In Bredero blikt de redactie terug op de Trends van één, tien en twintig jaar geleden.
...

In Bredero blikt de redactie terug op de Trends van één, tien en twintig jaar geleden. Amper drie jaar na de Grote Recessie van 2008-'09 dreigt een nieuwe financiële crisis haar duivels te ontbinden. Ground zero van de crisis ligt deze keer niet in de VS, maar in Europa. De toenemende twijfel over de terugbetaalbaarheid van de schulden van de zuiderse eurolanden besmet het Europese banksysteem. Bankiers twijfelen aan elkaars gezondheid en draaien de kredietkraan naar elkaar en naar de Europese economie dicht. De conjunctuurindicatoren duiken naar beneden. Jean-Claude Trichet, voorzitter van de Europese Centrale Bank, spreekt van een nieuwe systeemcrisis. De Europese Centrale Bank grijpt krachtig in en lanceert in een eerste fase de Longer Term Refinancing Operations (LTRO's). Door de banken goedkoop en massaal te herfinancieren, vermijdt de ECB een nieuwe Europese bankencrisis en een vernietigende krediet-schaarste in het zuiden van het eurogebied. De Europese politici slepen zich van de ene Europese top naar de andere, maar kunnen nooit spijkers met koppen slaan, waardoor de Europese economie verzandt in chronische stagnatie. De ECB belooft nu onbeperkt obligaties van noodlijdende landen op te kopen als die landen een pittig hervormingsprogramma aanvaarden. De Bel20 beleeft in 2002 een vreselijk beursjaar. De koersdalingen lopen tegen oktober op tot 30 à 40 procent. De relatief zwakke wereldeconomie en het oorlogsgerommel in Irak wegen op het gemoed van de belegger, maar dé motor achter de baisse is het versneld leeglopen van de beurszeepbel van eind de jaren negentig, die gekenmerkt was door stratosferisch hoge koers-winstverhoudingen. Aandelen benaderen opnieuw een faire waarde, maar beleggers blijven angstig en wachten af om opnieuw aandelen te kopen. De beurzen bereiken een dieptepunt in maart 2003. De Amerikaanse invasie van Irak markeert het einde van de eerste fase van de structurele beursbaisse die in 2000 begon. Onder impuls van een te soepel monetair beleid, een te grote schuldcreatie, een herstellende wereldeconomie en aantrekkende bedrijfswinsten breken vier uitstekende beursjaren aan. De financiële crisis maakt in 2007 bruusk een einde aan het feest en de beursbeer haalt opnieuw krachtig uit. De koersen bereiken een dieptepunt in het voorjaar van 2009. De structurele beursbaisse is twaalf jaar oud, maar nog niet voorbij. Meer dan een half jaar nadat de eerste regering-Dehaene is aangetreden, vertoont de Belgische economie nog altijd ernstige ziekteverschijnselen en worden de verkeerde medicijnen voorgeschreven. Om het overheidsdeficit van 6,3 procent van het bbp terug te dringen, kiest de regering in 70 procent van de gevallen voor lastenverhogingen en eenmalige ingrepen. Terwijl de staatsfinanciën vooral een daling van de sociale uitgaven nodig hebben. Door de koppeling aan de sterke Duitse mark komt bovendien de Belgische concurrentiekracht onder druk, wat de werkloosheid de hoogte injaagt.De regeringen-Dehaene halen door een saneringsbeleid met vooral hogere belastingen de Maastrichtnorm van 3 procent begrotingsdeficit. Maar de fundamentele problemen van de Belgische economie blijven bestaan: een overheidsbeslag van meer dan 50 procent van het bbp en te hoge loonkosten. Een van de realisaties van de Dehaene-periode is dat het primair overschot (ontvangsten min uitgaven zonder rentelasten) structureel positief werd. De regeringen-Verhofstadt hebben dat appeltje voor de dorst opgesoupeerd. Sinds de finan-ciële crisis is het primair saldo lichtjes negatief.