Bescheiden. Mocht het woord niet bestaan, dan zou Jan Oosterlinck het uitvinden. De 52-jarige zaakvoerder van het familiebedrijf Dija-Oostcolor is té bescheiden. Zijn fiets onder de merknaam Achielle werd door het toonaangevende Amerikaanse magazine Vogue uitgeroepen tot een van leukste kerstcadeaus voor dit jaar. Maar Jan Oosterlinck blijft er redelijk stoïcijns bij. Via het Canadese lifestylebedrijf Jorg & Olif - dat gespecialiseerd is in 'Dutch City Bikes'- zijn de Amerikanen in contact gekomen met deze Belgische fietsenbouwer. Correctie, met de enige Belgische fietsenbouwer, want in tegenstelling tot alle andere merken is Dija-Oostcolor de enige producent die zijn fietsen volledig in België maakt. Andere (Belgische) merken laten veelal hun frames invoeren uit Azië of andere lagelonenlanden.
...

Bescheiden. Mocht het woord niet bestaan, dan zou Jan Oosterlinck het uitvinden. De 52-jarige zaakvoerder van het familiebedrijf Dija-Oostcolor is té bescheiden. Zijn fiets onder de merknaam Achielle werd door het toonaangevende Amerikaanse magazine Vogue uitgeroepen tot een van leukste kerstcadeaus voor dit jaar. Maar Jan Oosterlinck blijft er redelijk stoïcijns bij. Via het Canadese lifestylebedrijf Jorg & Olif - dat gespecialiseerd is in 'Dutch City Bikes'- zijn de Amerikanen in contact gekomen met deze Belgische fietsenbouwer. Correctie, met de enige Belgische fietsenbouwer, want in tegenstelling tot alle andere merken is Dija-Oostcolor de enige producent die zijn fietsen volledig in België maakt. Andere (Belgische) merken laten veelal hun frames invoeren uit Azië of andere lagelonenlanden. "In België is er geen productie meer", zegt Willy Peeters, voorzitter van beroepsfederatie Federvelo. De markt van de fietsen is met een verkoop van zowat 450.000 stuks al jaren redelijk stabiel. De sector zit niet in een dal, maar echt florissant kan je hem niet noemen. "In het beste geval worden de fietsen hier nog gelakt en gemonteerd", aldus Peeters. Opvallend is dat de voorzitter de enige fietsenbouwer uit ons land niet echt kent. "Ik heb er vroeger contact mee gehad, maar de jongste jaren niet meer", beaamt hij. Ook in de eigen gemeente Pittem kent men de familie wel, maar daar stopt het zowat. De burgemeester, de schepen van economie, de lokale Unizo-werking, allen kennen ze Jan Oosterlinck wel, maar geraken niet verder dan "een hardwerkende familie, die zeer bescheiden is". Hoewel, zo opvallend is het nu ook weer niet. Wie een tour de horizon maakt in de sector, botst nogal vaak op een vrij stugge, eerder gesloten mentaliteit. Vele bedrijfjes zijn kleinschalig, familiaal en redelijk introvert. Dat is in wezen ook van toepassing op Dija-Oostcolor, al verandert Jan Oosterlinck in een sympathieke spraakwaterval wanneer hij los komt. De man is bezeten door zijn vak. Dija-Oostcolor kent zijn ontstaansgeschiedenis in 1946 bij de vader van Oosterlink, die als traditionele fietsenmaker een groot cliënteel opbouwde. Daardoor begon hij in 1963 zelf frames te bouwen. De zaak groeide en bloeide en met de zonen Jan en Piet kwam de tweede generatie in de zaak. Tot een vijftal jaren terug de concurrentie uit het Verre Oosten het bedrijf noopte tot een koerswending. Jan Oosterlinck zag met lede ogen toe hoe goedkopere fietsen de markt overspoelden, met een naar zijn zeggen inferieure kwaliteit. De afnemers van zijn frames legden de producent ook de zweep op door almaar te knabbelen aan de marges. De idee begon te rijpen om zelf een fiets te gaan bouwen. "Ik geef niet makkelijk op. China zal op een gegeven moment ook zijn prijzen moeten optrekken. De wereld is nu eenmaal rond", zegt Oosterlinck, onbewust Thomas L. Friedman parafraserend. "Mijn vader had vroeger concurrentie uit de naburige gemeente, dat werd later uit de naburige landen, en nu hebben we concurrentie uit de hele wereld", zegt Oosterlinck berustend. In maart van dit jaar rolde Achielle -de eerste eigen fiets van Dija-Oosterlinck- van de ketting. Zoon Peter, die als vertegenwoordiger van de derde generatie de perfecte tandem vormt met zijn vader, stuurde die blijde boodschap per mail de wereld rond. Het werd opgepikt door Rob MacDonald, de oprichter en CEO van Jorg & Olive. Dat lifestylebedrijf verkoopt sinds 2004 Europese fietsen in Noord-Amerika. "De citybike uit de Lage Landen is een van de meest sensibele en intussen ook gewilde fietsen in de wereld", zegt MacDonald vanuit Canada. "Het vakmanschap en de kwaliteit dat bij jullie aanwezig is, is ongezien. Dus voor ons is de stap om fietsen uit Europa te halen niet ongewoon." Over de familie Oosterlinck spreekt Rob MacDonald in superlatieven: "Ze zijn niet alleen competente fietsenbouwers, ze zijn vooral creatief en durven risico's te nemen. They are not your typical old-world bicycle company. En bovenal: het zijn fijne mensen, wat allicht het belangrijkste is in onze businessrelatie." De productie van de eigen fietsen gebeurt vrij geautomatiseerd. "En door onze eigen lakkerij kunnen we de loonkosten vrij laag houden", stelt Oosterlinck. Lag de verwachting op zo'n 400 fietsen dit jaar, dan zit men nu al boven de 500. "Volgend jaar wil men in Canada alleen al een duizendtal fietsen afnemen." Andere afzetmarkten zijn Nederland en België. Zijn ze klaar als het tot een hype komt omdat Vogue de kleine Belgen heeft ontdekt? "Ach, het zal allemaal niet zo'n vaart lopen", lacht Jan Oosterlinck. "Maar we zijn klaar, ja. In tien dagen steken we een hele fiets in elkaar. En ik werk samen met Peter op zaterdag. Het is keihard werken, maar we doen het met de glimlach. Ik ben vooral blij voor Peter, die er zelf ook volledig in gelooft en er honderd procent voor gaat." Jan Oosterlinck Zaakvoerder van fietsenproducent Dija-Oostcolor Het Amerikaanse modeblad Vogue riep zijn fiets uit tot een van de leukste kerstcadeaus Lieven Desmet