De groep-Frère verkoopt. Ze zoekt een overnemer voor de kaasmakerij Entremont, die haar al heel wat kopzorgen en verliezen gekost heeft. Ze heeft ook de verkoop aangekondigd van Go Voyages, een Franse touroperator, en van de Belgian Icecream Group, die de merken IJsboerke, Mio en Artic onder haar hoede heeft. Al die ondernemingen zitten in de portefeuille van de NPM, de Nationale Portefeuille Maatschappij, een van de beursgenoteerde holdings van de groep.
...

De groep-Frère verkoopt. Ze zoekt een overnemer voor de kaasmakerij Entremont, die haar al heel wat kopzorgen en verliezen gekost heeft. Ze heeft ook de verkoop aangekondigd van Go Voyages, een Franse touroperator, en van de Belgian Icecream Group, die de merken IJsboerke, Mio en Artic onder haar hoede heeft. Al die ondernemingen zitten in de portefeuille van de NPM, de Nationale Portefeuille Maatschappij, een van de beursgenoteerde holdings van de groep. Verliest de nu 84-jarige Albert Frère zijn legendarische magic touch? Men kan het beginnen te denken, want ook de jongste grote investering van de groep, in de cementgroep Lafarge, doet het verre van goed. Maar bij nader inzien is er toch niet zoveel aan de hand. De hierboven genoemde ondernemingen vertegenwoordigen immers maar een marginaal klein deel van de portefeuille. Entremont, Go Voyages en Belgian Icecream Group zijn een honderdtal miljoen euro waard, een peulschil in de portefeuille van de NPM, die volgens een studie van KBC Securities een waarde vertegenwoordigt van 5,6 miljard euro. Niettemin is het een bekommernis voor de groep. "Entremont is een slechte investering", staat te lezen in het jaarverslag van de NPM, die de schuld geeft aan de melkprijs "die in Frankrijk los van de internationale markt vastgesteld wordt om een heleboel redenen die te maken hebben met het landbouwbeleid." Voor Lafarge lijkt de verkenningsperiode achter de rug. Die recente participatie van GBL, die nu 3,253 miljard euro (voor 21,08 procent) waard is, zou binnenkort eindelijk weleens interessant kunnen worden. "De investering heeft weliswaar nog altijd niks opgebracht. Integendeel, de aandelen werden gekocht tegen een 60 euro per stuk, terwijl de koers nu 53 euro is. Maar geen zorgen, want de aandelen worden geleidelijk weer duurder", zegt Tom Simonts, analist bij KBC Securities. Het aandeel komt overigens van ver terug: vorig jaar viel de koers terug tot 31 euro. De verkoopacties wijzen niet zozeer op een liquidatie, dan wel op een herschikking van de groep-Frère. "Zulke participaties vergen ongetwijfeld te veel tijd van het management van de NPM", luidt de commentaar van analist Tom Simonts. Hij stelt vast dat de holding, die vroeger naar voren geschoven werd als de entiteit voor de klassieke private-equityactiviteiten van de groep, zich nu op minder tijdrovende investeringen toelegt. "Ze lijkt de voorkeur te geven aan platformen die in staat zijn om zelf het beheer van de participatie te verzorgen, zoals Distripar voor de distributie, Transcor voor de petroleumsector of Fidentia in het vastgoed", merkt hij op. Die verschuiving kondigt misschien ook een verandering van stijl aan, ingegeven door een nieuwe generatie van managers. De andere Frère-holding, GBL, gaat immers precies de andere richting uit. Zij wordt actief in private equity en doet wat 3i en consorten doen: leverage en managementbuy-outs. Een voorbeeld: GBL heeft onlangs Ergon III gelanceerd, een fonds met een investeringscapaciteit van 350 miljoen euro. Het is het derde compartiment van een activiteit die geleid wordt door Ian Gallienne, de schoonzoon van Albert Frère en de baas van Ergon Capital Partners. Ondanks de moeilijkheden met enkele kleine participaties begint de groep-Frère toch weer wat kleur te krijgen. In zoverre zelfs dat in het rapport van KBC Securities GBL naar voren geschoven wordt als een van de aantrekkelijkste holdings op de markt. "Ik heb GBL geselecteerd als interessant aandeel omdat het goede mogelijkheden biedt om profijt te halen uit de conjunctuuropleving", motiveert Simonts, die de studie schreef. De portefeuille van GBL is inderdaad zeer conjunctuurgevoelig. Hij bevat alle grote participaties van Albert Frère, zoals Total, dat afhankelijk is van het olieverbruik en de petroleumnoteringen, die teruggelopen zijn; of GDF Suez, dat eveneens de invloed ondergaat van het verbruik en de prijs van de elektriciteit. En dan hebben we het nog niet gehad over Lafarge, 's werelds nummer 1 in cement, dat de volle laag van de crisis in de bouw te verwerken kreeg en zich nu aan het herstructureren is. Hoe conjunctuurgevoelig GBL wel is, blijkt duidelijk uit de rekeningen. In het crisisjaar 2008 dook de holding 1 miljard euro in het rood door de terugval van diverse participaties. In 2009 was de tendens al omgekeerd, en het economische herstel zal dat alleen maar bevestigen. Albert Frère heeft zijn reputatie van 'Europese Warren Buffett' nog lang niet verloren. Hij heeft een voet in huis in eersterangsbedrijven en de grootste daarvan zijn Frans. Zijn fortuin heeft hij te danken aan de virtuositeit waarmee hij een cascade van holdings bespeelt, die ervoor zorgt dat zijn investering verveelvoudigd wordt. Naast de Stichting A.K. Frère-Bourgeois, de niet-beursgenoteerde overkoepelende vennootschap van de groep, en de participatie in GDF Suez, bezit hij nog minstens zeven intermediaire vennootschappen. Daarin treffen we vertrouwelingen aan zoals de Canadese familie Desmarais van de Power Corporation-groep, samen met BNP Paribas een van de historische partners. Ze investeren al ruim dertig jaar samen. Voor meer gerichte operaties krijgen Desmarais en BNP Paribas het gezelschap van andere partners. Daaronder Ackermans & van Haaren, waarmee de groep Frère samen investeert in de distributie (Club, Di, Planet Parfum) en de catering (Groupe Flo), maar ook alle aandeelhouders die aandelen kopen in de beursgenoteerde vennootschappen van de groep (Pargesa, NPM en GBL). Albert Frère, wiens fortuin door het magazine Forbes geschat wordt op 1,92 miljard euro, beheert alleen al met GBL een portefeuille van 14,4 miljard euro. Dankzij dat hefboomeffect slaagt de baron uit Gerpinnes erin om zitjes te krijgen in raden van bestuur en invloed uit te oefenen op alle grote beslissingen, iets wat via rechtstreekse investeringen nauwelijks mogelijk zou geweest zijn. Voor Albert is business een sport, een spel. Gérald heeft een patrimoniale, bijna notariële visie op het zakendoen.