De auteur is correspondent voor The Economist in Washington.
...

De auteur is correspondent voor The Economist in Washington. Er wordt in 2004 veel verwacht van de Amerikaanse economie. Te veel. Ongetwijfeld zal de productie toenemen, maar de economie zal niet snel genoeg groeien om de werkloosheid noemenswaardig te verbeteren. Met de verkiezingen in het vooruitzicht zal de frustratie in Washington groter worden. De roep om invoerbeperkingen zal steeds luider klinken en China zal de zondebok worden van alles wat misloopt in de Amerikaanse industrie. Tenzij men het hoofd koel houdt - geen eenvoudige opdracht in het heetst van de verkiezingsstrijd - kunnen de gevolgen ronduit rampzalig zijn. In de tweede helft van 2003 wezen enkele veelbelovende tekens erop dat de Amerikaanse economie zich eindelijk begon te bevrijden van het keurslijf waarin ze de voorbije jaren gevangen zat. Aangespoord door belastingverlagingen, begon de consument aanzienlijk meer uit te geven. Zelfs in de bedrijfswereld leek de tijd rijp voor nieuwe investeringen en steeg de hoop op meer aanwervingen. Met meer banen zouden de Amerikanen nog meer kunnen uitgeven, waardoor een sterk en duurzaam herstel voor 2004 gegarandeerd leek. Jammer genoeg lijkt die gedachtegang te optimistisch. Het grootste probleem in het Amerikaanse herstel - de zwakke arbeidsmarkt - kan ook in 2004 nog roet in het eten gooien. Vroeger leidde het herstel meestal snel tot een groeiende banenmarkt. De hogere productiviteit bij het huidige herstel is echter geen gevolg van nieuwe aanwervingen, maar van alsmaar hogere eisen aan de arbeidskrachten. Een snellere productiviteitsgroei was één van de opvallendste kenmerken van de boom in de late jaren negentig. Tussen 1996 en 1999 groeide de productie per personeelslid jaarlijks met gemiddeld 2,6 %. De vier jaren voordien was dat amper 1,5 %. Precies die stijging heeft in sterke mate bijgedragen tot de hype van een nieuwe (Amerikaanse) economie. De grote verrassing was nu net dat de productiviteit per werknemer bleef stijgen, ook toen de economie in het sukkelstraatje belandde. Tussen midden 2002 en midden 2003 nam de productiviteit met ruim 4 % toe. Zelfs als maar een deel van die groei blijvend is, moet dat grote gevolgen hebben. Op lange termijn is een hogere productiviteit goed nieuws, omdat ze leidt tot meer winst, hogere lonen en een betere levensstandaard. Maar voor het zover is, betekent een hogere productiviteit dat de economie zelf nog sneller moet groeien om meer banen te creëren. Als de productiviteit met meer dan 3 % blijft groeien, moet de economische groei boven de 4 % klimmen om een invloed te hebben op de werkloosheid - een onhaalbare kaart. De consument, die jarenlang het fundament heeft gevormd van de Amerikaanse vraag, zal in 2004 wellicht minder spenderen. Onder meer door sterke dalingen van de rentevoeten en belastingverlagingen, bleven Amerikaanse gezinnen de voorbije drie jaar in hun geldbuidel tasten, ondanks de stagnerende economie. Daarin komt in 2004 verandering, want de cadeautjes van Uncle Sam zijn stilaan uitgedeeld. Neem de financiële aanmoedigingen weg, voeg er de onzekerheid op de arbeidsmarkt aan toe en de kans is groot dat de Amerikanen meer sparen en minder uitgeven. Dat is ook precies wat Amerika moet doen na de buitensporigheden van de voorbije jaren die hebben geleid tot een stevige schuldenberg. Maar de combinatie van een bescheiden economische groei en een stagnerende arbeidsmarkt belooft weinig goeds op politiek vlak. Voor de Democraten zal de verkiezingscampagne dan ook draaien rond arbeid en jobs. Met een verlies van nagenoeg 3 miljoen banen kreeg vooral de verwerkende industrie zware klappen. De druk op het Witte Huis om iets te doen, wordt groot, maar veel politieke middelen zijn daartoe niet meer voorhanden. Met een vermoedelijk begrotingstekort van meer dan 4 % van het bruto binnenlands product in 2004 en met nog grotere tekorten in het vooruitzicht, is er geen ruimte meer voor grote belastingverlagingen of stijgende uitgaven. Een goedkopere dollar kan soelaas bieden. Dat zou de export ten goede komen en Amerikanen zouden meer eigen producten kopen. Een geleidelijk verzwakkende dollar kan een belangrijke rol spelen bij het wegwerken van het enorme tekort op de lopende rekening (meer dan 5 % van het BBP). Hoewel de dollar al sterk is verzwakt sinds zijn piek begin 2002, moet hij nog lager. Bush zal geneigd zijn die evolutie te versnellen. Naarmate 2003 vorderde, werd de vraag aan China om zijn munt op te waarderen, steeds explicieter. De Chinese yuan is sinds 1994 gekoppeld aan de dollar. In september deed de G7 op aandringen van de VS een oproep tot flexibelere wisselkoersen. Maar die economische doelstelling - een geleidelijke verzwakking van de dollar - botst met de politieke roep om een snelle oplossing. Er zal steeds sterker worden aangedrongen op tariefbescherming, zeker tegen China. In 2003 werden al wetsvoorstellen ingediend om draconische invoerrechten te heffen op Chinese goederen, tenzij de Chinese munt werd geherwaardeerd. In 2004 zullen dergelijke protectionistische voorstellen alleen maar toenemen. De stemming in het Congres zal doen denken aan de toestand in het midden van de jaren tachtig, toen Japan ervan werd beschuldigd de grote spelers uit de Amerikaanse industrie de wind uit de zeilen te halen. Tegenwoordig is de economische dynamiek echter anders. De grote Amerikaanse bedrijven plukken namelijk vruchten van investeringen in China. Nu zijn het vooral kleinere producenten die protesteren. Het beleid zal echter sterke parallellen vertonen: in 2004 zou vrije handel wel weer eens een heel stuk verder weg kunnen zijn. Zanny Minton-BeddoesDe strijd tegen het terrorisme schermde de Republikeinse kandidaten lange tijd af tegen het grote ongenoegen op economisch vlak.De Amerikaanse economie zal niet snel genoeg groeien om de werkloosheid noemens-waardig te verbeteren.De consument, die jarenlang het fundament heeft gevormd van de Amerikaanse vraag, zal in 2004 wellicht minder spenderen.