Stijn Fockedey
...

Stijn FockedeyEen kwade minister van Telecommunicatie Philippe De Backer (Open Vld) moest vorige week aankondigen dat het overleg tussen de federale regering en de deelstaten over 5G, een nieuwe generatie van mobiel internet, mislukt was. Dat overleg was de laatste kans om tijdig een akkoord te vinden over de veiling van de nieuwe frequenties voor 5G in België. 5G is veel sneller, kan veel meer data aan en dat allemaal bijna realtime. De meest voor de hand liggende toepassingen zijn in de industrie (het internet der dingen, live en meer data over het productieproces) en in de logistiek (zelfrijdende auto's). Door de politieke impasse is het onmogelijk geworden alle teksten nog te laten goedkeuren door de Kamer. Daardoor moet het dossier over de verkiezingen worden getild en kan de veiling niet in 2020 plaatsvinden. De Backer sprak van twee tot drie jaar uitstel vooraleer telecomoperatoren daadwerkelijk 5G zullen kunnen uitrollen. De alternatieven worden bekeken, maar de vragen in dit dossier zijn vooral van politieke aard. Een overzicht. Minister De Backer haalt uit naar de deelstaten die volgens hem het dossier vertragen door een geldkwestie. De veiling van alle frequenties, dus ook de aflopende regelingen voor het 2G, 3G en 4G-verkeer, moet minimaal 679 miljoen euro opbrengen. Dat geld wordt verdeeld via een getrapt model. Van die minimumopbrengst krijgt de federale overheid het leeuwendeel, 80 procent. Pas vanaf de schijf boven 679 miljoen euro moet ze de helft afstaan aan de deelstaten. Dat is een eenmalige opbrengst. De operatoren betalen jaarlijks een vergoeding voor het gebruik van de frequenties, maar dat gaat om een veel kleiner bedrag. Er wordt aan Vlaamse kant rekening gehouden met het scenario dat de veiling 900 miljoen euro kan opbrengen, maar dat is weinig waarschijnlijk als het uitstel van de veiling de intrede van een buitenlandse en vierde operator wegjaagt (zie vraag 3). In feite is er getrouwtrek rond een eenmalige opbrengst waarvan de deelstaten enkele honderden miljoenen euro's extra onder elkaar zouden kunnen verdelen. Ter vergelijking: de Vlaamse regering had in 2018 een begroting met 42,3 miljard euro inkomsten. Het gaat dus om een habbekrats. En off the record is ook te horen dat het probleem vooral gaat over de politieke impasse die is ontstaan nadat de N-VA uit de federale regering was gestapt uit ongenoegen over het VN-migratiepact. Op Vlaams niveau deelt de N-VA wel nog de lakens uit, maar zij houdt in het overleg tussen de deelstaten en de federale overheid het been voornamelijk stijf tot de uitvoering van de arbeidsdeal en het zomerakkoord. Dat akkoord is gesloten op federaal niveau, maar raakt niet volledig gestemd door de politieke impasse. In mindere mate zou het effectief om de centen gaan. De 80/20-regeling vindt geen genade in de ogen van de N-VA. Ongeveer anderhalf jaar geleden spoorde Vlaams Parlementslid Wilfried Van Daele (N-VA) de bevoegde Vlaamse minister Sven Gatz (Open Vld) in een interpellatie over het 5G-dossier nog aan "zeer assertief" te zijn en een betere deal uit de brand te redden. Nochtans was in 2013 in het Overlegcomité beslist voor toekomstige veilingen de 80/20-regeling te gebruiken. De Vlaamse regering, en dus ook de N-VA, hebben toen hun fiat gegeven. De technologiefederatie Agoria, die onder meer de telecomoperatoren Proximus, Telenet en Orange als lid heeft, komt met een alternatief: de overeenkomsten over de huidige netwerken verlengen en een deel van de frequenties voor het nieuwe 5G alvast tijdelijk toekennen. Dat zou kunnen, volgens hun interpretatie van de telecomwet. 5G zou daardoor geen vertraging oplopen, zegt Agoria. De telecomregulator BIPT bestudeerde het voorstel vorige week een eerste keer, maar is zeer pessimistisch. De wettelijke voorwaarden zijn zeer strikt. "Daarom is het gebruik van het systeem van voorlopige vergunningen onzeker", aldus het BIPT. "Het blijft sowieso beperkt tot een deel van het 5G-spectrum en het zou geen garantie bieden om investeringen in de 5G-netwerken mogelijk te maken." Bovendien geeft die tijdelijke oplossing niet het meest stabiele investeringsklimaat voor een vierde operator. Vicepremier Alexander De Croo (Open Vld) was tot voor de crisis over het migratiepact bevoegd voor telecom en had van een vierde operator het sluitstuk van zijn beleid gemaakt om de concurrentie in de telecomsector aan te vuren. In België zijn de telecomprijzen hoger dan in onze buurlanden. De kwaliteit is hier gemiddeld gezien beter, maar in een prijs-kwaliteitverhouding scoort België slechter. De Croo ziet het aantrekken van een buitenlandse en vierde telecomoperator als de beste manier om de marktleiders Proximus en Telenet te dwingen meer te investeren en hun prijzen te verlagen. De opening van het spectrum voor 5G is daarvoor cruciaal, omdat een nieuwe operator dan meteen sterk genoeg staat om druk te zetten op het segment met het meeste potentieel op de mobiele markt. De vraag is dus of tijdelijke licenties en een risico op het afhaken van kandidaat-concurrenten wel politiek verteerbaar zijn voor Open Vld. Als geen enkele kandidaat-concurrent zich aanmeldt, is het overigens ook de vraag of de veiling van de frequenties meer opbrengt dan de minimumopbrengst van 680 miljoen euro. Als het effectief nog drie jaar duurt om 5G in België in te voeren, hoeven bedrijven die nieuwe diensten willen lanceren, niet te wanhopen. Volgens Huawei is het mogelijk het 4G-netwerk te optimaliseren, waardoor het grootschalige gebruik van met het internet verbonden machines en voertuigen en andere internet-der-dingen-projecten wel kunnen starten. "Er is via software-upgrades nog veel mogelijk, maar de capaciteit van 4G is beperkt. We zullen snel aan het plafond zitten. Daarom is de installatie van een nieuwe netwerkinfrastructuur voor 5G noodzakelijk."