naar erger. Hevige bosbranden dreigen er niet alleen de huidige oogst te vernielen, maar ook het zaaien van wintertarwe komt in het gedrang. Aan de aanbodzijde zijn de Verenigde Staten de grootste exporteur van tarwe, zelfs al bekleden ze maar de vierde plaats wat productie betreft. De Europese Unie heeft het grootste aandeel in de productie en is de op een na grootste exporteur van het graangewas. Daarna komen Canada, Rusland en Australië als belangrijkste exporteurs. Door de nadelige weersomstandigheden moest de productieprognose voor 2010-2011 al een aantal keren naar beneden worden bijgesteld. De oorspronkelijke verwachting van bijna 680 miljoen ton is intussen verlaagd naar 661,1 miljoen ton. Een neerwaartse herziening kwam er in onder meer de Europese Unie, India, Canada en Kazachstan. Rusland kreeg de grootste klap te verwerken: daar werd de productieprognose verlaagd naar 50 miljoen ton, bijna 20 % minder dan een jaar geleden. Wat de vraag betreft, rekent het Amerikaanse ministerie van Landbouw (USDA) op een toename met 2 % tot 667 miljoen ton. Dat betekent dat er voor het eerst in vier jaar opnieuw een deficit zal zijn. Verdere neerwaartse productiebijstellingen zijn bovenden niet uitgesloten nu ook Pakistan af te rekenen heeft met overstromingen en noodweer. Toch was het niet allemaal kommer en kwel, want in de Verenigde Staten is er letterlijk en figuurlijk geen vuiltje aan de lucht wat uitzonderlijke weersomstandigheden betreft, waardoor de productieprognose kon worden verhoogd met 4 miljoen ton. Rusland nam zijn toevlucht tot drastische maatregelen en stelde een exportverbod in om de lokale bevoorrading veilig te stellen. Het verbod ging in op 15 augustus en blijft voorlopig gehandhaafd tot 31 december. Die situatie doet denken aan die van 2008. Na de mislukte graanoogsten van 2007-2008 werd in verschillende landen overgegaan tot een exportverbod. Dat was onder meer het geval in Rusland en India. China speelt voor één keer een ondergeschikte rol in het verhaal, omdat vraag en aanbod elkaar er min of meer in evenwicht houden en het land over grote strategische graanvoorraden beschikt om prijsschommelingen op korte termijn op te vangen. De tarweprijs heeft vorige maand uiteraard geanticipeerd op het lagere aanbod, maar de stijging verliep in een eerste fase vrij geleidelijk. Dat veranderde na het exportverbod in Rusland, dat een ware schokgolf door de markten stuurde. Handelaars zagen het spookbeeld van 2008 opnieuw opdoemen en vreesden voor een gelijkaardige situatie als toen, met een vicieuze cirkel waarbij het ene land na het andere met een dergelijke maatregel uitpakt. Eerder deze maand klom de tarweprijs tot boven 8 dollar per bushel, het hoogste niveau sinds eind 2008. Toch is er nog een andere, minder gekende reden waarom de prijsopstoot ineens zo fors was. Als gevolg van de minder goede vooruitzichten zaten investeerders in tarwe massaal short gepositioneerd. Dat betekent dat ze posities aanhielden om in te spelen op een verdere prijsdaling. In februari waren die shortposities zelfs opgelopen tot het hoogste niveau sinds er gestart werd met het bijhouden van de statistieken. Een grote shortconcentratie heeft potentieel explosieve gevolgen. Wanneer de prijs begint te stijgen, moeten de posities worden omgedraaid om de verliezen te beperken. Dat betekent in dit geval dat er massaal termijncontracten op tarwe aangekocht moesten worden, wat de opwaartse beweging nog deed versnellen. Het komt er voor investeerders vooral op aan om de situatie op de tarwemarkt correct in te schatten, los van de situatie op korte termijn. Het gaat om een tijdelijke situatie als gevolg van klimatologische omstandigheden. Van een terugkeer naar de marktonevenwichten van 2008 is voorlopig geen sprake, omdat de fundamentele situatie nu helemaal anders is. Ten eerste zijn er de voorraden, die zich toen op een niveau bevonden dat historisch gezien laag was. Nu is het omgekeerde het geval. Er is deze keer een voldoende grote voorraadbuffer om een tijdelijk lagere productie te compenseren. Na dit oogstjaar zal de beschikbare voorraad iets lager liggen dan in 2009-2010, maar toch relatief gezien nog vrij hoog zijn. Daarnaast is de impact van Rusland niet zo overweldigend groot. Het land stond vorig jaar in voor 13,4 % van de globale export van tarwe. Het (gedeeltelijke) wegvallen daarvan kan eenvoudig worden gecompenseerd door een hogere aanvoer uit de Verenigde Staten, de Europese Unie, Australië en Argentinië. Rusland is een belangrijke speler op de graanmarkt, maar is in zijn eentje niet bij machte om die volledig te ontwrichten. Daarnaast is er het substitutie-effect. Tarwe dient in de eerste plaats voor menselijke en dierlijke consumptie. In tegenstelling tot bij maïs en soja zijn er vrijwel geen toepassingen op het vlak van milieuvriendelijke brandstoffen (ethanol, biodiesel). Dat betekent ook dat tarwe in de meeste gevallen vrij eenvoudig vervangen kan worden door iets anders. Voor veevoeder bijvoorbeeld is er geen bezwaar om tarwe te vervangen door maïs. In het menselijke dieet kan de veel goedkopere rijst dan weer perfect de plaats innemen van tarwe. Dat is met name in Azië het geval. De substitutie komt langzaam op gang, maar als de relatieve prijsverschillen tussen tarwe en andere graangewassen nog een tijdje hoog blijven, kan het proces snel op dreef komen. De bovenstaande argumenten bieden geen garantie dat de tarwemarkt nu snel zal kalmeren. Op langere termijn komt het marktevenwicht niet in gevaar, maar op korte termijn is het vooral de perceptie die de prijsevolutie bepaalt. Op elk nieuwsbericht dat als relevant beschouwd wordt, zal ongetwijfeld heftig gereageerd worden. Bovendien zijn de shortposities zeker nog niet allemaal afgebouwd, wat maakt dat het risico op korte maar hevige prijsbewegingen erg groot blijft. Investeerders die via afgeleide producten short willen gaan op tarwe denken dus best twee keer na. Wie zich toch aan een gokje wil wagen, wacht best een stevige prijsstijging af en wacht bij voorkeur niet te lang om de winsten van tafel te nemen. Een terugkeer naar de prijsniveaus van 2008 lijkt ons echter weinig waarschijnlijk. Toch zal de gemiddelde prijs in de tweede jaarhelft zonder twijfel een stuk hoger liggen dan in het eerste semester het geval was. Door Koen LauwersOp langere termijn komt het marktevenwicht niet in gevaar, maar op korte termijn is het vooral de perceptie die de prijsevolutie bepaalt. Op langere termijn komt het marktevenwicht niet in gevaar, maar op korte termijn is het vooral de perceptie die de prijsevolutie bepaalt.