De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.
...

De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog. De staatshervorming zoals die de voorbije jaren is doorgevoerd, heeft onder meer tot gevolg dat de drie gewesten ten aanzien van verschillende belastingen een grote mate van autonomie hebben verworven. Dit is onder meer het geval voor de successie- en schenkingsrechten. Ten aanzien van deze belastingen zijn de gewesten exclusief bevoegd om de aanslagvoet, de heffingsgrondslag en de vrijstellingen vast te leggen. Successie. Wat de successierechten betreft, heeft elk van de drie gewesten in de voorbije jaren gretig van deze bevoegdheid gebruikgemaakt. Het gevolg is dat er op dit ogenblik in dit land drie sterk uiteenlopende regelingen inzake successierechten bestaan. En, dat de hoogte van de successierechten die u te betalen hebt, bijgevolg ook sterk verschilt naargelang van het gewest waar de nalatenschap open valt. Voor nalatenschappen die toekomen aan naaste familieleden zijn de verschillen niet zo groot. Elk van de drie gewesten is blijkbaar bekommerd om vooral kleine familiale erfenissen in de mate van het mogelijke te ontzien. Zij het dat ook op dit gebied al significante verschillen vast te stellen zijn. Zo wordt in het Vlaams Gewest bij vererving in de rechte lijn, of tussen echtgenoten of samenwonenden, een uitsplitsing van de goederen gemaakt. De onroerende goederen worden afgezonderd van de roerende goederen. Elk van beide categorieën wordt afzonderlijk aan het progressief tarief van de successierechten onderworpen. Dat heeft een belangrijk temperend effect. In het Brussels en Waals Gewest is van een dergelijke opdeling geen sprake. Onroerende en roerende goederen worden gewoon samengeteld, waardoor de belastingdruk - onder invloed van het progressief tarief - automatisch hoger wordt. Samenwonen. Een ander verschilpunt betreft de personen die de verlaagde tarieven kunnen genieten. In het Vlaams Gewest worden feitelijk samenwonenden (onder bepaalde voorwaarden) met echtgenoten gelijkgesteld. In het Brussels en Waals Gewest is dat voorrecht voorbehouden aan de wettelijk samenwonenden. Dat maakt een wereld van verschil. Van wettelijk samenwonenden kan immers slechts sprake zijn in hoofde van partners die overeenkomstig de voorschriften van het Burgerlijk Wetboek ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand officieel een verklaring van wettelijk samenwonen hebben afgelegd. De talloze samenwonende partners die dat niet hebben gedaan, worden in het Brussels en Waals Gewest gewoon beschouwd als vreemden voor elkaar. Zij worden op het gebied van de successierechten onderworpen aan de hoogste tarieven die van toepassing zijn op alle andere personen. Zij worden dus gerangschikt bij de personen voor wie geen verlaagde tarieven gelden. De derden dus. Hoe worden die derden in de drie gewesten belast? Het antwoord luidt, zonder meer zwaar. Toch zijn er regionale verschillen. In het Vlaams Gewest (waar feitelijk samenwonenden niet als derden worden beschouwd) schommelt het tarief tussen 45 en 65 %. In het Brussels Gewest (waar dat wel het geval is) schommelt het tarief tussen 40 en 80 %. En in het Waals Gewest (waar dit ook het geval is) schommelt het tarief vandaag tussen 30 en 80 %. Duur. Het Waals Gewest heeft zijn hoogste tarief tussen derden (en dus ook tussen feitelijk samenwonenden) nu met ingang van 1 januari 2004 verhoogd naar 90 %, en wordt daarmee koploper wat gigantische tarieven betreft. Toch mag het Waals Gewest niet onmiddellijk worden aangewezen als het duurste gewest. De manier waarop de belastbare grondslag wordt berekend, verschilt ook van gewest tot gewest. In het Vlaams en Brussels Gewest worden personen die tot de groep van de derden behoren, niet afzonderlijk in aanmerking genomen. Voor de vaststelling van het belastingpercentage dat op hen van toepassing is, worden alle erfgoederen die aan de groep toekomen, samengeteld. Het gevolg is dat u zeer snel in de hoogste schijven van het progressief tarief terechtkomt. In het Waals Gewest gaan ze nog op de klassieke manier te werk. Elke derde wordt afzonderlijk in aanmerking genomen. Het toepasselijke tarief wordt louter bepaald op basis van de hoogte van het erfdeel dat hij ontvangt. Het zal dus langer duren vooraleer u in de hoogste schijven valt van het progressief opklimmend tarief. Maar zodra dit laatste het geval is, is het hek nu dus van de dam. De Waalse decreetgever heeft beslist dat dan 90 % belasting is verschuldigd. Dit hoogste tarief is in het Waals Gewest van toepassing op het gedeelte dat 175.000 euro (ongeveer 7.500.000 oude frank) overschrijdt. Een tarief van 90 % is schrikbarend hoog. Tel daarbij nog wat onkosten, en de magische grens van 100 % is stilaan in zicht. We kunnen dan ook niet anders dan besluiten dat het Waals Gewest de confiscatie voorstaat van alle grotere erfenissen die tussen derden (inclusief feitelijk samenwonenden) plaatsvinden. Opvatting. Meteen is daarmee allicht ook een verschil in opvatting blootgelegd tussen de verschillende gewesten. In het noorden van het land bestaat de neiging om de tarieven eerder te verlagen, in de hoop dat de opbrengst op termijn zal stijgen. De nakende drastische verlaging van de schenkingsrechten ligt in dezelfde lijn. Ten zuiden van de taalgrens verkiezen ze blijkbaar een verhoging van de hoogste tarieven, allicht ook in de hoop dat de opbrengsten zullen stijgen. Wie gelijk heeft, zal de toekomst uitwijzen. Jan Van DyckEen successierechtentarief van 90 % is schrikbarend hoog. Tel daarbij nog wat onkosten, ende magische grens van 100 % is stilaan in zicht.